Duits Constitutioneel Hof: ECB-opkopen zijn illegaal

Eurozone Het hoogste rechtsorgaan van Duitsland heeft in een verreikend oordeel gezegd dat de Europese Centrale Bank haar mandaat schendt. Het leidt tot nieuwe twijfel over de stabiliteit van de eurozone.

Rechters van het Duitse Constitutionele Hof in Karslruhe, hier in 2016.
Rechters van het Duitse Constitutionele Hof in Karslruhe, hier in 2016. Foto Ralph Orlowski/Reuters

De grootschalige opkoop van staatsleningen door de Europese Centrale Bank (ECB) is illegaal. Dat is, in het kort, de inhoud van een verreikende uitspraak, deze dinsdag, van het Duitse Constitutionele Hof. Het hof in Karlsruhe stelt dat de ECB haar mandaat „overschrijdt” door staatsschuld op te kopen.

Het Hof stelt dat de Duitse Bundesbank, die deel uitmaakt van het ECB-systeem, „niet langer” mag deelnemen in het opkoopprogramma, tenzij de ECB een „nieuw besluit” neemt waarin zij het programma beter onderbouwt. Daarmee hebben de Duitse rechters nieuwe twijfel gezaaid over de stabiliteit van de eurozone. Juist nu, in de coronacrisis, houdt de ECB de eurozone met haar ultraruime monetair beleid bijeen.

Het oordeel gaat over het ECB-opkoopprogramma dat in 2015 werd ingezet. Sinds maart dat jaar kocht de centrale bank bijna 2.200 miljard euro aan staatsleningen op, om de hardnekkig lage inflatie in de eurozone richting het gewenste niveau van vlak onder de 2 procent te duwen. De Duitse uitspraak gaat daarmee strikt genomen niet over de extra ‘pandemieopkopen’ die de ECB dit jaar lanceerde in reactie op de coronacrisis, ter waarde van 750 miljard euro, maar ook over de wetmatigheid van dat programma zijn nu twijfels gerezen.

Lees ook: Italië kan vonk zijn van eurocrisis 2.0

Spaarders

Volgens de rechters in Karlsruhe heeft de ECB geen rekening gehouden met de „economische beleidseffecten” van het monetair beleid. Daardoor zou het beleid niet „proportioneel” zijn. „Bijna alle burgers” zijn erdoor geraakt, onder meer door de lage spaarrente, aldus het hof. De Duitse regering en het Duitse parlement moeten daarom „actieve stappen” ondernemen tegen het ECB-opkoopprogramma „in huidige vorm”. Met die laatste formulering laat het hof wel ruimte aan de ECB om het programma aan te passen of om uit te leggen waarom het wél proportioneel is.

De rechtszaak was in 2015 aangespannen door hoofdzakelijk conservatieve Duitse hoogleraren. Zij hadden het hof in Karlsruhe gevraagd de Duitse deelname aan het opkoopprogramma te blokkeren. Daartoe was het hof toen niet bereid. In plaats daarvan schakelden de Duitse rechters het EU-hof in Luxemburg in voor advies. Geheel volgens de regels, want ‘Luxemburg’ en niet ‘Karlsruhe’ beslist over de interpretatie van EU-recht, waaronder ook de ECB valt. Het EU-hof oordeelde in 2018 dat de ECB-opkopen wel degelijk legaal zijn. Dit advies slaat het Duitse hof nu in de wind, een beslissing waarmee het in feite een constitutionele crisis met de EU-rechters in Luxemburg forceert. Want het EU-Hof, en niet het Duitse hof, toetst in principe het EU-recht. Het Duitse hof is in principe slechts de hoeder van de Duitse grondwet, maar werpt zich nu ineens op als scheidsrechter van het Europees monetair beleid.

Bundesbank

De Duitse Bundesbank mag volgens het hoogste Duitse rechtsorgaan nu, na een overgangsperiode van „drie maanden”, niet meer deelnemen aan de ECB-opkopen, een wezenlijk onderdeel van het monetair beleid. Tenzij de ECB alsnog „op begrijpelijke wijze” aantoont dat het opkoopbeleid proportioneel is. Het is de vraag of de Bundesbank en de ECB, die formeel onafhankelijk zijn, naar de Duitse rechters zullen luisteren, of juist naar het eerdere oordeel van het EU-hof.

De klagers hadden in 2015 ook gesteld dat de ECB-opkopen in strijd zijn met het verbod op ‘monetaire financiering’, de financiering door de centrale bank van overheden. Daarvoor vond het Duitse Constitutionele Hof, net als het EU-hof eerder, geen bewijs.

Aanvulling (5 mei 2020, 13.15 uur): aan dit bericht zijn enkele zinnen toegevoegd over de mogelijkheid die het Duitse Constitutionele Hof aan de ECB biedt om het opkoopbeleid in een nieuw besluit te onderbouwen.