Reportage

In dit vluchtelingenkamp kan iedereen bij Selo zijn verhaal kwijt

Humanitaire hulp Een voorhoede van hulporganisaties probeert naast voedsel en onderdak ook psychologische hulp te geven aan mensen in nood. Ze schakelen gewone mensen in die vaak zelf gevlucht zijn.

In dit opvangkamp in Irak probeert Falak Selo, zelf vluchtelinge, psychische zorg te bieden aan mensen die daar behoefte aan hebben. Ze heeft onder andere een praatgroep opgericht.
In dit opvangkamp in Irak probeert Falak Selo, zelf vluchtelinge, psychische zorg te bieden aan mensen die daar behoefte aan hebben. Ze heeft onder andere een praatgroep opgericht. Foto Seivan M. Salim

Dikke druppels slaan tegen de ramen van een vergaderzaaltje in de Koerdisch-Iraakse stad Dohuk. Vier vrouwen en vijf mannen zitten aan met satijn beklede tafels op dag drie van een achtdaagse cursus cognitieve gedragstherapie voor beginners. De cursisten zijn gevlucht uit Syrië. Sommigen wonen in tenten en kunnen nauwelijks aan de nattigheid buiten ontsnappen. Daarom staat de verwarming vandaag op een bedwelmende 28 graden.

„Onze psyche is als een veer”, doceert psychiater Yousif Ali Yaseen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. „Nare ervaringen en zorgen brengen die veer op spanning.” Yaseen legt uit dat spanning een gepaste lichamelijke reactie is op bedreigende situaties, maar dat het problematisch is als die chronisch wordt. „De ademhaling kan helpen die spanning van de veer te halen.”

De deelnemers schuiven hun nepsuède stoelen naar elkaar toe en beginnen in tweetallen aan een oefening. „Leg je handen op je buik en blaas die op alsof het een ballon is”, herhaalt deelneemster Falak Selo de instructies van Yaseen. Het resulteert aanvankelijk in onwennig gelach bij haar partner. Bij een tweede poging heeft Selo meer rust in haar stem. „In. Een, twee, drie. Goed zo. En langzaam weer uit. Twee, drie.”

De cursisten van dokter Yaseen vormen een bijzondere voorhoede in de internationale humanitaire hulpverlening. De laatste jaren spant onder meer de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zich in om noodlijdende mensen niet alleen van voedsel en onderdak te voorzien, maar ook psychische zorg te verlenen. Ook de Nederlandse minister Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking, D66) maakt zich er hard voor. „Als ik op één dossier het verschil wil maken tijdens mijn ministerschap, dan dit”, zei ze op een afgelopen najaar door haar belegde internationale conferentie over psychische noodhulp. Ook in reactie op de huidige pandemie tuigen vluchtelingenorganisaties programma’s op voor psychische steun.

Maar hoe die zorg te organiseren? 84 procent van de ruim 70 miljoen vluchtelingen wereldwijd verblijft in ontwikkelingslanden. Landen waar vaak maar weinig psychologen zijn. Irak telt zo’n 80 klinisch psychologen, terwijl het land 1,5 miljoen vluchtelingen herbergt (er wonen 40 miljoen mensen). Ter vergelijking: Nederland heeft ruim 2.300 klinisch psychologen. Voor medische ingrepen zoals operaties kunnen desgewenst chirurgen invliegen. Maar voor therapie is het essentieel dat behandelaar en patiënt elkaar begrijpen en verstaan. Psychologen invliegen heeft dan weinig zin.

Om toch psychische zorg te kunnen bieden, zetten organisaties als UNHCR en Save the Children in op bijscholing van leken. Mensen met gevoel voor mensen, of ze nu leraren zijn, buschauffeurs of aspirant-filosofen. Het zijn vaak mensen die zelf gevlucht zijn en in dezelfde kampen wonen als hun ‘patiënten’.

Hedendaagse Plato

Twee dagen na de ademhalingsles gaat cursist Falak Selo de deuren langs in een burcht die tijdens het bewind van Saddam Hussein tussen 1979 en 2003 dienst deed als gevangenis voor politieke dissidenten. Nu woont Selo er met haar zus, hun aan bed gekluisterde moeder en 1.048 andere Syrische vluchtelingen. In de opvanglocatie, aan de voet van een gebergte in de noordelijke stad Akre, leiden donkere gangen met dikke muren naar woonvertrekken waar het daglicht nauwelijks binnendringt.

