Brieven

Brieven 5/5/2020

leeftijdsgrenzen (1)

Stopt verspreiding niet

Met enige verbazing las ik het voorstel van ziekenhuisbestuurder Rob Dillmann om de coronamaatregelen selectief te versoepelen op basis van ‘risico’ (‘Versoepel voor wie weinig risico loopt’, 2/5). Dat is geen goed criterium. We willen de overdrachtssnelheid laag houden om files in de ziekenhuizen te voorkomen. Dan moet het uitgangspunt zijn: versoepel voor degenen die weinig verspreiden, níét op basis van het vermeende persoonlijk risico.

Ook is het van belang om duidelijk te maken wat we met ‘risico’ bedoelen. Gaat het om de rekening van medische kosten van de gevolgen van een besmetting? Zelf heb ik sinds mijn zeventigste verjaardag een niet-reanimerenpenning, en zie ik af van elke behandeling in een ziekenhuis. Dan ‘riskeer’ ik toch geen maatschappelijke kosten als ik geïnfecteerd raak? Ik blijf zelf wel zoveel mogelijk weg bij blaffende medemensen en andere gevaren. Wat zou u me dan moeten beperken?

Leeftijdsgrenzen (2)

Een gelijk stapje terug

Wat een goed voorstel, om de maatregelen te versoepelen voor wie weinig risico loopt. De coronamaatregelen kennen nu één leeftijdsgrens: alleen kinderen op de lagere school hoeven geen afstand te houden. De andere maatregelen zijn voor iedereen hetzelfde: niemand naar de kapper of film, niemand op een terrasje. In de praktijk bekent dat dat het grootste offer wordt gevraagd van degenen die het minst last hebben van het virus. Mijn ouders (80+) mopperen weinig. Hun leven is niet zo heel anders geworden, zeggen ze. Ze doen boodschappen, wandelen, maken een praatje. Geen terrasje meer, dat vinden ze wel jammer. Mijn zoon (19) moppert veel. Niet met vrienden naar film, festival of sportschool, en online zijn opleiding volgen. Dat is een scheve verhouding. Je moet niet vragen of iedereen zich aan dezelfde regels houdt, maar of iedereen een even groot offer brengt. Naast algemene maatregelen kunnen we ook leeftijdsgebonden maatregelen nemen. Bijvoorbeeld: ouderen die in een bepaald tijdsslot niet op straat komen, zodat jongeren meer ruimte hebben. Maximaal twee mensen op bezoek bij ouderen en vijf bij jongeren. Dan leveren beiden wat vrijheid in. Dat is geen „lastige boodschap”, zoals in het artikel staat, maar solidair: iedereen doet een even grote stap terug, voor elkaar.

Leeftijdsgrenzen (3)

Geen ophokplicht

Covid-19 is vooral een risico voor 65-plussers. Een partiële lockdown, alleen voor ouderen, zou de economische impact aanzienlijk beperken. Maar een ophokplicht voor ouderen druist in tegen ons gevoel van solidariteit. Het zou ook pure leeftijdsdiscriminatie zijn. Er is echter een elegante oplossing voor te bedenken: behoud in de openbare ruimte de afstandsregel, maar maak verder stukjes anderhalvemetersamenleving. Bijvoorbeeld: maak de eersteklascoupés coronabestendig door compartimenten van anderhalve meter te creëren, afgeschermd met plexiglas, gereserveerd voor ouderen of mensen met gezondheidsklachten. Reserveren verplicht, vol is vol. Voor bussen en trams kun je aparte dienstregeling met aangepaste voertuigen maken. De rest van de mensen kan, al dan niet met mondkapje, gewoon weer met het openbaar vervoer. Ook restaurants zouden heropend kunnen worden, op voorwaarde dat ze een beperkt aantal veilige plaatsen bieden voor de kwetsbare groepen. Zo’n regeling is ook mogelijk bij concerten en sportwedstrijden. Door dit gefaseerd in te voeren kun je de effecten ervan stapsgewijs monitoren.

Lintjes

Corona civica

Youp van ’t Hek vindt het jammer dat de lintjesregen niet op de zorgwerkers en hulpverleners is neergedaald (Jammer Willy!, 25/4) . Hij heeft gelijk. In de Romeinse Republiek was de lauwerkrans een hoge onderscheiding die verleend werd aan personen die een medeburger het leven hadden gered door een vijand te verslaan en moedig op de post te blijven – dus met gevaar voor eigen leven. Dragers van de lauwerkrans werden publiekelijk toegejuicht. De Latijnse naam van deze krans is opeens actueel geworden: corona civica. Misschien een idee?