Opinie

Een strafproces ‘op afstand’ is te mager

De Rechtsstaat

Na negen weken sluiting zijn vanaf 11 mei de rechtbanken weer in normaal bedrijf, althans voor familie- en strafrecht – voor zaken waarin de partijen echt fysiek in de zaal moeten zijn. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak maakte in Nieuwsuur duidelijk dat de rechtspraak een stevige tik had gekregen. ‘Anderhalvemeterrechtspraak’ is zo makkelijk nog niet, veel rechtszalen zijn en blijven te klein. Hoe het écht verder moet, is nog lang niet duidelijk. De achterstand in strafzaken zou 40.000 zijn, wat nooit meer in te halen is, weten insiders.

Binnenkort zitten de familie- en strafrechters standaard tussen glazen schotten. Iedereen moet afstand houden. Dat betekent bredere paden, loopinstructies, wachtstrepen en afgeblokte zitplaatsen. Publiek is niet welkom.

Ik volgde onlangs alvast een dagje strafzittingen in een verder uitgestorven rechtbank, om te zien hoe ‘rechtspraak op afstand’ zich ontwikkelt. Hoe werken bijvoorbeeld de beeldverbindingen met verdachten op de zitting? Het viel me nog niet mee.

De eerste verrassing was dat de verdachte niet meer per definitie z’n hele proces bleek te kunnen bijwonen. De directeur van het Huis van Bewaring gaat daar nu over. Daar stellen ze namelijk eenzijdig timeslots voor deelname aan rechtszittingen vast. De verdachten die ik berecht zag worden, kregen vanuit twee verschillende gevangenissen 45 minuten cameratijd toebedeeld. Ook nog ná elkaar, terwijl het toch hetzelfde delict betrof. De behandeling moest daardoor gesplitst worden. Per video deelnemen aan je eigen proces is kennelijk een privilege geworden, en geen recht. Feitelijk moest de voorzitter van de strafkamer de regie over de zaak delen met het ministerie van Justitie, Directie Justitiële Inrichtingen (DJI).

Dat klopt niet. En het had droef-komische gevolgen. De rechter vroeg beide verdachten halverwege de zitting alvast hun ‘laatste woord’ te spreken, uit vrees dat het beeld op zwart zou gaan, gezien de tijd. „Uw advocaat praat daarna dan hier gewoon door”, troostte de rechter de verdachte.

Uit het OM hoor ik dat het aanvragen van ‘telehoren’ omslachtig is. Twee, liefst drie dagen voor de zitting moet er een ‘werkorder’ naar DJI in Den Haag. Die tijd wordt besteed aan ‘afstemming met de penitentiaire inrichting’. Dan is er nog een dag nodig om de strafgriffie van de rechtbank in te lichten of de gedetineerde is ‘geboekt’ en voor hoe lang.

Alle parketten in Nederland persen dus álle beeldaanvragen voor ál hun verdachten door één loket in Den Haag. Wie verzint dat? Er wordt nu een paar weken zo gewerkt, maar ‘fatsoenlijk geregeld’ is het nog niet, hoor ik. Verdachten die op het verkeerde tijdstip of helemaal niet worden doorverbonden. Of half: zonder geluid of zonder beeld. Het gaat met horten en stoten. Dat er van het ideetje van OM-topman Gerrit van der Burg om in het weekend strafzittingen te houden vanwege de achterstanden niets meer is vernomen, verbaast dan niet.

Je eigen proces slechts beperkt bij kunnen wonen is volgens mij in strijd met het grondrecht op een eerlijk proces. En had de verdachte wel voldoende ‘toegang tot het recht’? Was de zitting wel ‘in het openbaar’? Ook daar heb ik twijfels. Voor het hekje stond geen verdachte, maar letterlijk een manshoge paal met beeldscherm plus speaker. Behalve de togadragers op het podium kon niemand de verdachte zien. De advocaat zat meters verder, naast het scherm – er was geen zichtlijn met z’n cliënt. Van coaching, overleg of souffleren was geen sprake. Voor mij was de strafzaak een hoorspel; vijf stemmen werden er berecht, waarvan er drie digitaal op kwamen dagen.

Welke indruk maakten die? Welke houding namen ze aan? Onverschillig, oplettend, responsief, negatief, positief, berouwvol? Geen idee. Was er interactie met de rechters, (on)begrip, ergernis, scepsis, overtuiging, afkeuring, meegevoel? Het was niet te zien. Hier werd een stem uit een tv berecht. Dat is niet goed.

Verruim dus de verbindingstijden, laat het publiek ook de verdachte zien, maak contact tussen verdachte en advocaat mogelijk, geef de rechter de regie over de cameratijd en -voering. Het zijn maar wat suggesties. En ook dan is zo’n strafproces ‘op afstand’ nog maar de helft van wat het kan zijn.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.