Uitsmijter Fred Prang kreeg geregeld politiebewaking

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Portier Fred Prang (1953-2020) van studentendisco Woolloomooloo loste moeilijkheden zonder geweld op.

Fred Prang in 2017
Fred Prang in 2017 Foto Erik van ’t Wout

Hij las boeken over boeddhisme, bad soms, mediteerde in de lotushouding, rookte niet en dronk geen druppel: Fred Prang, van 1974 tot 2017 wachter op de drempel van de grootste studentendiscotheek van het land, oftewel portier van de Woolloomooloo aan het Janskerkhof in Utrecht. Ruim veertig jaar balanceerde hij tussen zijn spirituele aspiraties en de ruige realiteit bij de deur. „Het is geen werk, het is een roeping”, zei hij tegen NRC bij zijn pensionering. De studenten beschermen tegen drugs en geweld, dat was de essentie. Maar Fred Prang was zoveel meer dan een uitsmijter.

Wouter Kolff, nu burgemeester van Dordrecht, was in 1999-2000 lid van de Senaat van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) waar de Woo onderdeel van is. Sindsdien bleef hij in contact met Fred. „Hij kende haast iedere Woo-bezoeker, van de jaren zeventig tot een generatie later. Zijn geheugen voor gezichten was fenomenaal. Iedereen voelde zich bij hem thuis, hij gaf bezoekers altijd de indruk goede vrienden te zijn. Bij een portier denk je aan een bullebak die raad weet met z’n vuisten, maar de kunst is om sociaal vaardig te zijn.”

Henny de Vos, journalist bij Utrechts Nieuwsblad en later NOS Journaal, interviewde Fred zeven keer voor het gedenkboek Woolloomooloo – De eerste 50 jaar (2020), en kende hem ook als dj, in de begintijd van de Woo: „Soms zag ik vanaf het discomeubel dat er iets dreigde te gebeuren, een vervelende klant of zo. Dan zette je een wat langer nummer op en liep je naar Fred, die het vervolgens zonder geweld oploste. Een praatje, een waarschuwing en het was voorbij.” Maar hij herinnert zich ook: „Je bent natuurlijk uitermate kwetsbaar als je die deur opengooit. Bij een dreigende bezoeker aan de deur ging Rooie Piet, de baas van de garderobe, soms via de sociëteit van het USC naar buiten en gaf hem van achteren een knal. Fred wachtte tot hij een kreun hoorde, kwam naar buiten en zette de puntjes op de i. En dan stond Piet alweer in de garderobe.”

Fred Prang (met bakkebaarden) bij het eerste lustrum van de Woolloomooloo in 1975.

Foto privécollectie

Fred Prang uit De Bilt was ooit loodgieter, leerde het portiersvak bij café de Tregter in Utrecht en bezocht de Woo toen soms als klant. Als niet-student kon hij toch naar binnen want hij kende de portiers Toon en Ben Zwezerijnen via hun boksschool De Voltreffer. Hij werd tijdelijk assistent-portier in de Woo en maakte intussen plannen om een pannekoekenrestaurant te beginnen. Dat deed hij met Berry van Gelderen, die toen de garderobe in de Woo beheerde. Ze vertelt: „De vergunning voor dat restaurant kwam er niet en hij vond portieren leuk. In 1977 trouwden we – een beetje hippieachtig, met alleen de getuigen erbij en daarna op vakantie.”

Een vaste aanstelling, een woonboot aan de Leidsekade en de geboorten van Melody en Joey completeerden de basis van Freds verdere bestaan. Over de risico’s van zijn werk kreeg Berry weinig te horen: „Ik herinner me alleen dat hij kogelwerend glas rond de boot aanbracht. Maar nu duiken we in de papieren en lezen we over vechtpartijen.”

Het was ernstiger: bij de gepantserde deur werd weleens geschoten, soms werd Prang ’s ochtends op het Janskerkhof opgewacht door drugsdealers die hij aan de deur had geweigerd en die hun gelijk kwamen halen. Regelmatig kreeg hij politiebewaking.

Betalen met Woo-muntjes

Vanuit een Woo-overstijgend verantwoordelijkheidsgevoel richtte hij in 1997 het Utrechts portiersoverleg op, zonder extra vergoeding, gewoon omdat hij veiligheid in de stad wilde. Mede daarom werd hij in 2004 koninklijk onderscheiden. Kolff, die daartoe het initiatief nam: „De aanleiding was zijn dertigjarig dienstverband. En achterliggend: dat hij altijd had meegedacht over het beleid, wat veel verder ging dan zijn officiële taak. Toen we in 2003-2005 overgingen van iedere nacht open naar vijf per week was hij daartegen. Als we het goed aanpakten, zat het altijd vol, zei hij. Hij wilde speciale avonden voor buitenlandse studenten en voor hockeyers. Bij een grote verbouwing in 2000 was hij nauw betrokken, eerst bij de sloop, later was hij zelf aan het timmeren. Het idee om consumpties te laten betalen met Woo-muntjes kwam van hem.”

De grootste vijanden van Fred Prang verschenen niet aan de deur van de Woolloomooloo. Ondanks zijn supergezonde levensstijl had hij twee hartaanvallen, kreeg hij steeds meer andere aandoeningen en op 31 maart bezweek hij aan corona. Toen hij eind maart naar het ziekenhuis ging zei Berry: „Je komt er wel weer bovenop.” Fred: „Nee, ik ben aan het einde van mijn leven. Dit is het.”

Na zijn dood verschenen veel in memoriams en honderden reacties op een condoleancesite. Zijn uitvaart met een zee van bloemen had in andere tijden stampvol gezeten. Berry: „Als hij van boven kijkt, vindt hij het geweldig.” In een interview zei hij ooit: „Een klein deel van de wereld, in dit geval een discotheek, beschermen voor de grote boze buitenwereld is waarvoor ik op aarde ben.” Wie weet ziet hij nu nieuwe kansen.