Raffinaderijen onder druk, want op benzine zit Europa nu niet te wachten

Raffinagesector Lagere afzet dwingt raffinaderijen tot productiebeperking. In de Europoort is dat niet zo te merken, maar elders in Europa is al 11 procent van de capaciteit stilgelegd.

De raffinaderij van Galp in het Portugese havenstadje Sines, nog in vol bedrijf. De productie is inmiddels stilgelegd.
De raffinaderij van Galp in het Portugese havenstadje Sines, nog in vol bedrijf. De productie is inmiddels stilgelegd. Foto Mario Proenca/Bloomberg

Sinds maandag komt er geen benzine meer uit de raffinaderij bij het Portugese havenstadje Sines. Ook geen kerosine, geen diesel, geen nafta, geen stookolie, niets. De Portugese oliemaatschappij Galp heeft de raffinaderij gesloten vanwege de coronacrisis.

„We hadden geen opslag meer over”, zegt woordvoerder Pedro Marques Pereira. „We sluiten nu voor een maand, en we zullen zien wat er gebeurt in juni.” Omdat sinds begin april ook de kleinere Matesinhos-raffinaderij van Galp al is dichtgegaan vanwege de crisis, is nu in heel Portugal geen raffinaderij meer open.

De twee raffinaderijen van Galp zijn extreme voorbeelden van hoe de Europese raffinagesector klappen krijgt door de sterk verminderde vraag naar fossiele brandstoffen.

„Dit is een behoorlijk unieke situatie”, zegt de Britse raffinageanalist Michael Connolly van het internationale bureau ICIS. Op dit moment heeft meer dan de helft van de Europese raffinaderijen de productie verminderd of zelfs stilgelegd. Dat blijkt uit een overzicht dat het bureau vrijdag maakte. De productiebeperkingen en -stops zijn grotendeels een effect van de coronacrisis. En het worden er snel meer: drie weken geleden ging het nog ‘slechts’ om een derde van de raffinaderijen.

Niemand zal het hardop zeggen, maar de huidige crisis zet de verhoudingen op scherp in de Europese raffinagesector – die toch al moeizaam liep.

In 2016 en 2017 schreef het Haagse energie-instituut CIEP twee studies over de raffinagesector die nog altijd invloedrijk zijn. CIEP beschrijft de „overcapaciteit” in de branche die nog „niet heeft geleid tot massale beperking van de raffinagecapaciteit”. Ruim vijf jaar geleden sloten enkele raffinaderijen in onder meer Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar om uiteenlopende redenen bleef het daarbij. Zo willen nationale overheden graag raffinaderijen behouden vanwege hun strategische belang, en is bodemsanering heel duur. Dat de zwaksten het uiteindelijk niet overleven, is volgens kenners van de sector echter onvermijdelijk.

Lees ook dit verhaal: Veel aanbod, minder vraag. De olie-economie is op onbekend terrein beland

Logistiek voordeel

De uitgangspositie van Europese raffinaderijen verschilt sterk, afhankelijk van hun ligging en afzetmarkt. Die verschillen worden nu uitvergroot. „In heel Europa staat de sector onder druk”, zegt Connolly, maar de raffinaderijen in Nederland, de Antwerpse haven en het Ruhrgebied hebben „een groot logistiek voordeel”. „Er zijn meer opslagtanks, en meer mogelijkheden om producten af te voeren, overzees of via pijpleidingen.”

Op dit moment is 10 procent van de Europese raffinagecapaciteit uitgeschakeld, volgens ICIS. Nog eens 42 procent draait op een verminderd niveau. Maar er zijn sterke regionale verschillen. In Nederland, waar meer raffinaderijen bij elkaar staan dan waar dan ook in Europa, blijft de schade nog beperkt. Met name in Frankrijk en op het Iberisch schiereiland staan veel raffinaderijen stil of op een laag pitje.

In die landen is de lockdown het strengst, maar dat is niet het hele verhaal.

Bijna alle grote oliebedrijven hebben een raffinaderij in Nederland. Shell bezit in Pernis de grootste raffinaderij van Europa, BP en ExxonMobil zitten eveneens groot in het Rotterdamse havengebied. Total heeft een grote raffinaderij bij Vlissingen in een joint venture met het Russische Lukoil. Samen met de kleinere Rotterdamse raffinaderijen van Gunvor en Vitol zijn er in totaal zes.

Allemaal moeten ze een oplossing vinden voor de ingestorte vraag naar hun producten. Volgens branchevereniging van tankstationeigenaren Nove werd in Nederland de afgelopen weken 50 procent minder benzine verkocht en 20 procent minder diesel. Hoewel mensen inmiddels iets meer zijn gaan autorijden, gaat het volgens directeur Erik de Vries van Nove „om hooguit een paar procent erbij”. Van kerosine is de afname nog sterker. In april is in Europa 85 procent minder kerosine getankt, schat het Internationaal Energieagentschap.

Naar zulke cijfers kan een gemiddelde raffinaderij zich niet schikken. De meeste moeten door technische beperkingen op 50 à 60 procent van hun capaciteit blijven draaien. Wat hun opties verder inperkt, is dat uit een vat ruwe olie een ‘menu’ aan producten komt waaraan beperkt gesleuteld kan worden. Onhandig, nu aan sommige olieproducten (zoals diesel) veel meer behoefte is dan andere (zoals benzine). Alles wat overtollig is, moet worden opgeslagen of vervoerd naar andere afzetmarkten – die ook deels zijn stilgevallen.

Ook directeur Coby van der Linde van CIEP ziet dat de verschillen in Europa zich aftekenen. „Er zitten in Frankrijk en Spanje raffinaderijen bij die alleen op motorbrandstoffen zijn gericht. Ook standalones hebben het vaak moeilijker.” Ze zitten in hun eentje aan de kust of landinwaarts, en maken weinig andere producten zoals smeermiddelen, grondstoffen voor chemicaliën of schonere scheepsbrandstof. Dat is anders is een regio zoals de Europoort, vol pijpleidingen en afnemers zoals chemische fabrieken.

Lees ook: Olieprijs daalt verder, maar van dividenduitkering zien grote concerns niet zomaar af

Onderhoudsbeurt

Dat in Nederland alles nog bij het oude is, gelooft Michael Connolly van ICIS niet. „Ik denk dat de meeste raffinaderijen in deze regio [Nederland, Antwerpen en het Ruhrgebied] ook minder produceren, maar we weten het niet zeker.”

Volgens directeur Erik Klooster van branchevereniging VNPI draaien de Nederlandse raffinaderijen „relatief goed”. Hoe de situatie echt is, is voor een buitenstaander lastig te achterhalen. Zwijgzaamheid is de norm in de sector, want de concurrentie kijkt mee. Noch BP, noch Shell wil bijvoorbeeld iets kwijt over eventuele productiebeperkingen in Rotterdam.

Wat Shell wel bekendmaakte, is dat de Shell-raffinaderij in Pernis in april met een grote onderhoudsbeurt aan een deel van de raffinaderij eerder is begonnen dan gepland was. De renovatie kan zo doorgaan, terwijl er minder werklui tegelijk op de fabriek rondlopen en het besmettingsgevaar beperkt blijft.

De onderhoudsbeurt is „voor de zomervakantie” voltooid, meldt een woordvoerder van Shell. Maar welke gevolgen de renovatie heeft voor de productie van de raffinaderij, daarop kan Shell „niet ingaan”.

Michael Connolly van ICIS denkt dat de timing voor concurrenten hoe dan ook niet slecht uitkomt. „Dat geeft de concurrentie weer wat meer ruimte om het hoofd boven water te houden.”