‘Er is altijd een kleine vertraging, maar dat is juist wel mooi, zo over het water‘

Rotterdam Twaalf trompettisten en twaalf trombonisten speelden aan beide kanten van de Rijnhaven het taptoe-signaal. Het is een verstilde dodenherdenking.

De alternatieve dodenherdenking op Katendrecht, bedacht door vrijwilligersorganisatie Kaapse Kringen.
De alternatieve dodenherdenking op Katendrecht, bedacht door vrijwilligersorganisatie Kaapse Kringen. Foto Andreas Terlaak

Op de Wilhelminapier in Rotterdam staan twee blazers op het dak van het Nederlands Fotomuseum.

Er staan verschillende trompettisten en trombonisten op het plein naast Fenix I, een appartementencomplex gebouwd op een loods.

Óp de Rijnhavenbrug staan trompettist Stefan Wijers en trombonist Jos van den Heuvel. Niet ver van de voet van de brug werd tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog een groep verzetsstrijders geëxecuteerd.

In totaal staan er twaalf trompettisten en twaalf trombonisten op en nabij de kades van Katendrecht en de Wilhelminapier in Rotterdam, aan beide kanten van de Rijnhaven. Stefan Wijers kijkt op zijn telefoon. Hij luistert via zijn oortje. Precies om 19.58 uur zetten ze het taptoesignaal in, nauw verwant aan het Britse Last Post-signaal. Het lijkt alsof de blazers aan de zuidkant met een echo antwoorden.

Later vertelt Wijers dat het bijna niet kan, van zo’n afstand precies gelijk spelen. Ook niet als iedereen via een Zoomlink een clicktrack hoort op zijn telefoon. „Er is altijd een kleine vertraging, maar dat is nu juist wel mooi, zo over het water.”

Het is een verstilde dodenherdenking zonder publiek. Buiten Katendrecht werd het niet bekendgemaakt omdat door de coronamaatregelen geen mensen mogen samenkomen. Dus staan er alleen enkele tientallen buurtbewoners op de brug.

De alternatieve dodenherdenking werd bedacht door vrijwilligersorganisatie Kaapse Kringen, die de wijk leefbaarder en leuker wil maken.

Marianne Ketting, een van de initiatiefnemers, werd geboren op Katendrecht. Haar vader zat in het verzet en werd met een hele groep verraden nadat een Duitse officier gefusilleerd was. De mannen zouden worden doodgeschoten, de echtgenotes moesten toekijken. Op het laatste moment nam een van de mannen alle schuld op zich en spaarde zo het leven van de anderen. Die werden naar Oost-Europa gestuurd maar kwamen niet verder dan kamp Amersfoort. Daar werden ze door de Canadezen bevrijd.

Marianne Ketting wilde ondanks de coronacrisis íéts doen op 4 mei. Dat het zo indrukwekkend zou zijn, had ze van tevoren niet durven hopen. „Het lijkt wel of iedereen in deze tijd extra zijn best doet. Een pizzabakker bakt pizza’s voor de blazers, een slijter gaf twee flessen Kaapse jenever. Bedrijf Heijmans en de wijkraad doneerden geld.”

Om 20.02 uur zetten de blazers het Wilhelmus in. Als de laatste echoënde tonen wegsterven, klinkt applaus. Ketting hoopt dat de blazers volgend jaar weer willen spelen. „Want de oorlog moeten we nooit vergeten. Als ik nu mensen hoor verzuchten: ‘Die coronacrisis, het lijkt net oorlog’. Dan denk ik. Och, jij hebt echt niets meegemaakt.”