Opinie

Haagse hoofdpijn: wie krijgt steun, wie niet?

Menno Tamminga

Met goed geld naar kwade verliezen gooien. Dat was, kort gezegd, achteraf de conclusie over het steunbeleid van de overheid voor individuele bedrijven in de economische crisis van eind jaren zeventig. Sommige industriële concerns konden het dankzij die steun redden, zoals machinebouwer Stork en scheepsbouwer IHC. Andere ging met luid geraas bankroet, zoals scheepsbouwer RSV en Ogem.

Na het tellen van de kosten en het bijeenvegen van de brokstukken was de conclusie in Den Haag: dit nooit weer. Geen staatssteun aan individuele bedrijven, tenzij in uiterste noodzaak (KPN in 2001). De overheid kon beter met algemene maatregelen (fiscale regelingen, onderwijs, budget voor onderzoek en ontwikkeling) de economie steunen. Individuele ondernemingen moesten het verder zelf maar zien te rooien.

De kredietcrisis was tien jaar geleden de eerste breuk met dat verleden. De staat redde in 2008, 2009 en nog eens in 2013 banken en verzekeraars met tientallen miljarden euro’s.

Lees ook dit verhaal over staatssteun: Waarom ‘hoge baggerheren’ scheepsbouwer IHC redden

En nu? Artsen waren de afgelopen weken doodsbang dat zíj moesten beslissen wie wel en wie niet levensreddende zorg zou krijgen, omdat schaarste aan bedden dreigde op de intensive care. Zulke keuzes moeten ambtenaren en ministers de komende tijd wél maken bij het redden van bedrijven, banen en de toekomst van sectoren en regio’s.

In de mistige economie zie je de eerste urgente steunvragers opdoemen: ziekenhuizen en openbaarvervoerbedrijven. Ziekenhuizen omdat ze hoge extra kosten hebben gemaakt om levens te redden en hun reguliere zorg stil ligt. De ov-bedrijven omdat hun inkomsten grotendeels zijn weggevallen, terwijl vaste kosten (materieel, brandstof) doorlopen.

In 2008-2009 waren financiële instellingen te groot en te verweven met de economie om bankroet te gaan. Too big to fail. Nu draait het om de vraag: wie is een vitale schakel in de economie en de samenleving? Too vital to fail.

Horeca, detailhandel en toerisme worden evenzo hard getroffen. Maar wil de overheid mede-eigenaar worden van HEMA? Het zou me ook verbazen als het Amerikaanse concern Booking Holdings participatie van de Nederlandse overheid in zijn Amsterdamse dochter Booking.com zou willen.

De afgelopen twee weken boden al een voorproefje van individuele staatssteun. Maximaal 4 miljard euro toegezegd aan KLM. De sturende rol in de redding van scheepsbouwer IHC. Een beetje onopgemerkt bleef een steunactie voor de Terschellinger Stoomboot Maatschappij en Wagenborg Passagiersdiensten. Zij kregen twee weken geleden tijdelijk een overheidslening van 3 miljoen respectievelijk 1 miljoen euro. Zij leden „substantiële exploitatieverliezen” en kampten „met urgente en voor hen grote liquiditeitsproblemen”, schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) aan de Tweede Kamer.

Ze voegde daar, een tikje omineus, aan toe dat zij „ook breder in gesprek” is met vervoerbedrijven en regionale overheden over de impact van het Covid-19-virus.

De vraag is niet alleen óf NS, Arriva, Keolis, Connexxion en de andere stad- en streekvervoerders financiële steun krijgen, en hoeveel. Maar ook wie dat gaat betalen. Het Rijk redt NS? De provincies die de concessies uitgeven, steunen de regionale bus- en treinbedrijven?

Nog een complicatie. Hoever gaat Van Veldhoven om buitenlandse eigenaren te dwingen mee te betalen aan het redden van ‘onze’ mobiliteit? Arriva, Keolis en Connexxion zijn onderdeel van buitenlandse bedrijven, die op hun beurt gelieerd zijn aan de Duitse en Franse overheid. Als die weigeren, ligt nationalisatie voor de hand.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.