Opinie

Bedreigde toerismesector was al langer toe aan grondige renovatie

Coronacrisis

Commentaar

Veel inwoners van toeristische centra zoals Amsterdam kunnen hun blijdschap de laatste weken maar moeilijk verbergen. Rustige straten, lege pleinen, afwezige vrijgezellenfeesten, fietspaden zonder klunzige toeristen: een prettig bijeffect van de coronacrisis is dat binnensteden zowaar weer leefbaar en begaanbaar zijn geworden voor de lokale bevolking – voorzover die naar buiten mag.

Maar al te veel vrolijkheid over deze situatie negeert de harde economische werkelijkheid die ze toont. Het economisch belang van het toerisme in Nederland was vóór corona snel aan het toenemen. Toeristen geven jaarlijks in Nederland 87,5 miljard euro uit volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. In landen als Italië en Spanje wordt zelfs richting de 15 procent van het bruto binnenlands product verdiend aan toerisme. Het volledig wegvallen van de bezoekersstromen is voor veel landen een economische aardschok met grote gevolgen voor sociale stelsels en lokale culturele ecosystemen. In Europa zijn ongeveer 22 miljoen banen direct afhankelijk van het toerisme.

De Europese Unie werkt daarom aan plannen om het toerisme te redden. Een optie die maandag bij een vergadering van Europese ministers werd geopperd is om speciale uitzonderingen te maken voor toeristen zodat die toch bepaalde landsgrenzen over kunnen steken. Het is nog niet geheel duidelijk wat er straks mogelijk is, maar de ideeën zijn creatief. Zo zouden er speciale ‘coronacorridors’ kunnen komen van landen met weinig besmettingen naar populaire toeristenbestemmingen, circuleren plannen voor ‘coronapaspoorten’, en mediterrane strandtenten experimenteren met plexiglasschermen tussen strandbedjes om besmettingen te voorkomen.

Een reddingsplan voor toerisme is zeer welkom. Maar het zou goed zijn om naast de maatregelen om het huidige toerisme te redden, ook dieper na te denken over houdbaarder toerisme voor de toekomst.

Want het gevoel van opluchting bij inwoners van toeristische steden de laatste weken is niet alléén maar valse romantiek. Het is ook een serieus te nemen signaal dat massatoerisme al langer bijsturing nodig had. Dat was al tijden bijzonder goed zichtbaar op plekken als de Amsterdamse Wallen, aan de Venetiaanse kanalen en in historische binnensteden zoals die van Dubrovnik. Op die plekken was al het lokale leven al vrijwel compleet verdrongen door drommen internationale bezoekers en bijbehorende laagkwalitatieve winkeltjes en eettentjes. Zoals Ilja Leonard Pfeijffer mooi beschrijft in zijn roman Grand Hotel Europa hebben toeristen de hardnekkige neiging om te vernietigen waar ze door worden aangetrokken. Uit de plannen voor het nieuwe anderhalvemetertoerisme kunnen hopelijk lessen getrokken worden over een duurzamer en gebalanceerder soort vakanties. Kleinschaliger, lokaler en duurzamer zullen de in deze coronatijd de kernbegrippen worden. Het kan geen kwaad om daar ook als de pandemie voorbij is elementen uit te behouden.

Een groep Nederlandse wetenschappers gaf onlangs in de Volkskrant een zinnige voorzet voor hervormingen in de toerismesector naar aanleiding van deze crisis. Volgens deze onderzoekers ligt het voor de hand dat komende zomer de vakantie in eigen land en de directe buurlanden ongekend populair zal zijn, mits de maatregelen dat al toestaan. „Als dat bevalt en de verandering beklijft, kunnen we grote stappen zetten in de transitie naar een duurzamere vorm van toerisme”, schrijven ze. Daar zit wat in.

De overheid kan die transitie steunen door vliegen te ontmoedigen, bijvoorbeeld via kerosine- en vliegbelastingen. De toeristenbelasting kan een aanvullend middel zijn om bepaalde vormen van toerisme aan te moedigen of juist af te remmen. Bewegingsvrijheid voor reizigers en ondernemersvrijheid voor de sector zijn een groot goed maar de ontsporing van het massatoerisme toont aan dat enige regulering wenselijk kan zijn. Amsterdam voerde tijdens deze crisis al een verbod in op Airbnb-verhuur op drukke plekken. Als de internetplatforms die massatoerisme faciliteren niet zelf beter willen nadenken hoe ze bezoekersstromen beheersbaar kunnen maken, moeten ze niet gek opkijken dat er meer verboden zullen volgen.

Overheden op Europees, nationaal en lokaal niveau moeten samen met de toerismesector en de internetplatforms bedenken welke vormen van toerisme wenselijk zijn en welke niet. Van vakantiegangers zelf mag dat overigens ook meer worden verwacht. Er moest al langer een betere balans worden gevonden tussen het economische belang van toerisme en de leefbaarheid van steden voor de bewoners. Als er één moment is voor de grondige renovatie van een van de grootste economische sectoren van Europa, is het wel nu.