Waarom deze crisis juist twintigers en dertigers aan het denken zet

Jonge stedelingen Het is wennen voor de twintigers en dertigers van de ‘leukigheidsmaatschappij’: alle horeca is dicht, je leven uitbesteden via apps kan niet meer. Hoe gaan ze daarmee om?

Illustratie: Lotte Dijkstra

Wat jonge stedelingen het meeste missen aan hun oude levensstijl? Het broodmandje. Op Instagram ging een foto viraal van een mandje brood met boter, zoals je die krijgt als je uit eten gaat. Huilende emoji’s, namen van favoriete restaurants – duizenden millennials reageerden op het beeld, dat als bijschrift ‘zelfs ’s nachts denk ik aan je’ had.

Ook ik ben er zo één – al was mijn tweede gedachte: hopelijk kan ik straks nog een etentje betalen. Een significant deel van mijn inkomen besteedde ik tot niet zo heel lang geleden aan het door anderen laten bereiden van mijn eten en drinken. Een haverlatte voor onderweg, brunchen met vrienden, het weekend inluiden in dat populaire tentje – het is niet gek dat ik de afgelopen weken al meerdere keren droomde dat ik op een terras zat.

Net als velen van mijn generatie – en dan heb ik het over randstedelijke twintigers en dertigers – heb ik geleerd om een groot deel van mijn leven uit te besteden. Een fiets bezitten, laat staan een band plakken? Daarvoor bestaat Swapfiets. Een fietstocht door de stromende regen? Dan liever een ‘Ubertje’. Voor schoonmaak bestaat Helpling. Iets kapot in huis? Dan heb je vast wel een handige ouder die klaarstaat om dat dezelfde dag nog te maken. En op de avonden dat je wél zelf kookt, laat je een maaltijdbox bezorgen.

Hetzelfde geldt voor ons persoonlijke leven – dat hebben we uitbesteed aan kleurige icoontjes op ons scherm. Voor liefde openen we Tinder, om in conditie te blijven Onefit, voor mentale rust Headspace en om te ontspannen Netflix.

Verwend, onvolwassen? Misschien. Uit onderzoek van het CBS in 2019 blijkt dat jongeren van nu later de ‘volwassen’ mijlpalen bereiken – al was het maar omdat je in de flex-economie nu eenmaal minder snel een huis kunt kopen of gezin kunt onderhouden.

Maar bovenal biedt ons uitbestede leven een gevoel van efficiëntie. Want, zoals ik eerder voor NRC schreef: millennials hebben het idee geïnternaliseerd dat ze in dit neoliberale tijdperk elk moment van de dag productief moeten zijn.

Lees ook: Waarom volwassen worden zo zwaar is voor dertigers

Dus ja, het is even slikken nu we door de coronacrisis voor het eerst in ons leven op onszelf zijn teruggeworpen. Een enorm luxeprobleem – want genoeg mensen die zich nu zorgen maken over hun gezondheid of een weggevallen inkomen. Evengoed vraag ik mij af: hoe redden jonge stedelingen zich in deze crisis?

Allereerst is daar het gevoel van leegte. Nu pas, met zeeën van vrije tijd, viel mij op hoezeer mijn generatie haar identiteit laat bepalen door de manier waarop wij leven – weken tot de nok gevuld met deadlines, sportklasjes, horeca, uitgaan en reisjes. Wie zijn wij eigenlijk zonder al deze ruis? Ondanks een nieuwe blender, yogamat en onbeperkt netflixen bleef dit gevoel hangen: eigenlijk had ik gewoon behoefte aan een knuffel.

Menselijk contact, dus. Gaan wij wel goed om met onze vriendschappen?

Nee, zegt een generatiegenoot: Yaël van der Schelde (26), freelance documentaire-researcher. Tot voor kort deed ook zij volop mee aan de randstedelijke ratrace. „Als vrienden wilden afspreken, had ik pas tweeëneenhalve week later een plekje.”

Veel single millennials trekken nu tijdelijk weer bij hun ouders in

Ook zij werd in het begin van de quarantaine overvallen door een gevoel van leegte. „Ineens had ik alle tijd van de wereld. Ik zat alleen op mijn kamer en dacht: als dit het enige is wat ik de komende weken heb, dan red ik het niet.”

Bij vrienden op bezoek of ze uitnodigen: hoe graag ze het nu ook had gewild, het bleek nauwelijks te organiseren. Ze besloot twee weken bij haar ouders en broertjes te logeren. Daar speelden ze spelletjes, dansten en kookten - „het voelde soms net een sitcom.”

Gevoel van zinloosheid

Psychiater Dirk De Wachter snapt wel dat juist jonge mensen uit de door hem gemunte ‘leukigheidsmaatschappij’ in deze periode tegen existentiële vraagstukken aanlopen. De Wachter: „Vakanties, gladde lijven, mooie beelden op Instagram: het leven moest één groot feest zijn. Jonge mensen zijn opgevoed met het idee dat de wereld aan hun voeten ligt – en nu worden ze ineens geconfronteerd met de onvoorspelbaarheid van het bestaan.”

Een levensstijl die bestaat uit virtueel contact en uitbesteding werkt alleen als die gecounterd wordt door echt contact, zegt hij. „De mens heeft behoefte aan nabijheid. Aan aanraking. Aan zorg en relaties. Valt dat weg, dan ontstaat een gevoel van zinloosheid.”

