Reportage

Een Samburu toont geen pijn, geen vrees, alleen maar trots

Besnijdenisceremonie Bij een herdersvolk in Kenia schuiven om de zoveel jaar de generaties op. Mannen krijgen met hun besnijdenis nieuwe rechten.

De 27-jarige Steven bij de besnijdenisceremonie. Hij nam er drie maanden voor vrij.
De 27-jarige Steven bij de besnijdenisceremonie. Hij nam er drie maanden voor vrij. Foto Koert Lindijer

Steven Lemelen heeft lang naar deze dag uitgezien: zijn onnozele jeugd komt ten einde, vandaag wordt hij een echte Samburu-man.

Al zijn stamleden zijn druk in de weer in de grote, speciaal voor de gelegenheid gebouwde kraal van honderd hutten in het ruige landschap van Noord-Kenia.

Een stokoude heer blaast op een gekrulde kuduhoorn, het aardse geluid is een oproep voor overleg van alle mannen van de oudere generaties in het midden van de kraal. In een ander gedeelte zingen en springen bont uitgedoste jonge krijgers. Voor de ouderlijke hut scheert de moeder van Steven hem kaal. Hij staart naar zijn mobiele telefoon, die hier geen bereik heeft.

In deze kraal vindt een verschuiving van generaties plaats. De laatste grote initiatieceremonie was in 2007, dáárvoor in 1990.

Jonge mannen van dit herdersvolk verwerven na hun besnijdenis nieuwe rechten en plichten. Ze veranderen in krijgers en mogen de stam beschermen. Ook praten ze voortaan mee op vergaderingen waar gemeenschapsbesluiten worden genomen. Nooit meer hoeven ze de geiten te hoeden.

Iedere leeftijdsgroep leeft in broederschap, als vijf vingers aan één hand, voor altijd aan elkaar geketend. Gemeenschapszin drijft de Samburu, niet individualisme. Zo gaat het al sinds mensenheugenis.

Niet meer alleen

Al enkele weken is Steven niet meer alleen geweest. Afgezonderd van alle andere stamleden trok hij met leeftijdsgenoten op, ze wasten zich samen in de rivier en kleedden zich in dezelfde zwarte schoudermantels van schapenhuid ingesmeerd met gebrande koeienpoep en schapenvet.

Dat leven in een groep was hij een beetje ontleerd. Steven is een buitenbeentje, Hij volgde de afgelopen jaren niet de Samburu-tradities maar gaf zijn leven op individuele wijze vorm. Hij ging naar school, een paar uur lopen verderop op de boomsavanne. Daarna volgde hij in de hooglanden van Kenia een lerarenopleiding. Intussen trokken zijn jongere broers wél met de koeien en kamelen rond, naar onherbergzame streken met leeuwen en hyena’s.

Als onbesnedene ben je onzeker, zegt Steven. „In de opvatting van de Samburu’s ben je minderwaardig. Doe je een voorstel, dan zal niemand het accepteren. Er wordt om je gelachen omdat er een worstje tussen je benen hangt en geen penis.”

Dertien jaar geleden achtte zijn vader hem net te jong voor de besnijdenis. Dat zat hem de afgelopen jaren verschrikkelijk dwars, soms overwoog hij zelfmoord. Hij is nu 27 jaar en een van de oudste jongens die besneden wordt. „Het kolkte altijd in mijn hoofd. Iedereen nam je in de maling, je hoorde er niet bij. Het was verschrikkelijk!”

Steven nam voor dit feest drie maanden vrij van zijn opleiding . „Deze ceremonie gooit wel mijn studie stevig in de war”, lamenteert hij. „De laatste maanden moest ik steeds aan allerlei plichtplegingen voldoen. Ouderen leerden ons jegens hen respect te tonen, onderling nooit ruzie te maken.” En: dat de mannen de komende tien jaar niet meer bij hun moeders mogen eten; ze moeten voor zichzelf zorgen.

Een jaar geleden begonnen de voorbereidingen. De ouderen volgden sindsdien nauwgezet de stand van de maan; die bepaalt de dag van de besnijdenis.

De organisatie van het evenement is aan de leeftijdsgroep die dertien jaar geleden het krijgerschap achter zich liet.

Kasao en Lelemewa behoren tot deze groep volwassenen en zijn beiden nu rond de veertig jaar. Ze kwamen met de auto en namen en paar dozen plastic handschoenen mee. „Wij stelden voor het dit keer door een chirurg te laten doen, maar de leeftijdsgroepen boven ons wilden dat niet”, vertelt Kasao. „Zij wilden een traditionele besnijder. Ze vonden dat alleen iemand die volgens de Samburu-rites is gezegend dit kan doen.”

Lees ook: Wachten op de verdoemenis

De kuduhoorn klinkt weer

De spanning stijgt tot een kookpunt. De onbesnedenen staan te trappelen. Volgens de traditie moeten ze met een eigen kalebas water halen uit een bron die nooit opdroogt. De kuduhoorn klinkt opnieuw, de oudere mannen heffen hun stokken en prevelen „Ngai, Ngai, Ngai.” God, God, God.

