Recensie

Recensie Boeken

Een boek dat een moordenaar is

Kinderboek De letters voeren oorlog tegen het boek, want het boek heeft een mug geplet, volgens de letters. Geestig en inventief maakte Ted van Lieshout een tweede boek over het boek-als-ding.

Ditmaal heeft het boek het gedaan. Een mug met de komische naam Muggemietje is gedood, vermóórd zelfs, en aangezien het levenslicht uit de ogen van deze blije mug verdween toen de bladzijden van een boek dichtsloegen, bevindt een schoolklas het boek schuldig. Het onderhavige boek, dit boek, dat wij lezen. Dat voor straf in de kast verdwijnt. Daar schrikken de letters wel even van: ‘O, hadden wij maar in een ander boek gestaan! Duizenden boeken op de wereld, en waar staan wij in? Juist, in een boek dat een moordenaar is!’ De gemene moord op Muggemietje beschrijft de zoektocht naar de dader – want op die beschuldiging van kinderen en letters valt wat af te dingen.

Grote Typografische Oorlog

Het boek is de opvolger van Ze gaan er met je neus vandoor (2018), waarvoor dichter, tekenaar en vormgever Ted van Lieshout (1955) vorig jaar de Boekensleutel kreeg – een kinderboekenprijs die bij uitzondering wordt toegekend aan een excellent totaalproduct: dat overstijgt Gouden Griffel en Gouden Penseel, want is buitengewoon in tekst, beeld, vormgeving, concept. Dat was dat boek inderdaad: een wervelend, conceptueel boek dat speelde met het boek als concept – zeg maar een boek over het boek-als-ding. De dichter die dat boek zou maken, kampte met liefdesverdriet en gaf er na één gedicht al de brui aan – tot ongenoegen van de letters, die dan besluiten om zichzelf maar in het gelid te zetten. Wanneer zij ook andere, rode letters uitnodigen, ontstaat er algauw onmin, die uitmondt in strijd: een Grote Typografische Oorlog, waarbij (‘Sterf! Sterf!’) de kogels (‘kogel kogel kogel kogel kogel […]’) door het boek vlogen. Drie letters kwamen daarbij om het leven.

Dan gaat het er ditmaal rustiger aan toe – met alle leedwezen voor Muggemietje. Maar militant zijn de letters nog steeds en Boek kan er ook wat van. Als de letters een verklaring opstellen (‘Ik, dit boek, heb er spijt van dat ik Muggemietje heb vermoord’), gaat het boek over tot verkreukeling van de betreffende bladzijde. De letters vormen daarop een mes, een schroevendraaier én een alfabet van strijdkreten, want woorden zijn tenslotte hun fort: ‘Pijnigen, die ploertige pummel! Quitten, die querulante quasimodo!’

Dat is geestig en inventief – maar ook een beetje een herhaling van zetten. Ze gaan er met je neus vandoor wordt nog eens dunnetjes overgedaan, met dezelfde letters (létterlijk dezelfde typografie), dezelfde grapjes (‘Vierendeel de vlerken! Scalpeer het geboefte!’, stond in het vorige boek), maar nu voor wat jongere kinderen, zou je kunnen zeggen. Maar voor wie het eerdere boek kent is de verrassing eraf en resteert er vooral een gimmick. Dat komt ook doordat Ze gaan er met je neus vandoor meer lagen van betekenis had: daar school achter de grap een verhaal over auteurschap, een vraag naar wat een boek betekenis geeft, en het bevatte een paar mooie gedichten die de Eerste Wereldoorlog in herinnering riepen – een context waarop je kon kauwen.

Eigenrichting

Die is er nu minder, al schampt het verhaal langs grote onderwerpen: ‘verboden’ boeken, de performatieve kracht van taal (woorden worden messen!), eigenrichting en de zogenaamde onschuld van kinderen. Zoals wanneer een kind weigert het boek te lezen (‘Dat wil ik niet, want dit boek is verboden’), en de letters in discussie gaan: ‘Wie zegt dat?’ Kinderen: ‘Dat hebben wij met zijn allen gezegd. Dus het is waar.’ Het zijn aanzetjes tot een groter verhaal, dat in de lucht blijft hangen.

Toegegeven: een boek als dit maakt alléén Ted van Lieshout, die met zijn onvervreemdbare handschrift, toon en ideeën keer op keer unieke bijdrages levert aan de Nederlandse jeugdliteratuur. Maar tegelijk knaagt het vermoeden dat in dit idee meer had gezeten.