Thuiswerken heeft voordelen, maar hoe hou je die straks vast?

Thuiswerken Welke voordelen van thuiswerken willen we behouden, als we – ooit – weer massaal naar kantoor mogen? De kunst is daar nú al over na te denken. „Voor je het weet, vullen de wegen zich weer met auto’s.”

Foto Thomas Nondh Jansen

Citroenvlinders komt ze tegen, koolwitjes en oranjetipjes. Tijdens haar lunchpauzes steekt Jildou Spoelstra haar straat in het Friese dorpje Terwispel over en ze staat in een natuurgebied.

De 49-jarige projectleider duurzame inzetbaarheid bij de Rijksuniversiteit Groningen vindt de dagelijkse wandelingen een van de grote voordelen van thuiswerken. „Vóór corona werkte ik twee, hooguit drie dagen per jaar thuis. Ik croste altijd heen en weer, elke keer drie kwartier in de auto.”

Ook als het straks niet meer nodig is vanwege de pandemie, verwacht Spoelstra – die na een relatiebreuk alweer jaren alleen woont – dat ze vaker vanuit huis blijft werken. Ze is niet de enige. Een kwart van de mensen die nu meer thuiswerken en een derde van mensen die vaker op afstand vergaderen denken dit te blijven doen, bleek vorige week uit cijfers van het Kennisinstituut Mobiliteit. Het KiM verzamelt informatie voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Een kanttekening: lang niet iedereen kán thuiswerken, meldt het KiM, dat al jaren de werksituatie en het reisgedrag volgt van een representatieve groep van ruim 2.000 Nederlanders. Bijna 10 procent van hen blijkt sinds de coronarestricties minder te zijn gaan werken, nog eens 5 procent is helemaal gestopt. Bijvoorbeeld omdat ze geen opdrachten kregen.

Lees ook de column Ben Tiggelaar over op afstand connectie houden met collega’s

Straks weer in de file?

De mensen die wel vanuit huis aan de slag kunnen, zijn „overwegend positief”, aldus het rapport van het KiM. Ruim 60 procent zegt dat thuiswerken hen makkelijk afgaat. De meeste respondenten hebben thuis een goede werkplek, voelen zich productief, zijn positief over vergaderen op afstand en voelen zich goed ondersteund door hun werkgever. Het instituut concludeert dat de coronacrisis de manier waarop we werken „mogelijk blijvend” gaat veranderen.

Jitske Kramer, eigenaar van organisatieadviesbureau Human Dimensions, vindt die voorzichtige bewoordingen van het KiM verstandig. Want een tijdelijke gedragsverandering – zoals thuiswerken vanwege corona – wordt niet zomaar permanent. „Als je nu vraagt: ga jij straks die file weer in, dan zegt iedereen nee. Maar zodra we weer naar kantoor mogen, blijkt het toch handig om persoonlijk bij die vergadering met de projectgroep te zijn. Voor je het weet vullen de wegen zich weer.”

Voor blijvende verandering is het cruciaal om juist nu te bespreken hoe men straks wil werken, zegt Kramer, nu bestaande gewoontes zijn weggevallen. Maar op veel plekken is het nog te vroeg voor zo’n gesprek, signaleert ze. „Veel sectoren zitten nog in crisismodus. Een docent die haar uiterste best doet om haar hele klas betrokken te houden bij het online onderwijs, zal over zo’n evaluatie zeggen: mag ik eerst even mijn werk doen?”

Lees ook dit interview: ‘Je eigen brein is de belangrijkste bron van afleiding’

Appen tijdens de vergadering

Als het wel tot zo’n gesprek komt, ga er dan vanuit dat de meningen over de voor-en nadelen van thuiswerken verschillen. Bijvoorbeeld tussen werkgevers en werknemers. Dat zegt Gijs van Blokland, algemeen directeur van DataIM, een dataverzamelingsbedrijf dat begin april met onderzoeksbureau Skwadraat in een representatieve peiling vroeg naar werksituaties vóór de coronamaatregelen en nu. „De meeste werknemers bleken hun inzet thuis even goed te vinden als op kantoor, maar werkgevers gaven juist aan daar niet altijd voldoende zicht op te hebben.”

DataIM overweegt een tweede peiling nu de richtlijn om zoveel mogelijk thuis te werken is verlengd tot minstens 19 mei. Het bedrijf houdt ook interne enquêtes bij organisaties die meer willen weten over de werkervaring van hun personeel in coronatijd. Maar ook Van Blokland merkt dat op de meeste plekken nog geen behoefte is aan evaluaties. „We hadden al afspraken staan met ziekenhuizen om voor de zomer een tevredenheidsonderzoek te doen onder het personeel. Toen we belden of ze die vragenlijsten wilden aanpassen vanwege de coronacrisis, was daar nog geen tijd voor. Logisch ook.”

Leidinggevenden die er al aan toe zijn met hun team te bespreken welke veranderingen ze willen behouden, moeten vooral zorgen dat mensen eerlijk hun ervaring kunnen delen, zegt organisatieadviseur Kramer. „Lessen trekken werkt alleen als mensen erop vertrouwen dat ze er niet op worden afgerekend als ze vertellen hoe thuiswerken er écht aan toegaat. Inclusief stiekem met anderen appen tijdens een online vergadering. De hoogste in rang moet daarom als eerste openheid geven.”

Word je ongeduldig omdat je manager nog niet bezig is met hoe de werkvloer er straks uitziet? Schrijf je eigen lessen over thuiswerken op en wissel ervaringen uit met collega’s, adviseert Kramer. Zo ben je goed voorbereid op het moment dat je leidinggevende wel toe is aan evalueren.