Na die zegen stormen de jongens in een stofwolk blootsvoets weg. De ouderen hurken voor de lage huisjes van koeienstront, afgedekt met plastic en golfplaten. „Gosh, hoe lang was het geleden toen wij onder het mes gingen”, zegt één van hen. „Oi joi joi, toen was Kenia geloof ik nog niet onafhankelijk”, merkt een ander op. Allen herinneren ze zich hun initiatie, sommigen laten een traan.

Na drie uur keren de jongens, geformeerd als een kronkelende slang, luid zingend terug. Ze raken nu helemaal buiten zinnen. Ze rennen nog harder als ze toestemming krijgen het vee de kraal in te voeren. Stof waait op. Beschilderde krijgers in rode doeken van de vertrekkende generatie grijpen een hevig loeiende stier bij de horens en tappen bloed af uit zijn nekader. Voor straks, om na de ingreep het bloedverlies te compenseren.

Samburu’s zijn doorgaans ingehouden, emoties worden beheerst. Maar nu lijkt het wel alsof ze door iets bevangen zijn, alsof ze een soort epileptische aanval hebben.

De besnijder gaat naar de eerste hut, waar een poedelnaakte jongen kaarsrecht voor de ingang op hem wacht. Een kakofonie van geschreeuw, gezang en geprevel verspreidt zich over de kraal. Wild om zich heen slaande krijgers vallen in het stof, met wit schuim in hun mondhoeken. Iedereen verdringt zich rond de hut, iedereen trilt. „Wees moedig”, murmelen ze. „Wij zijn hier ook doorheen gegaan.”

93 besnijdenissen in 2 dagen

De onbesnedene staart stoïcijns voor zich uit, zijn gedachten in een andere wereld. Hij krijgt verdunde melk over zijn hoofd gegoten, zakt ineen op een koeienhuid en krijgt het vel van een ram onder zijn billen geschoven. Een man van de leeftijdsgroep net boven hem omklemt zijn rechterbeen, een ander het linker, een derde slaat zijn armen om zijn middel en drukt zijn hoofd neerwaarts. De besnijder hurkt voor hem, haalt het mesje uit de steriele verpakking en zet het in de voorhuid van de jongen.

Zo gaat de besnijder, met de menigte in zijn kielzog, van hut naar hut. Hij moet in twee dagen 93 jongens besnijden. De vader van Steven wacht nerveus tot zijn zoon aan de beurt is. Steven beeft, zijn ogen staan wazig. Alleen de dorpsgek praat nog.

Eindelijk is het zover. Steven zijgt ineen; hij ontspant. Het mesje snijdt snel in zijn geschrokken penis. Hij geeft geen kik, er is geen spier in zijn lichaam die nu beweegt. Een Samburu toont geen pijn, geen vrees, alleen trots.

Terwijl iedereen toekijkt wordt Steven Lemelen (27) besneden in een hut. Na twintig minuten komt hij naar buiten. „Het doet toch wel erg pijn”, fluistert hij, „heb je een pakje vruchtensap voor me?” Foto Koert Lindijer

Zijn vader kijkt toe hoe Steven als een slappe dweil de hut wordt binnengedragen. Een tante werpt de onverteerde inhoud van een schapenmaag over zijn kruis. Een handeling die bedoeld is als zegen. Bedeesd nestelt de familie van Steven zich in de schaduw van de boompjes. Na twintig minuten komt hij naar buiten. „Het doet toch wel erg pijn”, fluistert hij, „heb je een pakje vruchtensap voor me?” Tradities schrijven voor dat hij de komende dagen geen water mag drinken, alleen stierenbloed met melk.

Een uur na hun besnijdenis stappen de besneden jongens weer fier rond. Iedereen loert aandachtig tussen hun benen. Samburu-mannen laten het ingesneden vel als een sik aan hun geslacht hangen. „Kun je niet vragen of de besnijder nog een keer terugkomt”, vraagt Steven misnoegd, „het ziet er niet zo mooi uit”.

De penis blijft bloeden

De besnijder heeft onzorgvuldig gewerkt. Een jongen trekt een doorn van een struik en prikt ermee in zijn penis, die maar niet stopt met bloeden. Er wordt een verpleger van een plaatselijke gezondheidspost ingeschakeld, die na twee uur aan komt tuffen op zijn brommer. Om een hechting aan te brengen wil hij de jongen eerst verdoven, maar die weigert. Met ontzag kijkt iedereen toe. „De besnijder weigerde eerst zelfs nog onze plastic handschoenen te gebruiken. Wat een onwetendheid”, zucht Lelemewa, een veertiger die er een wat moderne versie van de geneeskunde op nahoudt.

„Aiaiai”, zegt zijn leeftijdsgenoot Kasao geschrokken. „We zijn allemaal Samburu’s, of we nu hier in de bush leven of naar school gaan. Onze cultuur heeft niets met godsdienst, maar is wel erg spiritueel. We geloven heilig in deze initiatie. Maar de ceremonie is toch wel erg bruut. Misschien doe ik het bij mijn kinderen over dertien jaar stiekem in het ziekenhuis.”

De volgende dag verlaten Steven en de besneden mannen de kraal. Ze gaan de komende weken vogeltjes vangen voor hun hoofdtooien. Die zullen stinken, dat is zeker. Ook mogen ze zich niet wassen. Na die rites kan Steven weer terug naar school.