De holenleeuw ging pas laat z’n eigen weg

Genetica Voor het eerst is het complete leeuwengenoom ontrafeld. De berberleeuw was verwant aan de West-Afrikaanse leeuw, blijkt nu. Die conclusie heeft gevolgen voor het in stand houden van populaties.

In de Indiase deelstaat Gujarat leeft er nog een populatie van zo’n zeshonderd leeuwen, die ook wel Perzische leeuwen worden genoemd.
In de Indiase deelstaat Gujarat leeft er nog een populatie van zo’n zeshonderd leeuwen, die ook wel Perzische leeuwen worden genoemd. Foto P. Kumar / Getty Images

Moderne leeuwen en de uitgestorven holenleeuw deelden een half miljoen jaar geleden een gemeenschappelijke voorouder. Dat is recenter dan tot nu toe werd gedacht. En van de Noord-Afrikaanse berberleeuw, die een eeuw geleden uitstierf, lopen de naaste verwanten in West-Afrika rond, en niet in India, zoals altijd werd aangenomen. Het zijn maar een paar van de vele nieuwe inzichten uit een groot genetisch onderzoek dat deze week verscheen in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Leeuwen waren ooit de wijdst verspreide landzoogdieren op aarde. Ze leefden vrijwel overal in Afrika, Eurazië en grote delen van Noord-Amerika. Toch weten we nog maar heel weinig van hun evolutie en onderlinge verwantschappen. Genetisch onderzoek heeft tot nu toe tegenstrijdige ideeën opgeleverd over hun evolutie en over ondersoorten. Dat onderzoek richtte zich altijd slechts op kleine stukjes dna, of op maar een paar ondersoorten. Nu hebben onderzoekers voor het eerst gekeken naar het hele leeuwengenoom, en wel van twintig individuen – dood en levend – uit diverse werelddelen. Aan het onderzoek werkten dertig wetenschappers uit een dozijn landen mee.

Twee van de onderzochte leeuwen waren holenleeuwen, een prehistorische leeuwensoort die leefde in Europa, Siberië en Noordwest-Amerika en die circa veertienduizend jaar geleden uitstierf. Zij komen uit de permafrost (de permanent bevroren toendrabodem) van Siberië en Yukon en zijn beide circa dertigduizend jaar oud. Twaalf leeuwen komen uit natuurhistorische collecties, verzameld tussen de vijftiende eeuw en 1959. Daarbij zijn ook inmiddels uitgestorven ondersoorten, zoals de berberleeuw, die tot 1920 in het wild voorkwam van Marokko tot Egypte. Ten slotte onderzochten de wetenschappers het dna van zes levende leeuwen uit India, oostelijk en zuidelijk Afrika.

Geen manen

Tot nu toe was niet bekend wanneer de holenleeuwen zich afsplitsten van de overige leeuwen, en of zij daarna nog een tijdlang met elkaar kruisten. Het nieuwe onderzoek laat zien dat die afsplitsing een half miljoen jaar geleden plaatsvond, wat in evolutionaire termen heel recent is. Meteen daarna vond er al geen uitwisseling van genen meer plaats, ontdekten de wetenschappers, ook al overlapten hun leefgebieden nog lange tijd met elkaar. De onderzoekers geven daarvoor verschillende mogelijke verklaringen. Holenleeuwen ontwikkelden wellicht al snel een andere familiestructuur, die bijvoorbeeld minder patriarchaal was dan die van ‘gewone’ leeuwen. Of misschien speelde het feit dat mannelijke holenleeuwen geen manen hadden een rol in selectieve partnerkeuze.

Wetenschappers onderscheidden onder de moderne leeuwen al langer twee ondersoorten: een noordelijke en een zuidelijke. Tot de noordelijke ondersoort zouden de leeuwen van India behoren, evenals die van Noord-, Centraal- en West-Afrika. De leeuwen van oostelijk en zuidelijk Afrika zouden samen de zuidelijke ondersoort vormen. Het nieuwe onderzoek laat zien dat de leeuwen van Centraal-Afrika bij de zuidelijke ondersoort horen. Eerder onderzoek, zo verklaren de wetenschappers, keek vooral naar mitochondriaal dna, erfelijk materiaal dat alleen overerft via de moederlijke lijn. Het nieuwe onderzoek keek naar het hele genoom, dus ook naar de vaderlijke lijn.

Kwetsbaar

Het feit dat de uitgestorven berberleeuw het meest verwant is aan West-Afrikaanse leeuwen, en niet aan Indiase leeuwen, heeft consequenties, aldus de onderzoekers. Er zijn natuurbeschermers die leeuwen in Noord-Afrika willen herintroduceren; zij stelden voor om daarvoor Indiase leeuwen te gebruiken. Het nieuwe onderzoek pleit daartegen.

Ook speelt mee dat de leeuwen van India zelf bijna uitgestorven zijn: ze leven alleen nog op één enkel schiereiland in de deelstaat Gujarat, en het zijn er hooguit zo’n zeshonderd. Bovendien zijn die leeuwen genetisch verbazend identiek aan elkaar. Dat gebrek aan genetische variatie maakt die populatie kwetsbaar voor inteelt en ziekten. Wellicht is het een goed idee om de Indiase populatie te ondersteunen door introductie van enkele leeuwen uit West-Afrika, aldus de onderzoekers. Maar ook daarbij is voorzichtigheid geboden, en succes is niet gegarandeerd.