Recensie

Recensie

Meer dan een zweverige kruidenbijbel

Boek

Eerlijk is eerlijk: De Historia Naturalis lag al een half jaar stof te vergaren op de wetenschapsredactie. Niet zozeer vanwege het royale aantal pagina's (685) maar vanwege het onderwerp. Hoort een onderwerp als ‘kruidengeneeskunde’ wel thuis op de wetenschapspagina’s?

Dat hangt af van de opzet, laat de Belgische emeritus-hoogleraar plantenfysiologie Marcel de Cleene zien in dit prachtig geïllustreerde naslagwerk. De Historia Naturalis is geen zweverige kruidenbijbel maar een boeiend geschiedkundig overzicht van de kruidengeneeskunde door de eeuwen heen. Plinius de Oudere schreef in 77 na Christus in zijn Naturalis Historia al over de geneeskrachtige werking van kruiden – van kleefkruid tot koningskaars – en De Cleene laat in tabellen en tekst zien hoe die opvattingen vaak veranderden. Duizendblad bijvoorbeeld werd in de tijd van Plinius gebruikt tegen diarree, maar aan het einde van de Middeleeuwen was het bekend als middel tegen onder meer blaasontsteking en menstruatiepijn.

Ook bijzonderheden over etymologie en over historisch huishoudelijk gebruik – culinair, cosmetisch – worden vermeld. Prettig is de nuchtere toon: De Cleene benoemt de toepassingen in de moderne kruidengeneeskunde, maar waarschuwt ook nadrukkelijk voor bijwerkingen. In de Flora Batava (1800) tipte de Nederlandse botanicus Jan Kops guichelheil nog als lekkernij: „Het kan zo tot salade, als tot toekruid daarover, gebruikt worden.” Niet doen, zegt De Cleene: er bestaat kans op vergiftiging.

Toch zou hij nóg kritischer mogen zijn. Hij benadert de historische kruidengeneeskunde bewust met open blik – „Veel toepassingen zijn weliswaar voorbijgestreefd of niet zinvol, maar men mag nooit het kind met het badwater weggooien” – maar scheidt soms te weinig feit van fictie. Een opmerking over hop („Men beweert soms dat alle vrouwen die met hopoogst beginnen daardoor twee dagen nadien ongesteld worden, ongeacht in welke fase van hun menstruatiecyclus ze zitten – feit is dat hop fyto-oestrogenen bevat, wat door onze huid kan worden opgenomen”) vraagt om meer wetenschappelijke duiding.