Reportage

Zo hard is Malky nog nooit tot stilstand gekomen

Ahmed el Malky (56) uit portiek één is taxichauffeur. Nu is de vaart eruit en leert hij zijn dochter fietsen.

Lees de online versie van dit artikel op nrc.nl/deflat-corona

Ahmed el Malky uit portiek één van de L-flat heeft een Mercedes Benz E 200 D uit 2017 die 224 kilometer per uur kan en optrekt van nul naar honderd in 8,4 seconden. Hij heeft ook een Volkswagen Polo en twee oldtimers. Beweging is zijn leven, en zijn brood: Malky, zoals hij zich het liefst laat noemen, is taxichauffeur en rij-instructeur. Maar sinds half maart staan zijn wagens stil in hun vakken op het dek voor de flat. Hij heeft uitstel van betaling aangevraagd want de lease- en verzekeringskosten lopen door.

Malky (56) groeide op in Caïro met zijn ouders en broertjes en als twintiger, opgeleid tot werktuigbouwkundige, kwam hij in een kantoor te werken waar hij stilstand ervoer. Vrienden waren uitgevlogen naar Nederland en werkten in een shoarmazaak in Zeist. Malky volgde in 1988, serveerde vlees aan de klanten van grillroom Jeruzalem en leerde in het Nederlands te dromen. Hij ontmoette een Hollandse die hem zijn eerste dochter schonk. De baby kon slecht tegen het vocht in hun huis in het centrum van Zeist en de L-flat had plek in portiek vier op acht hoog waar het gezin net geen uitzicht had op het bladerdek van de bossen rondom.

Praatgrage klanten

Malky hield de vaart in zijn leven. Hij kreeg nog twee dochters, startte een broodjeszaak naast het stadion van FC Utrecht en scheidde van zijn vrouw. Hij vertrok uit de L-flat en keerde er terug in 2000 in het eerste portiek op elf hoog, zodat hij alsnog zicht op de boomtoppen kreeg. In 2006 begon hij als taxichauffeur, een jaar later tevens als instructeur van automobilisten in spe.

Hij bood praatgrage taxiklanten een ontvankelijk oor en kreeg er anekdotes voor terug die hij „kleine boekjes” ging noemen. Zoals de les in dankbaarheid in het gehandicaptenbusje, van de man zonder benen maar met goed gemoed omdat de amputatie hem verlost had van tergende pijnen. Malky vervoerde de zieken het ziekenhuis in en versnelde zijn vaart voor klanten met haast.

Klanten met haast kwamen er steeds meer, merkte Malky. Reed hij zijn taxi een minuut te laat voor, dan was de klant steeds vaker boos. Hij wijt het aan de revolutie van smartphone en apps. Geduld, ooit een schone zaak, werd een asset uit een voorbijgesnelde tijd.

Hard remmen

Malky versnelde mee. Meer klanten, meer leerlingen, meer kilometers. Zijn werkdagen begonnen vaak om zeven uur ’s ochtends en hij zat wekelijks vijftig of zestig uur achter het stuur. Op zoek naar een huisnummer in een donkere straat stuurde hij een verontschuldigend appje als hij ook maar een minuut te laat was.

Toen kwam de lockdown. Remmen behoorde tot zijn vaste taken, maar zó hard was hij nog nooit tot stilstand gekomen.

Malky vertelt het op een bankje in het park achter de L-flat. Hij zit er ontspannen bij, zonder deadline, met zonnebril. Hij mist, vertelt hij, de anekdotes van zijn klanten. De haast – die mist hij niet. „Beweeg je te snel dan kom je uit bij stress.” Je gaat aan van alles voorbij: „De zonsopkomst, de zonsondergang, het verhaal van je dochter van vier omdat je eigenlijk bezig bent met je mobiel.”

Twee jonge dochters heeft Malky met zijn tweede vrouw, een Marokkaanse. Die van vier heeft hij leren fietsen toen de lockdown nog vers was: samen over de stoep – zij op wielen, hij dit keer niet. Zo vullen zijn dagen zich nu. Met vaderschap en „een beetje administratie”.

Ze klagen niet

Een adept van de stilstand is hij ook weer niet geworden. De dingen moeten nog steeds beter, vooruitgang is de weg. Neem de omgeving van de flat. „Kijk dan”, zegt hij vanaf het bankje in het park. Er zijn rommelige struiken te zien, onkruid tussen de tegels, een vijver vol kroost. „Ik zie een plek die heel mooi kan zijn, maar het is onverzorgd. In Nederland is alles verzorgd. Maar hier niet.” Hij weet waarom, zegt hij. „Als je gaat klagen, je stem laat horen, dan krijg je dingen gedaan in Nederland. Maar de mensen in de flat, die zeggen niets. Ze klagen niet.” Misschien komt het door gebrek aan onderwijs, zegt hij, of door gebrekkig Nederlands. Of door eigen zorgen, die alles overschaduwen. „Of mensen vergelijken het met hun geboorteland en vinden het best zo.” Malky zelf is sinds een jaar lid van de bewonerscommissie van de flat. Hij wil de bewoners spreken die zich stilhouden, zegt hij. „We moeten eigenlijk langs de deuren gaan. Mensen vragen: wat zijn je problemen? Wat kan er beter?” Bewoners bewégen tot actie. Gewoon, de váárt erin.