Opinie

Op bezoek bij jezelf

Nu de wijde wereld even dicht zit, onderzoekt zijn heimwee naar de kleine ruimte. Aflevering 1.
Illustratie Rik van Schagen

Goed, we zijn dus opgehokt. Ingekwartierd bij onszelf. Waaraan herinnert ons dat? Heus niet alleen aan vervelende dingen. Ook aan de kleine, besloten wereld van onze kindertijd. Kom, laten we ons samen eens verkneukelen over die herinneringen. Om die geborgenheid op waarde te kunnen schatten, moet je eerst de wijde wereld in! Gelukkig zijn we daar intussen allemaal geweest, dus niets belet ons om dat gevoel van behaaglijkheid in een kartonnen doos, onder de tafel of onder een afhangend vloerkleed eens terug te roepen.

Wat is een uitnodigende kleine ruimte? Een plek waar je in wilt kruipen: een kruipruimte. Rechtop staan hoeft niet, liever niet zelfs. Liggen is oké, want liggen is knus. Het mag er niet te licht zijn, liefst een beetje donker, zoals vroeger bij je oma tegen het einde van de dag. ‘Schemeren’ was toen een werkwoord, het stond voor genoeglijke beschutting in een kleine, overzichtelijke wereld.

Met de blokkendoos die je voor je verjaardag kreeg, kreeg je ook de knusheid meegeleverd. De raampjes die je tussen de houten bouwstenen, boogjes en zuiltjes paste, waren van rood mica. Daarbinnen was het gezellig! En die huisjes waren klein, anders vielen ze om. Wat zouden we toen van Lego hebben gevonden?

Maar de ultieme verkneukeling speelde zich af onder de dekens van je eigen bed. Verboden boekjes lezen met die zaklantaarn, maar ook prettig verrast rondkijken in de minieme huiskamer waarin je jezelf terugvond. Door je ademhaling en die lantaarn werd het er warm, een sweatshop, bedompt en klam. Niet erg, zolang je het uithield. Op bezoek bij jezelf. In de machinekamer van een gestaag draaiende machine, je eigen lijf. Een scheet laten verhoogde de binnenpret, snuiven maar!

Mijn vroegste gewaarwording van die diepe weggekropenheid dateert van nog eerder: ook in een bed, dat van mijn ouders. Nadat zij waren opgestaan, trok ik zo veel mogelijk dekens over me heen, zodat ik haast niet kon ademhalen. Boven me spande zich nu een oneindig firmament, in het universum achter mijn oogleden zag ik sterren pinkelen. Pas veel later realiseerde ik me dat het tintelende gevoel van spanning en opwinding dat me onder dat dekenbaldakijn bekroop, de weerslag was van een dubbele sensatie: geborgenheid én oneindigheid ineengeschoven.

Later in je leven kan het op de meest onverwachte momenten weer de kop opsteken, dat heimwee naar de kleine ruimte. „Ik vind het zo leuk om in hun huisjes te kijken”, zei premier Rutte in 2016 bij een bezoek aan een vluchtelingenkamp in Libanon. „’t Zijn toch ook huisjes? Volgens mij noemen de mensen het zelf ook zo, het zijn hun huisjes geworden.” Zelfs in die barre omstandigheden werd onze premier eventjes besprongen door dat kinderverlangen. Om er in te kruipen.