Op haar telefoon heeft Selo een lijstje met namen van vrouwen die meedoen aan de moederpraatgroep die ze leidt. Ze maakt een ronde om de deelnemers op te trommelen. Op de galerij staat een vrouw een tapijt uit te spoelen. „Wil het een beetje?”, knoopt Selo een gesprekje aan. Een paar stappen verderop neemt ze plaats bij drie vrouwen op een stoepje. Vandaag lokt een stralende zon bewoners naar de binnenplaats. Kinderen schommelen in een speeltuintje, de geur van overvolle vuilcontainers wordt verdreven door die van eindeloze lijnen met schone was.

Een uur later nemen twaalf moeders plaats rond een straalkacheltje in een keet. Met een schuin oog op hun spelende kinderen luchten ze hun hart. Het gaat over confrontaties met gefrustreerde puberzoons. Over kinderen die de hele dag op hun smartphone zitten, omdat ze buiten school niets om handen hebben. En over slaapgebrek doordat woordenwisselingen van de buren ongehinderd de plastic schotjes doorboren die de cellen van de burcht in wooneenheden opdelen.

De praatgroep toont de kracht van Selo als ervaringsdeskundige. Ze voelt moeiteloos mee met de problemen van de moeders. Met gemak legt ze contact tijdens haar ronde langs de deuren. Geen buitenstaander weet hoe het is om de grip op je toekomst volledig te verliezen, om jarenlang vast te zitten in een oude, donkere gevangenis.

„Ik wilde dat mijn dochter een hedendaagse Plato zou worden”, zegt Selo’s moeder – hoofddoek om, traditionele tatoeages op kin en voorhoofd – vanuit haar bed onder de hoge tralievensters in de woonruimte van het gezin. Selo studeerde filosofie in Damascus toen in 2013 de burgeroorlog haar familie aan de Turkse grens bereikte. „Mijn zus zorgt voor mijn moeder”, zegt Selo, „dus ben ik met mijn studie gestopt en meegegaan om geld te verdienen.” Ze werkt als community worker, iemand uit de vluchtelingengemeenschap die allerlei zorgfuncties vervult.

De Syrische Falak Selo (rechts) vluchtte zelf uit het door oorlog verscheurde Syrië. Foto Seivan M. Salim

De ‘behandelmethode’ die Selo bijleert, heet Probleem Management Plus. De therapie is ontwikkeld door de WHO en kan door leken worden gegeven omdat er een strak protocol is en een diagnose niet nodig is. De werkzame ingrediënten: ontspanning, het ontplooien van activiteiten, problemen in behapbare stukjes opdelen en het activeren van een sociaal netwerk. Die kunnen helpen bij zowel trauma’s, angst, stress als depressie.

Een taartdiagram van je gevoelens

Ervaringsdeskundigen worden ook ingezet om het psychisch welbevinden van kinderen te verbeteren. In een klaslokaal in kamp Gawilan klappen twintig kinderen verwoed op hun dijen op een ingewikkeld ritme dat steeds sneller gaat. Knutselwerk siert het lokaal en op de tafeltjes staan potloden, stiften en klei. Het kamp, op zo’n twee uur rijden van Dohuk, biedt onderdak aan bijna 10.000 Syrische vluchtelingen. Provisorische stenen huizen zijn opgefleurd met schilderingen, er groeit een enkele boom en naast een schooltje zijn er speelveldjes waar kinderen stoom kunnen afblazen.

Econoom Abdul Samad Ahmad ontvluchtte het noordoosten van Syrië en woont sinds 2013 in Gawilan. Daar geeft hij creatieve therapie voor Save the Children. Nadat de kinderen hun overtollige energie hebben weggeklapt, instrueert hij hen een gevoelstaart te tekenen: een taartdiagram van de gevoelens die ze op dit moment hebben. Er wordt druk overlegd. Twee meisjes komen tot een identieke representatie in paars, blauw, zwart en rood van hun blijkbaar identieke gevoelens: verdriet, boosheid, blijdschap en hoop. Ahmad laat de kinderen een kring vormen en nodigt ze een voor een uit hun tekening toe te lichten. Verlegen neemt een jongen in geblokt overhemd het woord. „Ik ben vrolijk omdat we geen school hebben deze week”, zegt hij. Zijn opmerking ontlokt vrolijk gelach. „En ik ben boos omdat mijn neef vorige week is omgekomen.” Ahmad legt een hand op de jongen zijn schouder. De groep is stil.

