Opinie

Hygiënische horden

Christiaan Weijts

Bij Haag Atletiek, net achter de duinen, zijn ze er klaar voor. Naast het materialenhok staat een tafeltje: flacon handgel erop, emmer met sponsjes, een jerrycan desinfectiemiddel, papieren doekjes, een doos rubberhandschoentjes. Ik trek er twee uit, wurm mijn handen erin, en begin de hoepels, horden en pionnen af te soppen uit de kruiwagen ernaast. Zo staat het in de protocollen: „Na iedere training worden de materialen gedesinfecteerd.”

Ouders konden voor dat klusje inschrijven. Ik tekende voor deze allereerste beurt, woensdagmiddag. Dan hoefde ik niet bij de dranghekken bij de parkeerplaats zo vlug mogelijk te vertrekken („het zoen en zoef-principe”), en kon ik getuige zijn van dit grote moment. Het eerste kiertje van de unlock.

De training van de allerjongsten is net voorbij. Op de Laan van Poot stromen ouders toe. Op meters van elkaar, zwijgend, als leden van een sekte in afwachting van een natuurfenomeen.

De zon breekt door. De lijnen lichten nog witter op in het aarderood van de lege baan. Vanaf mijn schoonmaaktafeltje zie ik ze komen, de oudere kinderen. Zeven weken hebben ze elkaar niet gezien. Mijn tienjarige herken ik al gauw niet meer tussen alle knalgele shirts en mosgroene broeken. In hun groepjes horen ze, met ongeduldig wiebelende benen, de nieuwe instructies aan. Eigen bidon mee. Vooraf thuis plassen. Handen wassen. En helaas, even geen limonade meer na afloop. Dan sprinten ze weg, uitgelaten, met lachende gezichten.

De wethouder Sport, Hilbert Bredemeijer, kijkt tevreden toe vanachter het hek, samen met oud-PvdA-Kamerlid Pierre Heijnen, sinds kort voorzitter van deze atletiekclub, en nog wat medewerkers. Ze staan in een wijde anderhalvemetercirkel, bijna plechtig.

Er is hard gepuzzeld op nieuwe schema’s en protocollen, hoor ik. Zo waren er dilemma’s rond „de D’tjes”, deels twaalf, deels dertien. Die moesten toch onder het jeugdregime, met onderlinge afstand, in gehalveerde groepen. Rond de baan zijn spuitbussen, ontsmettingsmiddelen, handschoenen, doekjes, flacons. Viruspreventie is een sport op zichzelf geworden.

Conform het protocol berg ik ‘de ontsmette materialen’ weg, tussen de speren, stootkogels, en discussen – het echte werk. Daar komen natuurlijk veel meer zweettengeltjes aan. In het coronaspreekuur op Radio 1 had een huisarts net uitgelegd dat het schoonmaken van winkelkarretjes schijnveiligheid is.

Het hygiënisch reinigen van horden is dat allicht ook. Er zal een dag komen waarop zal blijken hoeveel procent er overbodig was van alle protocollen, alle kapjes, alle geïmproviseerde jungles van plexiglas. Wie weet blijken de oorspronkelijke RIVM-middeltjes wel het meest effectief: grondig handen wassen, thuisblijven bij lichte klachten.

Ook schijnveiligheid heeft haar nut. Als dit de gemoedsrust geeft om onze levens te hervatten, spons ik met liefde honderden horden af.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.