Bedenk wel dat steun vanuit de top van de organisatie uiteindelijk nodig is om veranderingen blijvend te maken, zegt Kramer. „Mensen die buiten de formele macht om zaken proberen te veranderen, eindigen meestal op de brandstapel.”

Hadassa van de Griend (24) ‘Ik had best een heftig ritme, dat is echt een eyeopener voor me’

Hadassa van de Griend (24), redacteur levensbeschouwing bij KRO-NCRV, werkt thuis in de stad Groningen aan verhalen voor radio, tv en online.

Normaal gesproken zat ik vaak om half zeven ’s ochtends in de trein op weg naar Hilversum, en was ik laat weer thuis. Ik kocht en kookte op maandag al mijn maaltijden voor de hele week. Dat was best een heftig ritme. Ik heb er natuurlijk zelf voor gekozen om ver van mijn werk te wonen. Zo kon ik blijven samenwonen met mijn vriend die in Groningen studeert. Maar nu ik thuis werk kan ik deze twee werelden beter combineren. Dat is echt een eyeopener voor mij.

Het ‘redactiegevoel’ met collega’s kun je ook prima via Microsoft Teams creëren. We zetten gewoon onze camera aan terwijl we aan het werk zijn. Als iemand moet bellen, doet diegene even de microfoon uit. Hartstikke gezellig, en er blijft voor mij meer tijd over om goed te slapen. Door dat laatste zit ik nu toch wat beter in mijn vel, merk ik.

Ik ga hier vaak even naar buiten tussendoor, om creatieve ideeën op te doen. En ik praat met mijn vriend over mijn werk, hij heeft als buitenstaander een frisse blik.

Natuurlijk wil ik mijn collega’s graag weer in het echt zien. Maar ik ben blij dat ik nu heb ervaren dat thuiswerken prima lukt. Als we dat meer omarmen, kunnen journalisten zoals ik verhalen maken vanuit het hele land. Daar ben ik groot voorstander van.

Jildou Spoelstra (49) ‘Ieder gesprek, ieder telefoontje kreeg ik mee op kantoor’

Jildou Spoelstra (49) is parttime projectleider duurzame inzetbaarheid bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en zelfstandig adviseur bij adviesbureau CT Groep. Ze werkt thuis in Terwispel, Friesland.

Op de universiteit werkte ik in een kantoortuin. Ik mis mijn collega’s en het spontaan uitwisselen van ideeën. Maar het rumoer van werken in een open ruimte mis ik niet. Ieder gesprek, ieder telefoontje kreeg je mee.

Nu zit ik elke ochtend om half negen achter mijn laptopje aan de keukentafel. Per dag heb ik meestal drie tot vier online vergaderingen. Ik vind dat vermoeiender dan wanneer je fysiek bij elkaar zit. Maar toch heb ik aan het eind van de dag nog voldoende energie, omdat ik de rest van de uren zoveel rust om me heen heb. Ik kan dieper nadenken en me beter concentreren.

Voordat we door corona werden gedwongen om vanuit huis te werken, dacht ik altijd dat ik minder productief zou zijn. Alleen als ik een hele dag geconcentreerd moest werken aan een beleidsstuk, deed ik dat soms thuis. Nu merk ik dat ik ook thuis effectief ben. Mensen zijn ook opeens allemaal op tijd voor vergaderingen. Ik denk doordat je geen reistijd hebt en niet onderweg wordt opgehouden.

In de toekomst verwacht ik één dag per week thuis te blijven werken. Bij de RUG is er voor zover ik weet nog geen formeel gesprek gaande over lessen die we kunnen trekken uit deze tijd. Ik wandel twee keer per week met een collega die hier toevallig dichtbij woont, dan praten we veel over de voordelen en wat we willen behouden.

Haci Özer (36) ‘Nu dring ik als therapeut door tot in de woonkamer’

Haci Özer (36) is psycholoog bij GGZ-instelling PsyQ in Den Haag. Hij werkt thuis in de stad Utrecht.

Als multidisciplinair team van psychologen, psychiaters en verpleegkundigen zijn we nu veel aan het videobellen met onze cliënten. Dat was in het begin van beide kanten wel even wennen. Normaliter zie ik mijn cliënten op kantoor, en gaan ze daarna naar huis om het gesprek te laten bezinken en even afleiding te zoeken. Nu dring ik als therapeut door tot in de woonkamer. Sommige cliënten waren om die reden in het begin wat defensief tijdens de videogesprekken, maar dat is weggeëbd. We kunnen nu echt op afstand met ze aan de slag.

Zeker nu is het fijn dat ik op deze manier contact kan houden met mijn cliënten, die kampen met verschillende vormen van persoonlijkheidsproblematiek. In de gesprekken gaat het veel over corona, en wat dat voor ze betekent. Ik heb een dochtertje van anderhalf thuis, en vind het fantastisch dat ik haar nu wat vaker meemaak. Maar ik moet wel eerlijk zeggen: als dit allemaal achter de rug is ga ik toch graag weer naar kantoor. Videobellen is niet ideaal in een beroep met intensief cliëntencontact, merk ik. Al ben ik heel blij dat zowel de therapeuten als de cliënten flexibel genoeg zijn om afspraken door te kunnen laten gaan. Stel je voor dat deze crisis zich in de jaren ’90 zou hebben afgespeeld, dan waren we nog veel meer contact misgelopen.