Kinderporno in de appgroep van de klas

Online veiligheid Buiten het zicht van ouders, gaan in appgroepen van scholieren, vooral die waar tientallen kinderen in zitten, strafbare beelden rond. Een Arnhems gymnasium besloot de hulp van ouders, politie en media in te roepen. „Dit is waar de jeugd momenteel mee bezig is.”

Het is december 2019, de schoolweek is amper begonnen, als Bob Wonnink een anonieme mail ontvangt. Een screenshot, ziet de conrector bovenbouw van het Stedelijk Gymnasium in Arnhem, van een WhatsApp-gesprek. De reden is hem direct duidelijk: in het appgesprek zit kinderporno. Van een jong meisje, misschien zes jaar. Hij herkent enkele namen van leerlingen uit de hoogste klas, ook degene die de afbeelding heeft gedeeld. De conrector stapt direct naar rector Mirjam Stuiver in de kamer ernaast. Wat gaan we hiermee doen?

In die kamer geven Stuiver en Wonnink graag uitleg over wat er afgelopen december op hun school is gebeurd. Bang voor reputatieschade zijn ze niet; ze willen laten zien dat dit overal speelt, op elke school. Wat er precies te zien was op het plaatje, vinden ze niet relevant. „Ik had het liever niet gezien, laat ik het zo zeggen”, zegt Stuiver. In veel appgroepen van leerlingen wordt huiswerk gedeeld, roosterwijzigingen doorgegeven. In de onderbouw zit daar vaak nog de mentor in. „Je kent het van de vroegere telefoonboom”, zegt Wonnink. Maar dit was niet zo’n appgroep. Deze was bedoeld voor afleiding, lol, maar dus ook om te choqueren. Er zaten zo’n negentig zesdeklassers in, en een paar van buiten de school.

„Als jij als enige niet in zo’n groep zit, val je erbuiten”, zegt Michiel Kalverda, die met zijn TMI Academy lessen mediawijsheid geeft aan scholieren. „En het is niet de bedoeling dat je er zomaar uitstapt.” In zulke ‘spamgroepen’ worden vaak honderden berichten per dag verstuurd. Daartussen zitten soms de meest schokkende foto’s of video’s, zag RTL Nieuws afgelopen december, dat in een aantal groepen van Nederlandse scholieren infiltreerde. Kinderporno, onthoofdingsvideo’s van IS, steekpartijen, liquidaties. Soms naaktbeelden van schoolgenoten.

Cijfers over hoe vaak dit voorkomt ontbraken echter. Op verzoek van NRC breidde Kalverda de vragenlijst uit die hij tijdens zijn mediawijsheidlessen voorlegt. Van de 511 vmbo-scholieren die de enquête sindsdien invulden, gaf 81 procent aan in een ‘massale’ WhatsApp-groep te zitten, met vijftig deelnemers of meer. Een derde ziet in de spamgroepen wel eens geweld voorbijkomen, een vijfde zelfs video’s waarin iemand doodgaat. Een achtste komt er naaktfoto’s tegen.

Het gedrag is niet nieuw, zeggen experts. „Het opzoeken van grenzen is van alledag”, zegt Peter Nikken, hoogleraar mediaopvoeding aan de Erasmus Universiteit en lector jeugd en media bij Hogeschool Windesheim. „Dat zit in die leeftijdsfase.” Volgens seksuoloog Simone Belt van Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM) is het „een verplaatsing van wat er op het schoolplein gebeurt: daar worden ook stoere dingen geroepen, proberen kinderen elkaar te overtreffen”. Volgens Kalverda proberen jongeren daarmee populariteit te winnen. „Ze zien dat als iemand een filmpje doorstuurt, en daar heftige reacties op komen, diegene sociale punten scoort. Daarom gooien ze dat filmpje weer in een andere groep.” Dat kan ernstige consequenties hebben. Het bezitten en verspreiden van kinderporno – beelden waarop kinderen tot 18 jaar seksuele handelingen verrichten – is strafbaar.

‘Het is toch een grapje?’

