Verzekeraars geven steun aan getroffen zorgverleners

Coronacrisis Zorgverleners als kraam- hulpen en fysiotherapeuten zien de omzet instorten. De steun van verzekeraars kan tot hogere premies leiden.

In een tandartspraktijk in Rotterdam dragen medewerkers spatbrillen.
In een tandartspraktijk in Rotterdam dragen medewerkers spatbrillen. Foto Pieter Stam de Jonge/ANP

Omdat zorgverleners nu eenmaal een ‘contactberoep’ hebben, ligt het voor de hand dat de coronacrisis hen hard treft. Maar zo hard? Bij audiciens is in de afgelopen weken de omzet gehalveerd en bij dialysecentra en trombosediensten verdween tweederde van de inkomsten. Nog harder gaat het eraan toe bij kraamhulpen, fysiotherapeuten en wijkverpleegkundigen, die bijna 90 procent minder konden declareren bij de zorgverzekeraar.

„We staan met onze benen midden in de samenleving. Het was ons daardoor al snel helder dat de pandemie deze beroepen, waarin je dicht bij mensen komt, heel erg hard zou raken en dat we daarom snel een regeling moesten maken”, zegt Petra van Holst, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Nadat de zorgverzekeraars half april al aankondigden om zorgverleners-in-geldnood voorschotten te geven, presenteerden ze vrijdagavond een steunplan voor een diverse groep zorgaanbieders die jaarlijks ruim 7 miljard euro omzetten. „Om te voorkomen dat we straks na de crisis moeten constateren dat het zorglandschap is ingestort”, licht Van Holst toe.

Zorgaanbieders die afspraken met klanten hebben moeten annuleren of hun praktijk hebben gesloten, kunnen bij de zorgverzekeraar een zogeheten continuïteitsbijdrage aanvragen om de gemiste omzet te compenseren.

‘Zorg later inhalen’

Als de zorgverleners weer aan de slag kunnen, wordt verwacht dat ze de geannuleerde zorg zoveel mogelijk inhalen. „De zorgaanbieders zullen daarvoor extra de schouders eronder moeten zetten, om te voorkomen dat we straks enorme wachtlijsten hebben”, zegt van Holst. „We weten dat de zorgaanbieders ook heel graag de inhaalzorg willen leveren om de patiënten te helpen.”

De regeling geldt voorlopig tot 1 juli 2020 en gaat met terugwerkende kracht in vanaf 1 maart. Van Holst: „Een verlenging is mogelijk, maar dat hangt af van wat er gebeurt met de intelligente lockdown.” Alleen instellingen en ondernemers met een omzet van minder dan 10 miljoen euro kunnen er een beroep op doen. Naar schatting 20.000 zorgaanbieders komen in aanmerking voor de regeling. Onder hen zijn meer dan 7.500 fysiotherapeuten, ongeveer 6.000 mondzorgaanbieders en zo’n 1.000 paramedische zorgverleners zoals ergotherapeuten. Van Holst: „Het gaat om veel zorgaanbieders, maar ook om premiegeld. Zorgvuldigheid speelde voor ons daarom een belangrijke rol.”

Waar de overheidssteun voor andere economische sectoren voorziet in een subsidie van maximaal 90 procent van de loonkosten, krijgen de zorgaanbieders in principe de hele gederfde omzet vergoed. Het onderzoeksbureau Gupta heeft daarvoor berekend wat de zorgaanbieders hadden moeten omzetten (de normomzet) en dat vergeleken met de bedragen die feitelijk zijn gedeclareerd. Zo zullen de zorgverzekeraars naar verwachting 75 tot 87 procent van de omzet als ‘continuïteitsbijdrage’ gaan uitkeren. Omdat niet alle beroepsgroepen even hard zijn getroffen verschillen de percentages per sector, van 55 procent voor audiciens tot 87 procent voor kraamhulpen

Om te voorkomen dat de verzekeraars – en dus de premiebetalers – straks dubbel betalen, wordt de inhaalzorg straks maar voor een deel vergoed, veelal zo’n 44 procent. Dat betekent hoe dan ook een forse stijging van de kosten voor de verzekeraars en een haast onvermijdelijke stijging van de zorgpremie straks. Hoeveel extra uitgaven de zorgverzekeraars doen, kan Van Holst niet zeggen: „De hele coronacrisis kost veel geld. Van de extra kosten voor de inrichting van IC’s tot maatregelen die we straks mogelijk moeten nemen om in de zorg het werk te kunnen blijven doen. We hebben echt nog geen compleet beeld. We betalen dit in elk geval uit de premiegelden en uit de reserves van de zorgverzekeraars.”

De volgende regeling zit er al aan te komen, namelijk voor instellingen met een omzet van 10 miljoen euro of meer, zoals ziekenhuizen en universitaire medische centra. Eerder hebben de zorgverzekeraars al voorschotten gegeven om de acute geldnood bij deze instellingen te lenigen. Van Holst: „Om te zorgen dat alle patiënten ook in de toekomst geholpen kunnen worden, zullen we allemaal onze maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen en wat harder moeten lopen.”