Reportage

Het internet verbindt én verdeelt op 4 en 5 mei

Alternatieve 4 en 5 mei Nu Nederlanders niet bij elkaar konden komen om te herdenken en te vieren, namen onlineactiviteiten die rol over.

Bezoekers genieten van de zon in de Haarlemmerhout, waar normaal gesproken op Bevrijdingsdag publiek zou meezingen en -dansen tijdens Bevrijdingspop.
Bezoekers genieten van de zon in de Haarlemmerhout, waar normaal gesproken op Bevrijdingsdag publiek zou meezingen en -dansen tijdens Bevrijdingspop. Foto Remko de Waal/ANP

Nostalgie begint dankzij de coronacrisis al vroeg. Op Instagram delen jongeren op 5 mei selfies van de bevrijdingsfestivals waar ze vorig jaar waren. Want dit jaar traden de ambassadeurs van de vrijheid op zonder massapubliek.

Maar ze waren wel allemaal te volgen via internet, de virtuele verbinding met de wereld die het herdenken van de doden en het vieren van de vrijheid op allerlei manieren mogelijk maakt. #blijfthuis, #herdenkthuis, en wees toch verbonden.

Zoals rapper Snelle en zangeres Roxeanne Hazes, die te zien waren vanaf het bordes van het provinciehuis in Haarlem. En er was ook een online pubquiz in het teken van #75jaarvrijheid, over de Tweede Wereldoorlog, en een online-escape room.

Het traditionele 5 mei-concert op de Amsterdamse Amstel ging wel door, maar dan in aangepaste vorm, vanuit de foyer van Carré. Net als de open Joodse huizen, die voor een deel online waren te vinden.

Lees ook: Hier sprak ook de zoon van een vader die de oorlog nooit vergat

Het project ‘Namen en Nummers’ van Ida van der Lee kon dit jaar niet op het Kastanjeplein in Amsterdam uitgelegd worden. Voor dit project maken buurtbewoners naambordjes voor alle in de oorlog uit de Oosterparkbuurt weggevoerde Joodse bewoners. Dit jaar werden de bordjes op Forteiland Pampus uitgelegd.

Op Youtube was dj Martin Garrix te volgen, die live vanaf een boot die door Nederlandse wateren voer een set afspeelde. Ook vele duizenden van zijn buitenlandse fans kregen de Hollandse luchten en weilanden te zien.

In Wageningen werd digitaal het Vrijheidsvuur aangestoken en het Noord Nederlands Orkest begeleidde online het lied ‘Zweef Weg’, de winnaar van een jongerenwedstrijd.

Je kon op 4 mei zelfs, in plaats van zelf bloemen te leggen bij een van de bijna vierduizend oorlogsmonumenten, dat laten doen via de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Maar toch was het mooi dat er, naast de strakke rode, witte en blauwe tulpen van het comité, bij de monumenten bloemen lagen die mensen zelf waren komen leggen. Niet om acht uur, maar de hele dag door.

Publiek is meer dan publiek

Want dat is wat een ritueel behelst: het idee dat je niet de enige bent, dat je het niet alleen doet. Een ritueel voer je meestal samen uit, het is een collectieve handeling die haar betekenis vooral vindt in het getal.

Publiek is meer dan publiek; het zijn deelnemers, samen net zo belangrijk als de spreker. Dat maakte sommige manieren van herdenken nu mooi, maar ook pijnlijk.

Andere wonnen er juist bij: de toespraken van Arnon Grunberg in een lege kerk en die van koning Willem-Alexander op een lege Dam in Amsterdam maakten juist door de leegte nog meer indruk, maar wel in de wetenschap dat er, op alle televisienetten, heel veel mensen naar keken (naderhand bleek: meer dan 6 miljoen mensen). Onzichtbare verbondenheid.

Om het gemis aan merkbare verbondenheid te compenseren, zijn er waarschijnlijk op 4 en 5 mei veel pogingen om toch iets van een collectief idee uit te voeren, zoals het idee van het Nationaal Comité 4 en 5 mei om op 4 mei, vlak voor de twee minuten stilte om acht uur, zo veel mogelijk mensen het taptoe-signaal te laten blazen. Of om op 5 mei een speciaal kledingstuk aan te trekken en daarvan een foto te posten. Misschien dat er daarom ook meer vlaggen waren dit jaar.

Lees ook: Voor Duitsers voelt het inmiddels ook als een bevrijding

De door het Amsterdamse 4 en 5 mei comité bedachte vrijheidsmaaltijden, die in het hele land gehouden zouden worden, veranderden in een vrijheidsmaaltijdsoep, een pompoensoep in blik naar een recept van Joris Bijdendijk en Samuel Levie en met een etiket van Piet Parra, die aan alle houders van vrijheidsmaaltijden is uitgereikt. Maar het recept werd ook gedeeld, dus iedereen kon de pompoensoep eten, in de wetenschap dat met duizenden anderen te doen.

Cabaretier Claudia de Breij riep op om op 5 mei om vijf voor vijf in de middag allemaal samen het beroemde lied van Ramses Shaffy te zingen. ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder niet zonder ons…’ Roxeanne Hazes nam van het alternatieve volkslied een nieuwe versie op.

Haatberichten

Maar er kwam ook een minder mooi aspect van het internet om de hoek kijken. De lawine van haatberichten die De Breij op social media over zich heen krijgt, maakt duidelijk dat internet minstens zo verdelen als verbinden kan. Ook Halsema, die op de Dam het volkslied niet had meegezongen, kreeg ervan langs. Het schokkendst was de haat die Arnon Grunberg na zijn verzengende toespraak ten deel viel.

Die richtte zich vooral op de zin ‘Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.’ Grunberg zei in zijn onvergetelijke toespraak ook: ‘Als herdenken ook verlangen naar kennis is, dan zijn details belangrijk, kennis bestaat uit details.’ Hij doelde op deze 4 mei op de gruwelijkste details.

Een van de mooiste details die ik op 5 mei 2020 hoorde, zat in About Freedom, een online filmpje waarin de alomtegenwoordige Jan Terlouw en Leila Prnjavorac met jongeren over de bevrijding spraken. Keukentafelgesprekken. Op de dag van de bevrijding, 75 jaar geleden, zag Terlouw zijn stijve, deftige vader, gereformeerd predikant, voor het eerst huppelen.