Opinie

Het CDA sloopt zichzelf

Christen-democratie Gebrek aan politiek gevoel bij de partijtop maakt van het CDA een anti-Europese partij voor mopperkonten, meent .
Een CDA-campagnebord in een weiland in Riel, bij Tilburg.
Een CDA-campagnebord in een weiland in Riel, bij Tilburg. Foto Merlin Daleman

Wat zo pijnlijk duidelijk is geworden in de ‘Brabantse kwestie’ in het CDA: het ontbreekt de partijleiding in Den Haag aan politiek gevoel. Het besluit van de Brabantse partijafdeling om gemene zaak te maken met het extreem-rechtse Forum voor Democratie (FVD) brengt het CDA in een hoek waar een christen-democratische volkspartij ver uit zou moeten wegblijven.

Maar fractieleider Pieter Heerma, partijvoorzitter Rutger Ploum en de kandidaat-lijsttrekkers Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra lijken ziende blind en horende doof voor de politieke betekenis van die wending, of houden zich van de domme. In dat laatste geval schuilt achter hun zwijgen een bewuste politieke strategie om het CDA definitief in ander vaarwater te brengen. Smerig vaarwater.

Voordat dit besluit in Brabant viel, had het CDA nog een kans zijn eigen idealen serieus te nemen, door een grens te trekken en het FVD van coalitiesamenwerking uit te sluiten. Nu staan de christen-democraten te kijk als een partij die opportunistische motieven laat prevaleren: de Brabantse boeren een plezier doen.

Lees ook: CDA onzeker door boze boeren

Het gebrek aan politiek gevoel bij de Haagse partijleiding blijkt uit de koppig volgehouden ontwijkingsmanoeuvre om de Brabantse coalitievorming als een provinciale kwestie af te doen. Wat zij niet inziet is dat de gepolariseerde onenigheid in de eigen gelederen over de dreigende oversteek naar extreem-rechts een politiek feit op zichzelf is, waarover zij een oordeel zou moeten vellen. Door toch te zwijgen, krijgen nu twee koerswendingen hun beslag zonder dat de partijtop daar een woord aan heeft vuilgemaakt, oftewel: zonder dat zij daarvoor aan de leden verantwoording heeft afgelegd.

Paaien van de boeren

Van beleidsinhoudelijke betekenis, ook voor de geloofwaardigheid van het opereren van de Tweede Kamerfractie, is dat het CDA in een coalitie stapt met een partij die de milieucrisis domweg ontkent, nota bene in de provincie waar de vervuiling die de intensieve veehouderij veroorzaakt de gezondheid en het milieu het zwaarst belast. Het paaien van de boeren weegt hier zwaarder dan het rentmeesterschap, een van de christen-democratische kernbeginselen.

De verwachtingen die het CDA nu heeft gewekt bij de agrarische sector kunnen de eigen Kamerleden en ministers behoorlijk in de weg zitten als het aankomt op de beteugeling van de stikstofuitstoot, waarvoor het kabinet deze week een reeks maatregelen aankondigde. Zij moeten zich dan verstaan met de politiek leider van de Brabantse coalitiepartner, Thierry Baudet, die in het teveel aan stikstof het tegendeel van een milieuprobleem ziet: hij verheugt zich over de „prachtige jungleachtige gebieden met elzen, eiken, wilgen” die Nederland er straks volgens hem aan te danken zal hebben.

Partij van ‘Boze Burger’

De tweede koerswending is van principiële aard. Met het politieke verbond met Baudets partij profileert het CDA zich sterker dan ooit als een partij van de ‘boze burger’. En op wie die burger volgens het CDA zijn woede richt heeft de partij met deze koerswending ook impliciet duidelijk gemaakt: op de immigranten en de Europese Unie, de twee zondebokken tegen wie de nieuwe politieke partner zijn haatcampagnes richt.

In de Europese Unie gaf aspirant-lijsttrekker Wopke Hoekstra in zijn rol van minister van Financiën al eerder blijk van een gebrek aan politiek gevoel. Zijn halsstarrigheid in de EU-onderhandelingen over het economische reddingsprogramma in de coronacrisis was zelfs Duitsland, een aloude bondgenoot in de financieel-economische politiek, te gortig. „Niet doelgericht en ongepast”, oordeelde zijn Duitse ambtgenoot Olaf Scholz.

Lees ook: Stuurloos CDA snakt naar leider

Wellicht had Hoekstra uit puur economisch oogpunt het gelijk aan zijn kant, maar dan nog vergde het politieke belang van het bijeenhouden van de Europese Unie, cruciaal in tijden van crisis, een andere opstelling van de Nederlandse minister. Bij hem was weinig te bespeuren van het vereiste delicate gevoel om de politieke dimensie van deze afweging op waarde te schatten.

Gebrek aan gevoel

In de Brabantse kwestie bleek fractieleider Heerma de mogelijke repercussies voor zijn partij niet te overzien, getuige zijn cynische opmerking: „Als dat college in Brabant er een paar weken zit, hoor je er niemand meer over.”

Vicepremier De Jonge zei het aan zijn Brabantse partijgenoten over te laten met welke coalitie de boerenbelangen het best zijn gediend, ook al is dat met het FVD. Partijvoorzitter Ploum, formeel de eerstverantwoordelijke voor de CDA-koers, deed er al die tijd het zwijgen toe en nam ook voor journalisten de telefoon niet op.

Het resultaat van dit gebrek aan politiek Fingerspitzengefühl bij de partijtop is dat dit het publieke imago van het CDA wordt: een anti-Europese partij met een nogal zwartgallig beeld van burgers als rancuneuze mopperkonten die de immigranten en de Europese Unie van alle problemen de schuld geven.

Dat beeld verdraagt zich slecht met de traditie van Europese gezindheid van het CDA, noch met het vertrouwen dat de ‘partij van de samenleving’, zoals zij zichzelf afficheert, in burgers zegt te stellen. Dat CDA’ers, onder wie oud-ministers Ernst Hirsch Ballin en Hanja Maij-Weggen, deze week hun partijleiding met uitroeptekens toeriepen „Doe het niet!” was geen overdrijving, maar een wanhoopskreet over de pure existentie van een principiële christen-democratische volkspartij.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.