Naast echt contact valt ook een prettig thuis onder de basisbehoeftes. In onze oververhitte woningmarkt wonen veel twintigers en dertigers met huisgenoten of in minuscule studio’s – The Wall Street Journal beschrijft hoe veel single millennials ook om die reden tijdelijk bij hun ouders intrekken. In mijn netwerk zie ik hoe de confrontatie met de eigen woonsituatie de mentale gezondheid terneer kan drukken. Een goede vriendin, een 30-jarige front-enddeveloper bij een grote mediaorganisatie, plaatst op een dag dit bericht op Instagram:

Illustratie Lotte Dijkstra

„Wat me echt kapotmaakt in de afgelopen weken is dat ik alles ‘juist’ heb gedaan. Ik ging naar de universiteit, ben schuldenvrij, heb een goede baan. Toch is er geen enkele mogelijkheid dat ik ooit een woning kan bezitten in de stad waar ik ben opgegroeid. Ik woon in een studio van 16 vierkante meter en dit is het beste wat ik zal krijgen. Fuck, wat is dit oneerlijk. Ik ben er zo ziek van om te moeten slapen, eten, werken en ontspannen in dezelfde kamer.” Als tijdelijke oplossing huurde ze twee keer een kamer in een luxehotel om voor een dag in te werken.

Dat verklaart ook deels het rouwen om horeca: voor jonge mensen in de stad fungeert de horeca als wat sociologen een third place noemen, een ontmoetingsplek tussen werk en thuis. Voor Yaël van der Schelde reden om thuis restaurant- en koffiebarervaringen te simuleren. „Ik kook de halve dag en bak mijn eigen zuurdesembrood. In de keuken hebben mijn huisgenoot en ik een koffiestation gebouwd met havermelk en kwaliteitsbonen. Elke zondag heb ik met een vriendin een eetthema. Laatst was dat midzomernacht, met alleen maar Scandinavische gerechten.” Af en toe haalt ze nog een koffie buiten de deur („het hoogtepunt van mijn dag”) en een fles wijn to go om haar favoriete restaurant te steunen.

Verloren generatie

‘Millennials zijn eindelijk gestopt met het kopen van avocadotoast. Kunnen ze nu wél een huis kopen?’ was de inhoud van een virale tweet – als sneer naar het verwijt dat jonge mensen slecht met hun geld omgaan. Want naast existentiële gevoelens worden twintigers en dertigers zonder de verdovende pleister van het ‘leuke’ leven vooral ook geconfronteerd met hun fragiele economische positie. In een recent artikel heeft The Atlantic het over een ‘verloren generatie’, die de arbeidsmarkt opging tijdens een recessie en nu, in wat de peak earning years zouden moeten zijn, wéér een crisis over zich heen krijgt.

„Dat is ook waarom jonge stedelingen juist nu zichzelf tegenkomen”, zegt Fenna Brinkmann (23), die over generatiegenoten schrijft voor lifestyleplatform NSMBL. „Voor veel van hen is vastigheid moeilijk te bereiken, dus werd vrijheid het nieuwe ideaal. Als freelancer je eigen uren indelen. Huren in plaats van kopen. Uitgeven in plaats van sparen. Nu ervaren we de consequenties van die manier van leven. Ineens klinkt werken in loondienst aantrekkelijker dan ooit.”

Hoe nu verder? Krijgen we te maken met een geknakte groep jonge mensen?

„Ik geloof in de weerbaarheid en flexibiliteit van jonge mensen”, zegt Dirk De Wachter. Hij hoopt dat jongeren deze periode aangrijpen om na te denken over wat een zinvol bestaan voor ze inhoudt. Maar, voegt hij toe: „Bij een deel van de jonge mensen zie je al de eerste barstjes. Die vragen zich af: wanneer kan het terug naar normaal? Ik moet nú eventjes doorbijten, maar stráks is het weer partytime.”

Niet meer kunnen aanhaken

Zijn grootste zorg is de groep die buiten de boot gaat vallen door werkloosheid – hoewel officiële cijfers nog ontbreken melden vooral jongeren met een flexcontract zich voor bijstand. „Die kunnen straks niet meer aanhaken. Hoe gaan de mensen die hun leven hebben opgehangen aan de leukigheidscultuur, nieuwe zingeving creëren binnen een beperkte economische ruimte? Dat is de groep waar ik als psychiater straks mee te maken krijg.”

Zelf maak ik me daar vooralsnog geen zorgen over. Integendeel eigenlijk: naarmate de tijd verstrijkt maakt de leegte – op af en toe een dipje na – plaats voor een nieuw gevoel van kalmte. Ik voer goede gesprekken met de weinige vrienden die ik nog zie, lees boeken waar ik eerder niet aan toekwam en geniet van de wandelingen door een ineens dorps-aandoende stad. Ik kook, regel mijn administratie, scheer mijn haar af. Ik besef dat ik zelfredzamer ben dan ik dacht – en dat een cocon van apps en uitbesteding niet zaligmakend is.

Alleen de horeca, die mis ik nog steeds. Op een prachtige zaterdagochtend haal ik een latte en croissantje bij mijn favoriete koffiezaak, die geopend is voor afhaal. Ik neem plaats aan een verlaten tafeltje in de buurt. Als ik door mijn wimpers kijk, is het even of ik een terrasje pak.