Opinie

De wetten van de markt helpen de zorg niet vooruit

Ziekenhuizen De crisis laat zien dat marktwerking geen plek heeft in de zorg, vindt . Het zorgstelsel moet op de schop.
Landelijke staking ziekenhuismedewerkers, 20 november 2019 in Utrecht
Landelijke staking ziekenhuismedewerkers, 20 november 2019 in Utrecht Foto Gerard Til/Hollandse Hoogte

Ze staan in het middelpunt van de belangstelling, de zorgmedewerkers. Helden zijn het, met vitale beroepen, waar we voor klappen en spandoeken voor ophangen. Natuurlijk, de crisis maakt de omstandigheden waarin zij hun werk moeten verrichten extra zwaar. Maar de aard van hun inzet is niet wezenlijk veranderd. Op zorgpersoneel wordt al jaren een beroep gedaan om een ‘tandje bij te zetten’.

Een mooie illustratie vormt de nieuwe cao-ziekenhuizen. Naast een bescheiden loonsverhoging is vooral ingezet op het verbeteren van de balans tussen werk en privé. Zo geldt na een bereikbaarheidsdienst een rustperiode van acht uur voordat mensen weer aan het werk gaan (was zes uur) en wordt een toeslag betaald als personeel wordt opgeroepen voor een extra dienst die binnen 72 uur moet ingaan (was 24 uur). Om dit resultaat te bereiken waren ruim negen maanden nodig, waarin de zorgmedewerkers verschillende acties voerden en het in november zelfs tot een landelijke ziekenhuisstaking kwam.

Lees ook deze opinie van FNV-vicevoorzitter Kitty Jong: Met alleen applaus kunnen wij niet werken

Nullijn

Hoe komt het dat het zoveel moeite kostte om tot een fatsoenlijke cao te komen? De publieke opinie is helder. Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau was in het voorjaar van 2019 75 procent van de burgers van mening dat er (veel) meer geld naar de zorg moest – vooral te besteden aan meer personeel, betere salarissen en vermindering van de werkdruk.

Maar hoewel de burgers (via premies en belastingen) uiteindelijk de zorgkosten betalen, gaan zij niet over de hoogte en de besteding van het budget. De mate waarin de zorg zich mag ontwikkelen wordt bepaald door financiële randvoorwaarden.

Zo is in het hoofdlijnenakkoord (een overleg tussen het ministerie, de zorgverzekeraars en de zorgaanbieders) vastgelegd dat de ziekenhuiskosten, ondanks de stijgende vraag, jaarlijks met niet meer dan 1,7 procent mogen stijgen. Vanaf 2022 staan de ziekenhuizen zelfs op de nullijn. Personeelsbezetting en daaruit volgende werkdruk worden door deze financiële kaders bepaald. Dat zou eigenlijk andersom moeten zijn: waar willen we met de zorg naartoe en wat betekent dit voor de uitgaven?

Binnen de financiële randvoorwaarden is het besluitvormingsproces opgesplitst in deelbeslissingen met deelbelangen. Zo zal iedere ziekenhuisbestuurder proberen de eigen instelling financieel gezond te houden en te snijden in de kosten. Dat kan gaan van het beperken van voorraden tot het sluiten van de spoedeisende-hulppost: positief voor het bedrijfsresultaat maar niet per definitie positief voor de zorg als geheel.

Marktconform opschalen

Na de crisis moeten we de grondslagen van het zorgstelsel opnieuw overdenken. Positief is dat ‘corona’ één ding heel duidelijk heeft gemaakt. Dat de crisis zo voortvarend kon worden aangepakt was te danken aan verregaande samenwerking, tot over de grenzen. Je moet er niet aan denken wat gebeurd zou zijn als het opschalen van de IC-capaciteit en het verplaatsen van patiënten afhankelijk zou zijn geweest van de goedkeuring van de Autoriteit Consument en Markt.

Als dit ertoe leidt dat pogingen om te komen tot marktwerking in de zorg voorgoed tot het verleden behoren is er temidden van alle ellende een lichtpuntje. Al is het bizar dat er een virus voor nodig was om dit inzicht te laten doordringen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.