„In het Midden-Oosten worden gevoelens niet makkelijk besproken”, vertelt Ali Mahmood die psychische zorg organiseert bij het International Medical Corps. „Het bespreken van persoonlijke problemen kan voelen als verraad jegens partner of gezin. Lotgenoten zijn doorgaans goed in het aanvoelen van die gevoeligheden.” De gevoelstaarten bieden een laagdrempelige oefening in het bespreken van gevoelens. „We herhalen deze tekenopdracht de komende weken.” Ahmads les nadert het einde, net als de spanningsboog van zijn inmiddels roezemoezende publiek. „Uiteindelijk leggen we de taarten naast elkaar en zal je zien dat gevoelens komen en gaan. Het ene moment ben je vrolijk of hoopvol en een volgend moment verdrietig”, besluit hij met een van de beginselen van mindfulness.

Voor de elfjarige jongen in het blokjesoverhemd smaakt de gevoelstaart naar meer. Hij is van plan de les te herhalen voor zijn broertjes en zusje. „Dan kunnen zij ook leren dat gevoelens komen en gaan”, verklaart hij ietwat plichtmatig.

Inhaalslag

De huidige inhaalslag is nodig omdat (westerse) hulpverleners decennialang de psychische zorgbehoeften van mensen hebben genegeerd. Gedurende de eerste helft van de vorige eeuw gold in de wetenschap dat alleen de ‘verfijnde’ westerse geest kon lijden aan depressies. In de decennia daarna heerste het idee dat mensen in fragiele landen of conflictgebieden vooral leden onder onrecht of armoede, niet aan trauma’s.

Mede vanwege haar eigen ervaringen legt Selo moeiteloos contact met veel bewoners. Foto Seivan M. Salim

Pas in 1990 kantelde dat beeld, toen Harvard-wetenschappers de wereldwijde ziektelast in kaart brachten. Mensen in landen met lage inkomens en uit conflictgebieden bleken net zo zeer te lijden aan psychische problemen. Volgens de meest recente inventarisatie van de WHO heeft bijna een kwart van alle mensen op de vlucht last van angst, depressies of andere psychische problemen.

Getrainde leken vormen nu de ruggengraat van psychische-zorgprogramma’s in de internationale hulpverlening. Hun werk lijkt effectief. De behandelmethode Probleem Management Plus is grondig onderzocht, onder meer in een Pakistaans conflictgebied. Daar had 90 procent van de 306 proefpersonen bij aanvang depressieve gevoelens. Na afloop was dat aandeel gedaald tot 30 procent, terwijl 60 procent van de controlegroep zich depressief bleef voelen.

Maar er is ook kritiek. „Maak je geen illusies”, zegt deelnemer Rojeen Khalil aan het einde van de moederpraatgroep. „We kunnen praten wat we willen, maar onze problemen zullen nooit opgelost zijn zo lang we hier wonen. Wat er van onze kinderen terechtkomt, hangt af van in hoeverre we ze veiligheid, scholing en een thuis kunnen geven.” „Toch is het fijn om onze problemen te bespreken”, vervolgt ze, „na afloop voel ik me beter.” De cynische uitleg is: psychische zorg houdt mensen zoet in onmenselijke omstandigheden.

Pleitbezorgers voor psychische noodhulp, zoals de Duits-Koerdische hoogleraar Jan Kizilhan, zien in de zorg dan ook vooral een essentiële stap naar herstel. Voor het individu, en daarmee voor een samenleving. Kizilhan: „In een cyclus van oorlog, haat en geweld is psychische zorg cruciaal. Zonder geestelijk herstel is er geen ruimte voor vergiffenis en vrede.”

Als Selo, gezeten aan haar moeders voeteneind, verhaalt over een tienermeisje in het kamp dat zich steeds verder terugtrok en niet meer naar school ging, wordt duidelijk dat Selo zelf in ieder geval baat heeft bij de zorg die ze anderen biedt. Ze sprak geregeld met het meisje, maandenlang. „Nu gaat ze weer naar school en doet ze mee aan het leven.”

Selo schiet vol. „Ik ben mijn toekomst kwijt, zal nooit filosoof worden. Maar als ik de moeder van dat meisje tegenkom, groet ze me hartelijk en dan voel ik haar dankbaarheid. Ik kan iets betekenen voor de toekomst van anderen en dat maakt me trots.”