Duif

Amsterdamse beestjes Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels in Amsterdam.

En ondertussen gaat buiten alles gewoon door. Het fluit, het zingt, het kwaakt, men bespringt elkaar, men houdt zich niet aan het samenscholingsverbod. Een dikke middelvinger naar de soort die dacht dat hij het voor het zeggen had op de Aarde, maar die nu veroordeeld is tot een bestaan achter de geraniums. Vanwaar hij jaloerse blikken werpt op het gewriemel buiten.

De meest jaloersmakende vogels bij ons in de buurt zijn de houtduiven. Forse duiven met een witte halsring. Niet te verwarren met stadsduiven. Stadsduiven zijn van oorsprong rotsvogels en broeden op balkons en onder bruggen. Houtduiven zijn bosvogels en broeden in bomen, op zelfgebouwde nesten. Het zijn uitermate vrolijke dieren die hun bestaan vullen met eten, drinken, met de buren vechten, paren en als dat laatste leidt tot kleine duifjes dan voeden ze die ook nog op.

Onze houtduiven hebben de hele winter hun territorium in de straat bezet gehouden. Het mannetje joeg elke vreemde duif weg, wat vaak gepaard ging met urenlange gevechten. Waarna het vrouwtje hem beloonde met een uitnodiging tot paren: ze ging naast hem zitten, kroelde door zijn halsveren, pakte zijn snavel met haar snavel voor een stevig partijtje trekkebekken, en nam een gebogen houding aan met haar staart wat omhoog. Het mannetje snapte er eerst niet veel van, maar toen hij eenmaal door had hoe het moest kon hij er geen genoeg meer van krijgen.

Het mannetje begon begin maart een nest te bouwen in de berk van de buren. Zodra dat vorm kreeg ging hij erop zitten, begon druk te koeren en langzaam met zijn vleugels te trillen. Het vrouwtje kwam regelmatig kijken, maar vond het helemaal niks. Dus begon hij een nest te bouwen in een klimopwirwar dertig meter verderop. Hij sloopte zijn oude nest, bracht de takjes naar de groene massa waar hij dan zonder enige voorzichtigheid in donderde, zoals houtduiven dat doen. Met als gevolg dat de eksters en buurtkatten snel door hadden wat daar gebeurde. Waarop het vrouwtje, dat haar dag doorbracht met in de zon soezen, ook dit nest afkeurde.

Nu is het mannetje begonnen aan de andere kant van de huizenrij. Daar heeft hij een balkon ontdekt dat is overwoekerd door klimop. En brengt de berkentakjes daarheen. Het vrouwtje bekijkt de zaak vanaf haar geliefde boomtak en gaat regelmatig bij het nest kijken. Dit zou wel eens kunnen gaan lukken, zo lang de buurman tenminste geen barbecue op zijn balkon gaat houden.

Eieren zijn er nog niet. Na weer een dag takken slepen landt het mannetje ’s avonds naast het vrouwtje op haar boomtak, en ja hoor, daar gaan ze weer, trekkebekken en paren, vlak voor het raam waar wij achter de geraniums zitten, kijkend naar vogels voor wie de hele wereld open ligt en die er niet wakker van liggen dat ze niet naar de kapper kunnen.

Wacht maar. Onze tijd komt ook wel weer.

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels in Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.