Videobellen met Arib: chaos, irritatie en onder de gordel

Tweede Kamer Videogesprekken over de Kameragenda hebben achter de schermen tot ruzie en irritatie geleid. Dus wordt er nu alleen nog maar gemaild. Hoe de Kamer worstelt met het democratische proces in crisistijd.

Het Binnenhof is leeg, fractievoorzitters probeerden te vergaderen per video.
Het Binnenhof is leeg, fractievoorzitters probeerden te vergaderen per video. Foto LEX VAN LIESHOUT/ANP

Het is woensdag 25 maart, de tweede helft van de middag, en in de woon- en werkkamers van alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer is het goed te horen: VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff is boos. Op Khadija Arib. Als ik iets vind, dan vind ik iets, zegt Dijkhoff tegen de voorzitter van de Tweede Kamer. „En als je niet wilt weten wat ik vind, dan moet je me niet bellen.”

Vanaf het begin ging het er hard en chaotisch aan toe bij de interne videovergaderingen die de vijftien fractieleiders en Arib vanaf het begin van de coronacrisis hielden – de overlegvorm waaraan half Nederland is overgeleverd. Kamerleden ruzieden zo vaak, met elkaar én met de voorzitter, dat het video-overleg intussen is gesneuveld. Aanleiding: een harde botsing over het meireces, dat deze week had moeten beginnen – maar plots moest wijken voor de crisis.

Dit was geen succesformule, zegt elk van de acht fractievoorzitters die NRC sprak. „Rommelig en chaotisch”, oordeelt een van hen. Andere kwalificaties: „gejengel”, vol „onderlinge irritaties” en boven alles „tijdrovend”. En, zegt iemand: „Als dit in het openbaar gebeurde, zou het er nooit zo fel aan toe gaan.”

Normaal is de Kameragenda een formaliteit. Kamerleden en kabinet doen voorstellen voor een debat. Het presidium, het dagelijks bestuur van de Kamer, veegt alles bij elkaar en stelt de agenda samen. In dat presidium zitten fractieleden van bijna alle partijen, alleen de kleintjes ontbreken. Arib is de voorzitter.

Maar ‘normaal’ bestaat niet meer – of nog niet. Samenscholingen zijn verboden, ook in de Tweede Kamer. Aan het Binnenhof is het stil geworden. De afgelopen weken was er één coronadebat per week, en sporadisch een overleg over een aan corona gelieerd thema. Ondertussen valt de ene na de andere ingrijpende beslissing: vrijheidsbeperkingen die raken aan de Grondwet, een economisch steunpakket dat tientallen miljarden kost, een staatsschuld die torenhoog oploopt.

Vandaar dat Arib al snel met het idee voor een gezamenlijke video call komt. De Tweede Kamer moet haar controlerende taak goed kunnen doen, vertelt ze de Kamer. En nu het coronavirus de gebruikelijke parlementaire procedures overhoop gooit, zoekt ze daarbij zoveel mogelijk draagvlak: bij de fractieleiders.

De praktijk pakt anders uit. Je mist oogcontact, klinkt het achteraf. Irritaties lopen snel op. Eén van hen noemt het een „brainstorm, maar dan wel over hele formele onderwerpen”. Een vergadering die een half uur moet duren, loopt uit tot vijf kwartier en verzandt in chaos. „Alsof alle fractievoorzitters tegelijkertijd naar de interruptiemicrofoon lopen.” Zestien belangen blijken lastig te verenigen.

Ook de rest van de Kamer werkt digitaal: Maar de democratie werkt slecht, per videoverbinding

Zweem van wantrouwen

Er komt bij dat boven elk gesprek een zweem van wantrouwen hangt. „Je wist dat er gelekt werd, niet echt fijn”, zegt een van de fractievoorzitters. Woorden en blikken belanden in de krant. Tekenend is dat Dijkhoff bij de aanvaring met Arib gauw zijn scherm op zwart zet.

De onderlinge irritatie uit zich ook in de gesprekken. Bijvoorbeeld als SP-leider Lilian Marijnissen oppert om de debatten alleen met premier Rutte te doen, omdat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) veel praat maar weinig zegt. „Dat kun je niet maken”, sputtert de coalitie.

