Interview

Als coronapatiënt op haar eigen intensive care vreesde ze de dood

Meta van der Woude | Intensivist Meta van der Woude was heel ziek, had al afscheidsfilmpjes gemaakt, en vreesde te overlijden. „Als ik mijn ogen sloot, kwamen er wilde lichtflitsen of ging ik alles herbeleven.”

Meta van der Woude zit in haar tuin, die volop in bloei staat. Ze draagt een jurk met veel roze en pumps in dezelfde kleur. Op het oog lijkt er niets aan de hand. Tot ze opstaat en een stukje loopt, voetje voor voetje. Door het coronavirus verloor ze vijf kilo, voornamelijk spieren.

Van der Woude (54) is anesthesioloog en intensivist in het Zuyderland Medisch Centrum in Heerlen en Sittard. Vorige maand kreeg ze Covid-19. Bijna een maand was ze opgenomen in haar eigen ziekenhuizen, ruim een week lag ze op de intensive care. Ze leerde de betekenis van het woord ‘doodsbang’ kennen, vertelt ze. „Als arts weet je veel. Alles wat kan gebeuren.” Haar stem, aangetast door het virus, mist nog kracht.

Anderhalve maand geleden keerde ze nog blakend van gezondheid en gebruind terug van een cruise langs de Cariben. Haar man Rob Slappendel, die anesthesioloog was en nu consultant in het management van ziekenhuizen, was zestig geworden. „Dus we hadden wat te vieren.”

Het volgende feest stond gepland voor 25 juni, haar promotie aan de Universiteit van Amsterdam/AMC. Haar proefschrift (Studies into optimalization of care provided in the operating room and the intensive care unit) wijst op het belang van ‘long-protectief’ beademen, met lage drukken en kleine teugen, en op IC-verpleegkundigen die in geval van een delier – plotselinge verwardheid – meer vertrouwen op hun eigen oordeel dan op gevalideerde testen. Onderwerpen die ze mede kon doorgronden door jarenlange ervaring met patiënten.

Lees ook Na drie weken intensive care nog eenentwintig weken revalideren

Haar eerste werkweek na de vakantie draaide Van der Woude diensten in het ziekenhuis in Sittard. Net over de grens in Duitsland werden toen besmettingen geconstateerd. „Op vrijdag hadden wij onze eerste coronapatiënt.” Een paar dagen later raakten bewoners van zorgcentrum Hoogstaete in Sittard besmet.

De patiëntenaantallen waren nog niet zo hoog dat Van der Woude exceptioneel lange werkweken moest draaien. Zwaar vond ze het wel, moeilijke gesprekken voeren in beschermende kleding. „Een man vroeg: ‘Ga ik dit halen?’ En dan toegeven dat je het niet weet. Hij zat erg in over zijn vrouw, die hem niet mocht bezoeken. Met haar hebben we veel gefacetimed. Een paar dagen later overleed hij. Zijn vrouw en zoon zijn vooraf langs geweest. Die dood trok ik me erg aan.”

Meta van der Woude in beschermende kleding en op de intensive care. Foto’s privé-archief

Donderdag 19 maart voelde Van der Woude zich ineens grieperig en verkouden. Volgens de richtlijnen toen nog onvoldoende verschijnselen om thuis te blijven. Een dag later veranderde dat. „Ik had spierpijn en hoge koorts. ’s Ochtends ben ik op de eerste hulp in Heerlen getest. ’s Avonds bleek mijn test positief.”

In thuisquarantaine was Meta van der Woude in eerste instantie bezorgd over anderen: „Ik was als de dood dat ik mijn familie had besmet of de groep arts-assistenten waaraan ik op donderdag nog een instructie had gegeven.”

Haar gezondheid ging hard achteruit. Ademen werd moeilijker. „In de nacht van maandag op dinsdag heb ik mijn man wakker gemaakt en hem gezegd dat het tijd was voor opname.”

Afscheidsfilmpjes voor familie

Van der Woude werd patiënt in haar eigen Heerlense ziekenhuis. Ze bleef meedokteren: „Bij mijn medicatie zat ook chloroquine, eigenlijk een antimalariamedicijn, dat mijn leverfunctie aantastte. Ik kon niet meer eten, had buikpijn en werd alleen maar zieker. Dus heb ik erop aangedrongen om dat weg te laten.”

Ze zag alleen artsen en verpleegkundigen die per se bij haar moesten komen. „Heel eenzaam. Even heb ik nog nieuws opgehad op tv, daar zag ik dat in Frankrijk drie artsen waren overleden aan corona. Ik was stilaan bang dat ik zou overlijden en worstelde met die gedachte. Tegen verpleegkundigen begin je er niet over. Mijn man wilde ik ook niet ongerust maken.”

Op zaterdag 28 maart werd Van der Woude geïntubeerd en op haar buik gedraaid voor beademing op de IC waar ze al twintig jaar werkte. De dagen ervoor had ze voor de zekerheid met haar telefoon afscheidsfilmpjes opgenomen voor haar kinderen, ouders en echtgenoot.

