Necrologie

Legendarische duizendpoot en afrobeat-drummer Tony Allen gestorven

Tony Allen (1940-2020) Samen met Fela Kuti was Allen uitvinder van afrobeat. Zijn polyritmische, jazzy stijl maakte hem alom geliefd.

Tony Allen tijdens een optreden op het Glastonbury festival in 2010.
Tony Allen tijdens een optreden op het Glastonbury festival in 2010. Leon Neal

De Nigeriaanse drummer Tony Allen definieerde een volledig genre met zijn polyritmische drumstijl. Hij was verantwoordelijk voor de ‘beat’ in afrobeat. Achter de drumkit gebruikte hij zijn hele lichaam en leek over extra ledematen te beschikken. Allen stierf donderdagavond in Parijs op 79-jarige leeftijd, waarschijnlijk door een hartstilstand.

Tony Oladipo Allen werd geboren in Lagos in 1940. Rond zijn achttiende leerde hij zichzelf drummen, vooral door te luisteren naar Amerikaanse jazzmusici als Dizzy Gillespie en Charlie Parker. Later werd hij beïnvloed door jazzdrummers Max Roach en Art Blakey. In de levendige muziekscene van Lagos ontmoette hij Fela Kuti met wie hij aanvankelijk vooral West-Afrikaanse highlife speelde. Maar na avonturen in Engeland en de Verenigde Staten ontwikkelde het duo een geheel nieuwe, unieke stijl. Wat begon als een mix van highlife en jazz werd als vanzelf uitgebreid met soul, funk en yoruba-chants en -rimtes. Afrobeat was geboren; een onweerstaanbare trans-Atlantische groove.

Allen werd de drummer en muzikaal leider van Fela Kuti’s legendarische band Africa ’70. In een creatieve, bijna maniakale versnelling namen ze met Africa ’70 meer dan dertig albums op, zoals Zombie en Shakara. „Zonder Tony Allen zou er geen afrobeat zijn”, zei Kuti.

De afrobeatscene speelde zich vooral af in de nachtclub The Shrine van Kuti in diens illegale vrijstaat in Lagos. Het trok de aandacht van Amerikaanse en Europese muzikanten. De JB’s van James Brown raakten op hun Afrikaanse tour diep onder de indruk en ook Paul McCartney bezocht The Shrine.

Lees ook: ‘Het is Afro-hop, maar het klinkt wel hip’

In 1979 verliet Allen het steeds chaotischer wordende collectief van Kuti; soms ging een groep van wel zeventig mensen op tour. Het conflict ging over geld, maar Allen zag ook dat Kuti’s artistieke lijn steeds meer werd beïnvloed door spirituele dwalingen en grootheidswaan. Allen koos voor de muziek en begon zijn eigen groep. Hij verhuisde naar Londen en later Parijs.

Hij bleef het avontuur zoeken. Allen experimenteerde in de jaren tachtig met elektronica, dub en rap. Hij zou dat tot zijn dood blijven doen, maar in al zijn uitingen bleef zijn typische jazzy drumstijl overeind. Tony Allen klinkt altijd alsof hij met elke ledemaat een ander ritme speelt. Chaotisch is het nooit, eerder lichtvoetig en strak tegelijk, met veel ruimte voor andere muzikanten. Zelfs tijdens zijn werk met techno-producer Jeff Mills (Tomorrow Comes The Harvest, 2018) is zijn excentrieke stijl hoorbaar.

In een interview tijdens het Afrika Festival in het Twentse Hertme in 2013, zei Allen zelf: „Ik ben beïnvloed door heel veel stijlen. Daarom speel ik met een orkest in mijn hoofd. Ik ben snel verveeld en wil niet steeds hetzelfde spelen. Nooit te vaak dezelfde beat. Maar uiteindelijk zijn het allemaal gewoon vierkwarts-maten hoor, maar dan verschillende door elkaar.”

Allens veelzijdigheid maakte hem geliefd bij veel andere muzikanten. Flea, bassist van de Red Hot Chili Peppers noemt hem bij zijn overlijden ‘mijn held’. Brian Eno noemde hem ooit „misschien wel de beste drummer ooit’’. Rejoice is een van de vele bewijzen van zijn enorme klasse.

In Nederland was Jos de Haas, percussionist van onder andere New Cool Collective, bevriend met Allen. „Qua leeftijd kon hij mijn vader zijn, en soms voelde het ook zo. Tony was mijn mentor, niet alleen in de muziek, maar ook persoonlijk. Een zachte, lieve man, die ook kritisch op vrienden kon zijn, bijvoorbeeld als ik problemen had in mijn relatie. Als hij belde dan was het om af te spreken op zijn hotelkamer met een fles whiskey en een paar joints. Hij was altijd onderweg.”

Zijn stijl kenmerkt zich volgens De Haas vooral erin dat hij Afrikaanse ritmes op de drumkit wist te spelen. „Hij speelde nooit op de tel. Nooit boem-klap, maar juist boem tatata-klap, accenten op gekke plekken. Je kon meteen horen dat het zijn beat was, dat kunnen maar weinig drummers zeggen.”

Nadat Fela Kuti stierf in 1997 en Tony Allen zich bezighield met andere projecten, leek de afrobeat een stille dood te sterven. Maar in het nieuwe millennium kwam het genre weer volop in de belangstelling – en daarmee ook Tony Allens werk.

Hij stimuleerde de afrobeatrevival door regelmatig op te treden met afrobeatgroepen van Japan tot Brazilië. Hij noemde de Nederlandse band Jungle By Night de ‘evolutie van afrobeat’.

Allen bleef altijd met liefde spreken over zijn voormalige vriend en mede-afrobeatuitvinder Fela Kuti. Backstage bij het Afrika Festival in Hertme goot hij voorafgaand aan het optreden een scheut whiskey in de hoeken van de kleedkamer. „Voor Fela, die nu een spirit is. Ik wou dat hij hier was, zodat we gewoon over mooie dingen en muziek konden praten.”

Vorige maand nog kwam een nieuw album uit van Tony Allen, Rejoice, opnames uit 2010 samen met Hugh Masekela.