Maar de grootste irritatie ontstaat tussen de fractievoorzitters en Arib. De voorzitter krijgt lof voor hoe ze plenaire debatten leidt en ze is een „fantastisch boegbeeld”. Maar binnen haar eigen ambtelijke organisatie ligt ze al jaren slecht. Persoonlijke conflicten zouden de reden zijn dat meerdere medewerkers met ruzie vertrokken. Een van de fractievoorzitters zegt inmiddels meer van het „vrij hoge personeelsverloop” op Aribs afdeling te begrijpen.

In de videovergaderingen krijgen veel deelnemers het gevoel dat Arib niet naar hen luistert. De Kamervoorzitter zou onnodig „formalistisch” reageren op fractievoorzitters met eigengereide ideeën. Bijvoorbeeld als Thierry Baudet (FVD) de coronadebatten drastisch wil inkorten door de eerste termijn van de Tweede Kamer te schrappen, iets wat hij ook in NRC opperde.

„Iedereen wist: dat gaat niet gebeuren”, zegt een van zijn collega’s. „Maar technisch gezien kán het wel.” En dus, zegt deze fractievoorzitter, was het vreemd dat Arib direct riep dat het tegen de wet indruiste, dat het helemaal niet kon en dat Baudet maar een commissie bijeen moest roepen om het reglement van orde aan te passen. Door meteen over de wet te beginnen, vult een ander aan, verhardt Arib de sfeer nodeloos.

De ergernis blijft voortbestaan. In wat de laatste gezamenlijke videoconferentie zal zijn, op donderdag 9 april, gaat het over het meireces. Arib vindt dat de vakantie dit keer niet moet doorgaan. Maar de fractievoorzitters voelen zich overvallen: ze vermoeden dat het besluit al vaststaat.

Het is Jesse Klaver (GroenLinks) die dat gevoel het felst verwoordt. „Echt onder de gordel, gewoon onbeschoft”, noemt iemand zijn verwijten aan Arib. „Niet echt fijn” en „vrij bot”, luiden de mildere beschrijvingen van de sfeer. Het is een generatieconflict, oppert iemand. De dertigers Dijkhoff, Baudet en Klaver zoeken de confrontatie, Geert Wilders (PVV) en Kees van der Staaij (SGP) kiezen de kant van Arib en het protocol – zij zijn de drie nestors van de Kamer, met elk 21 jaar ervaring.

Voor Arib is het duidelijk: zó hoeft het van haar niet meer. En bovendien: ze heeft exact hetzelfde voorstel om het meireces te schrappen ook al naar het presidium gestuurd. Dat clubje is wél enthousiast.

Groot is de verbazing onder de fractieleiders als Arib ’s avonds, na het presidiumoverleg, in een brief schrijft dat de Kamer in het meireces tóch doorwerkt. Daar zouden ze het toch nog over hebben? „Je krijgt het idee dat Arib vooral kijkt: waar krijg ik mijn gelijk”, zegt een fractievoorzitter.

Goed idee, Kees

Eenmansfractie Femke Merel van Kooten stuurt na afloop van de vergadering die zo „lelijk uit de hand liep” een brief aan haar collega’s. Ze neemt het op voor de Kamervoorzitter, noemt het gedrag van haar collega’s „echt schokkend”. Ze verbaast zich over het gebrek aan „fatsoen”, „professionaliteit” en „respect”. In de fractievoorzitters-groepsapp, waar het Kamerlid haar grieven deelt, blijft het stil.

Een dag later, op Goede Vrijdag, houdt Arib een belrondje. „Dit werkt niet”, is haar conclusie. Er komen geen video calls meer met de fractievoorzitters, zegt ze. Procedurevergaderingen gaan voortaan per e-mail. Maar ook dat gaat gepaard met gemopper. Een deel van de oppositie wil wekelijks blijven debatteren over de coronacrisis, de coalitie vindt één keer in twee weken wel genoeg. Als Wilders voorstelt om deze week tóch te vergaderen, blijft het stil bij de coalitiepartijen.

Totdat Van der Staaij een voorstel mailt. Laten we geen debat houden, maar een briefing, schrijft hij, dan zijn we „extra goed voorbereid” op het volgende debat. Daarop reageert de coalitie direct, constateert een oppositiepoliticus. „‘Goed idee, Kees!’ En toen zaten we met een briefing in plaats van een debat.”