Die anonieme mailer bevond zich dus eigenlijk al op verboden terrein. Stuiver en Wonnink schakelden „direct” de politie in. Die onderzocht of het ‘nieuw’ materiaal was – en dus getraceerd moest worden – of dat het achterliggende kinderpornonetwerk al was opgerold. In elk geval moesten de leerlingen de afbeelding direct van hun telefoon verwijderen, sommeerde een gebiedsagent die langskwam.

Sommige leerlingen begrepen niet waar de volwassenen zich nou zo druk om maakten, zeggen Stuiver en Wonnink. ‘Het is toch een grapje?’, kregen ze vaak te horen tijdens hun rondgang langs de zesde klassen. De leerling die het materiaal had doorgestuurd zag het probleem ook niet zo; hij had het eerder voorbij zien komen in de appgroep van de hockeyclub.

„Dit probleem gaan wij niet alleen oplossen”, besefte rector Stuiver na de laconieke reacties. „We hebben de ouders nodig om kinderen ervan te doordringen dat er grenzen zijn in wat je deelt.” De ouderbrief kwam de volgende dag vrijwel letterlijk op de site van De Gelderlander terecht. „Het gekke is dat je in eerste instantie aarzelt om openheid van zaken te geven, omdat je bang bent dat het in de media komt. Maar toen het er eenmaal stond, dacht ik: laat maar zien dat het niet alleen hier, maar overal speelt. Dit is waar de jeugd momenteel mee bezig is.”

Bij het EOKM wordt steeds vaker kinderporno gemeld die via chatdiensten als WhatsApp of Telegram is verstuurd. Alleen, op het meldformulier kunnen nog alleen webadressen worden ingevuld. Daarom besloot het EOKM een speciaal telefoonnummer in gebruik te nemen, waarnaar de beelden kunnen worden doorgestuurd. Die is vanaf half juni actief. „We denken nog na over de terugstuurboodschap die ‘omstanders’ kunnen terugschieten in de appgroep”, zegt EOKM-directeur Arda Gerkens, tevens Eerste Kamerlid. „Maar niet iets sufs. Het laatste wat je wil is dat jouw moeder in de app gaat zeggen: jongens, niet doen.”

Wat wel de beste methode is voor deze peer pressure is lastig. RTL Nieuws zag dat scholieren die hun appgenoten terechtwezen belachelijk werden gemaakt, of zelfs uit de groep werden gegooid. Het EOKM denkt nu aan het gebruik van ‘stickers’, een soort afbeeldingen, die „uitdrukking geven aan de emotie die je krijgt als je zoiets ziet, dus walging, waarmee je zegt: dit gaat te ver, dit wil ik niet”, aldus Gerkens.

Mediawijsheid

En wat kunnen de scholen doen? Het Stedelijk Gymnasium in Arnhem denkt niet dat ze het incident hadden kunnen voorkomen, maar het zet ze wel aan het denken. „Moeten we hier expliciet aandacht aan besteden? We hebben al lessen over mediawijsheid, waar ook cyberpesten onderdeel van is.” Met leerlingen spraken ze over hoe mensen geld verdienen aan kindermisbruik, ook als anderen beelden ervan verspreiden. De leerlingenraad vond nieuwe maatregelen niet nodig, vertelt Wonnink. „Maar ze keken elkaar ook aan van: verrek, wat als dit in de onderbouw gebeurt? Wat als ik met dit soort video’s was geconfronteerd op jonge leeftijd?”

Dat overkwam leerlingen uit de tweede klas van de Capellenborg in Wijhe. Kinderen van 13, 14 jaar kregen daar vorig jaar kinderporno te zien in een scholierenapp. Directeur Sven Metsemakers had het zien aankomen; in het naburige Raalte was het ook opgedoken. „Dan weet je: tel tot tien, dan popt het hier ook op.” De jeugdagent werd meteen uitgenodigd. Die wilde dat de leerlingen hun telefoons terugzetten naar fabrieksinstellingen. Metsemakers: „Dus als ze een foto van hun dode konijn erop hadden staan, moesten ze die ergens anders opslaan.” Als leerlingen dat niet wilden, werd hun telefoon doorzocht. Net als in Arnhem waren de leerlingen zich in Wijhe ook van weinig kwaad bewust, zegt Metsemakers. „Maar als je vraagt: hebben jullie wel eens nagedacht hoe dit tot stand komt? Dan beseffen ze wel: o ja, dat is niet vrijwillig gegaan.”