Ik had een delier. Verpleegkundigen veranderden in een gospelkoor

Meta van der Woude anesthesioloog/intensivist

Die avond kreeg haar man vanuit het ziekenhuis een telefoontje. Slappendel: „Het ging slechter en de artsen en verpleegkundigen vonden het verplegen van een zieke collega emotioneel te belastend. Toen is Meta ’s nachts om vijf uur per ambulance naar het Radboudumc in Nijmegen gebracht.”

Daar begon ze langzaam op te knappen. Haar echtgenoot mocht haar één keer per dag bezoeken, en – zoals gebruikelijk is in het Radboudumc – thuis meekijken in haar dossier. „Ik kon volgen hoe koortsig Meta was en wat haar bloeddruk deed. Dat stelde een beetje gerust.”

Na acht dagen mocht Van der Woude van de beademing en werd ze uit haar slaap gehaald. Maar enkele uren later moest ze toch weer beademd worden vanwege een zwelling in haar luchtpijp. Er volgden periodes van verwarring.

„De artsen vonden me te helder voor een delier, maar ik had er wel degelijk een. Gelukkig een fijne, bijna Disneyachtige. Verpleegkundigen veranderden langzaam in een gospelkoor. Ik zag ook roze olifantjes. Op mijn heldere momenten was ik me heel bewust van de IC. Je kent alle geluiden en lichten. Dan ging er een alarm af en wist ik dat er bij de patiënt naast me iets aan de hand was met het nierdialyse-apparaat.”

Lees ook Voorzitter IC’s: solidariteit tussen ziekenhuizen daalt

Van der Woude op de intensive care. Privé-archief

Op dinsdag 7 april werd Van der Woude vanuit Nijmegen overgebracht naar Zuyderland Medisch Centrum in Sittard. „Het was echt lente geworden. Die blauwe lucht! Dat was prachtig na zo lang al die apparatuur en ingepakte collega’s om me heen.”

Ze was nog altijd zwak. „Ik had enorme hoofdpijn. Als ik op de bedrand overeind was geholpen, had ik het gevoel dat ik zelf bewoog én de wereld om me heen. Slapen was lastig. Als ik mijn ogen sloot, kwamen er wilde lichtflitsen of ging ik alles herbeleven.”

Rolstoel, rollator, wandelstok

Na Sittard volgde het revalidatiecentrum Adelante in Hoensbroek. „Een verademing. Ik zat nog steeds in quarantaine, maar voor het eerst kon ik ook mijn bed uit. Om de rolstoel te leren kennen. Om zelf te douchen. Het kostte veel moeite, maar het lukte. Met handschoenen en masker mocht ik ook de kamer af. Vanaf het balkon zag ik mijn familie. De rolstoel werd een rollator, de rollator een stok, op 15 april kon ik weer zonder lopen.”

Drie dagen later mocht Van der Woude naar huis. „In de straat hingen overal posters voor de ramen met een hart en mijn voornaam. Van kaarten, bloemen en chocolaatjes tot het opsteken van kaarsjes: mensen hebben intens met me meegeleefd. Dat deed me veel.”

Bij haar echtgenoot drong toen pas door dat zijn vrouw door het oog van de naald was gekropen. „Daarvoor was het een soort mist. Je wordt geleefd. Op en neer rijden naar de ziekenhuizen. Iedereen op de hoogte houden hoe het gaat, en zo goed mogelijk de kinderen bijstaan.”

Met haar gezin werkt Van der Woude nu langzaam verder aan haar herstel. Aan de coronacrisis gewijde televisieprogramma’s ontwijkt ze zoveel mogelijk, zodat niet alles weer wordt opgerakeld. „Ik kijk naar het ochtendnieuws en één keer per week de persconferentie van de premier. Verder alleen fijne films.”

Een nieuwe datum voor haar promotie is nog niet geprikt. Van der Woude is nog niet sterk genoeg voor de verdediging, en veel mensen uit haar promotiecommissie zijn bovendien te druk met het redden van levens. Aan de tekst van het proefschrift kan ze niets meer veranderen, maar in de stellingen die ze zal verdedigen en het lekenpraatje zal straks ongetwijfeld doorklinken wat ze heeft meegemaakt.

Zelf patiënt zijn heeft haar blik op het werk veranderd, zegt Van der Woude. „In de IC-geneeskunde willen we mensen graag wakker houden, terwijl ik zelf rust het prettigst vond. Maar misschien ben ik een watje. Hoe dan ook zullen we die promotie vieren als een overwinningsfeest.”

Hoe lang haar herstel zal duren en of ze ooit zal terugkeren in haar oude functie is nog niet te zeggen. „Dat hangt af van wat ik er fysiek en psychisch aan overhoud.” Vorige week begon ze met drie keer per week dagbehandeling. „De zorg voor herstellende coronapatiënten moet nog vorm krijgen. Ik denk graag mee. Nazorg voor intensivecarepatiënten was altijd al een van mijn specialismen.”