Opinie

Hoera

Sportcentrum Papendal is voorzichtig opengegaan. Zo’n honderd man, het neusje van de Nederlandse sportzalm, kan de installaties weer gaan gebruiken. Het is de eerste poging van de nationale topsport om uit haar opsluiting te kruipen. Tijdens het kijken naar de reacties van terugkerende topatleten dacht ik aanvankelijk dat de sportfans blij mochten zijn dat hun idolen nog gezond zijn. Gaandeweg draaide mijn mening een graad of honderdtachtig.

Het begon bij Dafne Schippers. Die had tot nu toe vooral in het bos getraind. „Het bos is blessuregevoelig”, zei ze. Ik dacht meteen aan de stikstofproblematiek en zei: goed zo Dafne, want voor sporters die hun podium gebruiken voor belangrijke zaken, kun je mij wakker maken. Het was helaas niet wat Schippers bedoelde. De atleet zelf is in het bos blessuregevoelig.

Ook Omnisport in Apeldoorn is op een kier open. Baanwielrenner Jeffrey Hoogland, in totaal goed voor veertien gouden medailles, vijf zilveren en een bronzen, zei blij te zijn dat hij weer de baan op mocht. In de tussentijd had hij op de openbare weg gefietst en dat vond hij toch niet heel erg veilig, want op de weg legde hij uit: „ … hebben wel bijna een paa … soort van crashes met auto’s gehad, die verwacht gewoon niet dat we met zestig aankomen en als je inloopt op een auto en zo en die gaat remmen, ja wij hebben geen remmen dus dat is supergevaarlijk ook dus het is ook goed dat we weer op de baan zitten.”

Het was toen hij uitgesproken was dat mijn mening die zwiep maakte.

Veilig voor wie, riep ik. Als trouwe hondenuitlater ben ik meer dan eens de dijk afgeschreeuwd door mannen in lycra, alleen wist ik niet dat de mogelijkheid bestond dat een daarvan een met edelmetaal behangen topatleet was. Zo een met spiervezels tot in zijn wimpers, zeg maar. Had ik dat geweten dan had ik mezelf stilletjes in de sloot laten zakken in plaats van dat ene terug te roepen.

Voor onze veiligheid moeten we allemaal binnen blijven, maar voor een frisse neus mogen we naar buiten. Wat onze leiders tijdens persconferenties niet vertelden was dat een van de snelste sprintsters van Nederland ook los in het bos liep, evenals haar mannelijke evenknieën op de fiets. De kans bestaat dat als je in een sluis kijkt daar een wereldkampioen zwemmen ligt en dat de skaters op het plein voor de Olympische Spelen zijn gekwalificeerd. Terwijl wij voor onze veiligheid binnen bleven wisten we niet hoe gevaarlijk het echt was om je buiten te begeven. Even krachtig en onherkenbaar als het virus, bevond ook topsport zich vrij in ons midden.

Godzijdank trainen darters binnen, want als oom handhaver je met een dartpijl aan je jas naar huis ziet schuifelen heb je wat uit te leggen. Waar de boogschutters, kogel- en speerwerpers hebben getraind, zullen we te weten komen als de stoffelijke overschotten van ongelukkige frisseneushalers worden gevonden. Topsporters mogen weer de banen op. Laten we blij zijn, voor hen, maar vooral voor onszelf.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.