Brieven

Hans Calmeyer Een ander beeld van Calmeyer

Vorige week schreef Joep Dohmen over de verantwoordelijkheid van de Duitse jurist Hans Calmeyer voor de deportatie van Femma Fleijsman (Hans Calmeyer moest af en toe een Jood opofferen, 28/4). Omdat er ook Nederlanders zijn die hun overlevering in direct verband brengen met Calmeyers handelen in de oorlog, is nuancering van belang.

Calmeyer leidde de Entscheidungsstelle, die oordeelde over de ‘twijfelgevallen’. Het herzieningsverzoekschrift van Femma Fleijsman was relatief laat en pas maanden na de start van de grootschalige deportaties ingediend. Toch stond Fleijsman dankzij persoonlijke betrokkenheid van Calmeyer een jaar lang op de ‘Calmeyerlijst’. 17 procent van de indieners hebben de oorlog ondanks een afwijzing overleefd door een plek op deze lijst. Dohmen vergat te vermelden dat Femma Fleijsman zichzelf begin 1941 foutief met vier in plaats van twee Joodse grootouders heeft aangemeld. Bij de afwijzing van het herzieningsverzoek was ook de NSB’er Ten Cate betrokken. Diens betrokkenheid was van invloed op de reikwijdte van Calmeyers beslissingen.

Bij de afwijzing van bijvoorbeeld George Levy komt een ander beeld van Calmeyer naar voren. Calmeyer heeft geprobeerd om het jongetje in het doorgangskamp Westerbork te houden, zo blijkt uit het dossier. Dat is niet gelukt. Gelukkig heeft ook George Levy Bergen-Belsen overleefd.

Andere informatie geeft een ander perspectief. Op basis van onderzoek naar alle archiefdossiers blijkt in ieder geval dat er tot oktober 1943 een reële kans was op de inwilliging een herzieningsverzoek door Calmeyer. Dit alles doet niet af aan de oorlogservaring van Femma Fleijsman maar geeft wel aan dat nuancering noodzakelijk is.


docent University College Utrecht, gepromoveerd op Calmeyer, bestuurslid Stichting Sobibor, lid adviesraad toekomstig museum Osnabrück