Opinie

Het Europese moment in de coronacrisis moet nog komen

pandemie

Commentaar

Op de bevrijding, 75 jaar geleden, volgde vrij snel ‘Europa’. De herinnering aan ontberingen, geweld en massamoord werd binnen een paar jaar vertaald in georganiseerd overleg tussen Europese buurlanden, te beginnen met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het continent van de catastrofe moest een continent worden van vrijheid en saamhorigheid.

Nu de alomvattende coronawerkelijkheid van voorjaar 2020 heel even wijkt voor viering van de bevrijding, dringt de vraag zich op hoe het staat met die Europese samenwerking en solidariteit.

De Europese Unie had het in de coronacrisis tot nu toe niet eenvoudig. Elke lidstaat organiseerde zijn eigen lockdown, de nationale reflex overheerste. Dat was in zekere zin logisch: gezondheidszorg en veiligheid zijn nationaal georganiseerd. ‘Brussel’ is niet bevoegd. Maar ook de coördinatie liet te wensen over. Grenzen werden halsoverkop gesloten met als gevolg files en burgers die niet thuis konden komen. Opeens was het Europese kroonjuweel, het vrij verkeer, in het geding. Pas na crisisberaad kwam er geordend verkeer voor essentiële goederen.

Oog in oog met eenzelfde dreiging, zocht elk land bijna instinctief zijn eigen weg. Strenge maatregelen en een gestrenge staat in het zuiden; soepelere maatregelen en een beroep op eigen verantwoordelijkheid in het noorden. De EU biedt ruimte voor die verscheidenheid en dat is goed. Er was immers niet één bewezen formule voor de aanpak van corona en de verhouding tussen burger en overheid verschilt per land.

Keerzijde is wel dat de coronaregels overal een beetje anders zijn, hetgeen tot verwarring en frictie kan leiden als de grenzen weer geleidelijk open zullen gaan. Heel praktisch: Nederlandse reizigers in de Thalys moeten zich dan in België houden aan de Belgische mondkapjesplicht. In de lockdown-exit schuilt dan ook een nieuwe kans voor Europese coördinatie. Dat is meer dan een praktische kwestie: Europeanen moeten elkaar ook weer gaan vertrouwen -ongeacht de verschillende lockdownregimes.

De Franse president Emmanuel Macron gaf dit weekeinde het goede voorbeeld. Buitenlanders die naar Frankrijk reizen moeten straks twee weken in zelfquarantaine, maar Macron maakte voor inwoners van Schengenlanden én het VK een uitzondering.

Er is de afgelopen tijd fel gestreden over gebrekkige solidariteit. Met de lockdown doken exportbeperkingen op medische goederen op, maar die waren van korte duur. En ook al trokken China en Rusland met hulp voor Italië veel aandacht, Europese staten hielpen elkaar ook onderling, onder andere door IC-bedden beschikbaar te stellen en samen burgers te repatriëren.

Beeldbepalend was de strijd tussen Nederland en Italië over de financiering van de wederopbouw. Nederland verzette zich ondiplomatiek tegen de uitgifte van Europese obligaties. Italië sloeg terug door Nederland gebrek aan solidariteit te verwijten. De strijd is even geluwd, in afwachting van een compromisvoorstel van de Europese Commissie.

De coronacrisis was nog geen Europees hoogtepunt. Maar in de coördinatie van de exitstrategie en met name in de economische wederopbouw schuilen genoeg mogelijkheden voor ‘Brussel’ om te laten zien dat internationale samenwerking wel degelijk iets kan toevoegen aan nationaal beleid. Voor Europese politici komen er dan ook nog genoeg momenten om Europese saamhorigheid te tonen, om te bewijzen dat Europa er ook kan zijn in moeilijke tijden.