Metsemakers schrok ervan hoe snel „er werd opgeschaald”. Binnen de kortste keren had hij de landelijke politie aan de lijn die vroeg of hij eventueel wilde getuigen. Later bleek het materiaal al bekend bij de politie, en het achterliggende netwerk opgerold. De politie heeft in elk van de tien regio’s een team dat zich bezighoudt met bestrijding van kinderporno (TBKK), plus een landelijke TBKK. Het aantal fte is in 2012 verdubbeld naar 150, maar sindsdien niet veranderd, terwijl het aantal meldingen is verachtvoudigd.

Soms gaan filmpjes rond onder nóg jongere groepen. Jeugdagent Leendert Kraamer, actief in Walcheren, werd eens gebeld door een basisschool. In de combiklas 7/8 was een filmpje opgedoken van een 4-jarig meisje dat werd gepenetreerd. „En dan besef je dat die kinderen dat ook hebben gezien”, zegt Kraamer. Hij moest uitleggen wat porno is, en dat dit niet is hoe je seksualiteit mag beleven. Van zulke extreme incidenten op basisscholen hoort hij elk jaar wel eens.

Veel last hebben kinderen vaak niet van deze beelden, al kunnen sommigen er wel een tijdje van slag door zijn, zegt hoogleraar Peter Nikken. „Als ze regelmatig zulke beelden zien, die bovendien niet worden afgezet tegen verhalen van positieve, normale beleving van seks en respectvol met elkaar omgaan, dan kunnen ze op den duur wel schade veroorzaken.”

Metsemakers heeft voor het gesprek op zijn werkkamer ook Marieke Snel uitgenodigd, grondlegger van Think op School. Want hij wil het graag breder trekken. Veel breder. Think op School ontwikkelt lessen om met leerlingen in gesprek te gaan om hun weerbaarheid te vergroten. Snel heeft NRC-artikelen meegenomen over de druk op de ggz, en hoe je die kunt verlichten door al vroeg met kinderen te praten over zaken als prestatiedruk, nee durven zeggen en sexting. Snel: „Het is toch gek dat je wel wiskunde krijgt, maar niet praat over dingen waar je écht ziek van wordt?”

„Als we ze leren fietsen, beginnen we met zijwieltjes, daarna met de hand in de kraag”, zegt Snel. „Maar we storten leerlingen zonder begeleiding in de virtuele wereld, terwijl ze daar dingen zíén… Dat is toch bijzonder?” Ze is er „tot in het diepste van mijn vezels” van overtuigd dat je door te práten met leerlingen dit soort incidenten kunt voorkomen. „Hoe ga je om met dit soort appgroepen? Als je vriendje vraagt een naaktfoto te sturen, doe je dat dan?” Als het dan wel een keer misgaat, is de kans ook groter dat leerlingen aan de bel durven trekken, denkt ze.

Op de Capellenborg en het Stedelijk Gymnasium durfden leerlingen dat. In Wijhe stapte een leerling naar de ouders toe, die de mentor inlichtten. In Arnhem kwamen, naast de anonieme mail, ook twee leerlingen de beelden persoonlijk melden. „Ze voelen zich hier veilig om zich uit te spreken”, zegt conrector Wonnink trots. „Op het moment dat het contact er niet is”, zegt rector Stuiver, „dan gaan jongeren dingen doen die we helemaal niet willen. Dat is denk ik de belangrijkste boodschap: blijf met elkaar in contact.” Wie de screenshot had verstuurd, weet ze nog steeds niet. „Zelfs niet of het een leerling is.” Diegene heeft van de conrector een bedankmailtje gekregen.