Reportage

De Rotterdamse raad vergadert: „Moeten we nog iets uit drukken nu?”

Cruciale beroepen Voor de gemeenteraad was het even wennen, maar ook thuis vanachter de computer blijkt Rotterdam bestuurbaar. „Toch mis ik dat persoonlijke contact.”

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam tijdens een digitale vergadering
Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam tijdens een digitale vergadering Foto Ilvy Njiokiktjien

Het is donderdagochtend half tien, en in de collegekamer van het Rotterdamse stadhuis vergadert de commissie Veiligheid en Bestuur. Wethouder Bert Wijbenga (handhaving, VVD), portefeuillehouder, zit aan het hoofd van de tafel. Andere aanwezigen zijn burgemeester Ahmed Aboutaleb, gemeentelijk directeur Veiligheid André Vervooren en twee politiek assistenten. De rest van de commissie, dertien leden van de gemeenteraad, is thuis en vergadert online mee.

Onderwerp van overleg zijn de bevoegdheden van buitengewone opsporingsambtenaren. Zouden die niet bewapend moeten zijn? Na een uur zit het erop. De wethouder legt zijn koptelefoon neer en rekt zich uit. „Moeten we nog iets uit drukken nu? Moet ik uitloggen?”

Lees ook dit achtergrondverhaal over ‘cruciale beroepen’: Zij laten de samenleving draaien terwijl Covid-19 woedt

Het besturen van een gemeente geldt als een vitaal proces en dus moeten raadsvergaderingen blijven doorgaan. Ook op nummer 40 van de tegenwoordig kalme Coolsingel is dat digitale vergaderen nog wennen. Burgemeester Aboutaleb bekent dat hij zelfs vergeten was zijn laptop van huis mee te nemen vanochtend. „Gelukkig had mijn assistente nog een laptop voor me.”

Ondanks de onwennigheid ziet hij wel de voordelen van online vergaderen. „Het is buitengewoon efficiënt. De afspraak is dat iemand twee minuten mag spreken zonder geïnterrumpeerd te worden. In de normale situatie mag dat wel, en moet degene die spreekt eerst naar het spreekgestoelte lopen. Dat kost veel tijd.”

Toch is deze manier van vergaderen wat Aboutaleb betreft niet ‘het nieuwe normaal’. „Je kunt veel minder emotie en humor laten zien. Ik wil weer genieten van het debat.” Vanmiddag, tijdens de eerste raadsvergadering sinds de coronacrisis, zullen de 45 raadsleden vanuit huis hun stem uitbrengen via de app van een raadsinformatiesysteem. Daar werkten ze al langer mee, maar de stemfunctie is er sinds de coronacrisis aan toegevoegd.

Stressvol

Griffier Isabelle Broeders had de afgelopen weken met haar team de verantwoordelijkheid om de raadsleden zo snel mogelijk weer ‘gewoon’ hun werk te kunnen laten doen. En ja, dat was nogal stressvol. „Ik heb deze baan pas sinds drie maanden, dus ik voelde een enorme druk. We werkten er iedere dag aan, ook ’s avonds en in het weekend.”

Wat de digitale ondersteuning van een raadsvergadering nu zo veel complexer maakt dan die van een ‘gewoon’ bedrijf? Broeders: „We liggen onder democratische controle en daar hangen strenge voorwaarden aan. De vergadering moet openbaar te volgen zijn.” Dat kan nu ook weer, net als in de ‘oude’ situatie, via de website van de gemeente Rotterdam. Het raadslid dat aan het woord is – of hij nu fysiek in de zaal zit of thuis achter zijn laptop – wordt in beeld gebracht.

Broeders geeft nog een voorbeeld: „Als je fysiek opstaat in een zaal, dan zie je dat. Leden krijgen dan een seintje van de voorzitter: ‘Je krijgt zo het woord.’ Dat kan digitaal niet en daar moesten regiefuncties voor gemaakt worden.”

Maar de grootste stressfactor was eigenlijk nog de combinatie van deze klus met het thuisonderwijs voor haar drie kinderen, geeft Broeders toe. Lachend: „Ik heb de slechtste thuisschool van het land!”

Lees ook deze aflevering in de serie over ‘cruciale beroepen’: Gevangenen moeten bij klachten ook in ‘thuisisolatie’

Ook Aboutaleb heeft zijn werk de afgelopen weken ervaren als „hectisch en chaotisch.” Hij is niet alleen burgemeester van de tweede stad van Nederland, maar ook voorzitter van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, waaronder vijftien gemeenten vallen. Hij slaapt nog redelijk goed, zegt hij, maar kan er wel eens wakker van liggen dat mensen zich niet aan de regels willen houden. „Die nonchalance, daar heb ik geen begrip voor.”

Dat burgers zich zorgen maken over de economische gevolgen van de maatregelen, snapt de burgemeester wel, maar dat staat voor hem in geen verhouding tot de slachtoffers van het coronavirus. „Ik word emotioneel als ik iedere dag die dodenlijst van onze gemeente zie. Wat is het voorkomen van een recessie ons waard? Twintig doden? Veertig doden? Veertigduizend doden?” Wat de burgemeester betreft, moet terugdraaien van maatregelen, ondanks onvrede van bijvoorbeeld ondernemers, niet overhaast gebeuren.

Of er maatregelen zijn die hij graag zou behouden als de coronacrisis voorbij is? Stoppen met al dat handen schudden misschien? „Nee”, zegt Aboutaleb beslist. „Ik vind handen schudden geweldig! Ik wil echt een burgervader zijn. Als iemand het moeilijk heeft, wil ik mijn hand op zijn schouder kunnen leggen.” Toen hij laatst een lintje aan iemand mocht uitreiken, moest dat per telefoon en met een schriftelijke bevestiging. „Hopelijk kunnen we dat op een ander moment nog goedmaken.”

Sfeer voelen

CDA-raadslid Christine Eskes kijkt een paar uur later tevreden terug op de raadsvergadering-op-afstand. „De griffier had alles zo goed geregeld, zij verdient echt een pluim. Het is niet alsof je even Zoom installeert en klaar – je moet natuurlijk ook kunnen interrumperen.”

Dat interrumperen praktisch mogelijk is, betekent niet dat er geen verschil is met een livevergadering, zegt Eskes. „In de raadszaal voel je de sfeer, hoe de spanning toeneemt. Je kunt nu ook je hand opsteken, maar dat is niet te vergelijken met zes raadsleden die tegelijk opspringen om te mogen interrumperen.”

Niet alleen de inhoudelijke werkzaamheden van de raadsleden, maar ook de protocollen in de raadszaal en de algehele statigheid van het stadhuis geven een raadsvergadering een plechtige sfeer. Kun je die behouden als je vanuit huis vergadert en ziet dat de spreker een pyjama aan heeft? Eskes: „Er zijn instructies rondgegaan: ‘Kleed je alsof je gewoon in de raadszaal zit.’ Toch zie je dat niet iedereen zich daaraan houdt.”

Net als de burgemeester kijkt Eskes uit naar de tijd waarin ze elkaar weer live in de ogen kan kijken. „Even met elkaar naar de tuin lopen, van gedachten wisselen, een grapje maken: dat persoonlijke contact mis ik.”