Casse-croûte, vooral zoet

kruipt achter het aanrecht en leert er haar moeder beter kennen. Afl. 8
Foto Wai Chan en Getty Images

Met mijn ouders sprak ik vroeger geregeld over de bezetting. Niet die door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, maar de bezetting van Marokko door Frankrijk en Spanje. Mijn ouders maakten het als tieners mee. In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, vonden ze de aanwezigheid van de Fransen en Spanjaarden prachtig. Voor mijn vader betekende het ook werkgelegenheid als loopjongen, en daar was hij maar wat blij mee. „Hablo español”, zei hij ieder jaar trots wanneer we met onze oranje Mercedes Benz-bus door Spanje naar Marokko tuften.

Officieel heette de overheersing van Marokko door de Fransen een ‘protectoraat’, een eufemisme voor kolonie. Het protectoraat werd in 1956 opgeheven, maar een van de overblijfselen is de Marokkaanse voorliefde voor Franse patisserie. Van baguette tot croissant, van pain au chocolat tot millefeuille. Een ander overblijfsel uit die tijd: de casse-croûte, de ‘lichte maaltijd’ die men nuttigt tussen de warme lunch en het avondmaal. Nu is snacken op z’n Marokkaans al snel overdadig en zoet; van een lichte maaltijd zoals de Fransen het hebben bedoeld, is dan ook absoluut geen sprake.

Wanneer we op vakantie zijn in Marokko is de casse-croûte mijn favoriete maaltijd – al is het maar omdat deze wél op tijd geserveerd wordt. Iedereen heeft immers altijd een voorraad koekjes en pannekoekjes klaarstaan en de muntthee is in een mum van tijd gezet. En toegegeven, het is ook mijn favoriete maaltijd omdat ik enorm van suiker en zoetigheid hou.

„Wanneer we geen honing in huis hadden – omdat het te duur was – dan smolt mijn moeder vroeger suiker in een pannetje en goot een dikke laag over de pannenkoeken”, vertelt mijn ma me. De herinnering aan mijn oma doet haar ogen twinkelen. Even is ze stil. En dan grapt ze, om haar tranen te verdringen: „Jij zou nooit zoveel suiker gebruiken. En je zou mijn kleindochter verbieden het te eten!”

Hoewel ik naar westerse maatstaven een ongezonde hoeveelheid suiker nuttig, ziet mijn moeder dat helemaal niet zo. Een paar jaar geleden had ik mijn moeder tijdens een vakantie in Marokko betrapt op het maken van rijst met suiker voor mijn dochter. Woedend was ik, omdat ik het belachelijk vind dat een driejarige overgehaald moet worden om rijst te eten door er suiker aan toe te voegen. Maar ook omdat mijn moeder het voor me verborgen probeerde te houden. „Maar ze vindt het zo lekker!”, had ze tegengeworpen. Sindsdien sta ik bij ieder familielid bekend als de suikernazi. Weer eens iets anders dan suikertante.