A.H.M. Kerkhoff: „Nu kon de Republiek ‘voor straf’ schepen uit andere landen hier voor de rede laten liggen.”

Foto Hanne van der Woude

Interview

De pest bestrijden en toch geld verdienen

A.H.M. Kerkhoff | sociaal geneeskundige Sinds 1664 is er nooit meer een pestuitbraak geweest in Nederland. De Republiek was toen overgegaan „op het Italiaanse model”.

De pest in Nederland in de Gouden Eeuw: het klonk niet als een erg actueel onderwerp toen in februari het boek Per imperatief plakkaat verscheen van sociaal geneeskundige A.H.M. Kerkhoff.

Maar nu houdt deze studie over hoe de Nederlandse overheid indertijd de pest bestreed ons opeens een spiegel voor. Kunnen we iets leren van de geschiedenis nu wij in gevecht zijn met het nieuwe coronavirus?

Kerkhoff is voorzichtig met het trekken van historische parallellen, maar wijst erop dat een afgewogen aanpak van groot belang is. „Alleen een lockdown afkondigen, werkt niet op de lange termijn. Het gaat erom dat je een zeef ontwikkelt waardoor de ziekte zoveel mogelijk wordt tegengehouden, terwijl het economische leven zo min mogelijk schade oploopt.”

De overheid kan coördineren en heeft de zwaardmacht

 

Waarom bent u dit fenomeen gaan onderzoeken?

„Als hoogleraar hield ik me bezig met de organisatie van de gezondheidszorg. Als die érgens van belang is, dan is het wel bij een pandemie. Als individu kan je alleen maken dat je wegkomt, maar de overheid kan coördineren en heeft de zwaardmacht, zodat maatregelen kunnen worden afgedwongen. Dat is onmisbaar als je een epidemie bestrijdt.

„Wat mij opviel bij bestudering van de literatuur, was dat men in Nederland in de vroegmoderne tijd aanvankelijk maar wat aanrommelde als het om de bestrijding van de pest ging, muddling through noemen we dat in de bestuurskunde. De een dacht dat het een straf van God was en hield het bij bidden, de ander dacht dat de ziekte in het vuilnis zat en ruimde de straten op en iemand anders dacht dat het gevaar door de lucht kwam en dat niks hielp.

„Ondertussen waren in het buitenland al flinke stappen gemaakt in de goede richting. De Italianen bezaten vanaf eind veertiende eeuw de kolonie Ragusa, aan de grens van het Ottomaanse rijk op de plek van het huidige Dubrovnik. Elke keer als daar de pest uitbrak, was dat nadat er een schip uit dat Ottomaanse rijk was aangemeerd. De bestuurders van Ragusa concludeerden dat de ziekte dus van buiten kwam. Als er weer eens een uitbraak was bij de Ottomanen, sloten ze daarom de haven af, of legden schepen een maand in quarantaine. Dit model vond navolging in Italië zelf, vervolgens in Catalonië en daarna in Frankrijk en Engeland.”

Waarom bleef de Republiek achter?

„De verklaring hiervoor moet gezocht worden in het heilige geloof in vrijhandel dat in Nederland bestond. De koninkrijken om ons heen waren allemaal min of meer mercantilistisch, wat wil zeggen dat zij zoveel mogelijk wilden exporteren en zo min mogelijk importeren, omdat dit beter zou zijn voor de economie. De Republiek stond afwijzend tegenover de tarieven en beperkingen die met mercantilisme gepaard gingen.

„Ondanks deze houding verdween de pest hier na een laatste grote uitbraak in Den Haag en Amsterdam in 1664. Ik wilde weten waardoor dat kwam. Maar omdat er geen literatuur over bestond – over iets wat niet gebeurt worden geen boeken geschreven – moest ik de archieven in.”

Heel modern werd daar ook een adviescommissie van medici aan toegevoegd

 

Wat heeft u daar gevonden?

„De Staten van Holland, die in de Republiek na de Opstand nog steeds de broek aan hadden, eisten dat er een commissie van bestuurders in het leven geroepen werd die moest onderzoeken waar de pest vandaan kwam. Heel modern werd daar ook een adviescommissie van medici aan toegevoegd. De dokters moesten binnen twee dagen rapport uitbrengen, dat drie dagen later al werd doorgestuurd aan de Staten. De conclusie: de pest is niet door God gezonden en verspreidt zich niet via ‘slechte lucht’, maar ontstaat alleen via direct contact, én het kwaad wordt steeds van buiten ingevoerd.

„Wie kwam met dat idee op de proppen, vroeg ik me af. Na dagen zoeken in het Nationaal Archief, deed ik een vondst: het was Gaspar Fagel, de voorzitter van de commissie en pensionaris van Haarlem. Op een kladbriefje van zijn hand valt te lezen: ‘Niet uyt infectij van de lucht. Maer van buyten...’

„Op zoek naar de drijfveren van Fagel, kwam ik terecht in het Zeeuws Archief. Daar trof ik notulen aan van de Zeeuwse Statenvergadering van 25 september 1664. Hierbij was een bezoeker uit Frankrijk aanwezig die verkondigde dat Parijs helaas de handel met Zeeland moest opschorten zolang de grens met de provincie Holland open bleef, omdat daar de pest heerste. Zeeland besloot daarop eerst de handel met Amsterdam stil te leggen en daarna de handel met Haarlem, de stad waar Fagel de scepter zwaaide. Ik denk dat dit het zetje was dat hij nodig had om de Republiek richting een gecentraliseerde, meer rationele pestaanpak te sturen. De Fransen gebruikten de Zeeuwen als splijtzwam in de Republiek en Fagel moest daar wat aan doen.”

Hoe zag de nieuwe aanpak er uit?

„Nederland ging over op het Italiaanse model, met quarantaines en blokkades. Kooplui stonden daar niet eens zo afwijzend tegenover, want nu kon de Republiek ‘voor straf’ schepen uit andere landen hier voor de rede laten liggen als ergens de pest heerste, net zoals dat met onze schepen in het buitenland gebeurde.”

Holland was de machtigste provincie, maar wilde af van de verantwoordelijkheid voor de pestbestrijding

 

Luisterde de rest van de Republiek naar de Staten van Holland?

„Holland was de machtigste provincie, maar wilde af van de verantwoordelijkheid voor de pestbestrijding. Dat moesten de Staten-Generaal gaan doen. Toen er in 1679 een pestuitbraak was in Marokko hebben de Staten-Generaal inderdaad hun verantwoordelijkheid genomen: schepen uit Salé werd de toegang tot Nederlandse havens ontzegd. Hetzelfde gebeurde in 1710 toen de pest opdook in het Baltisch gebied.

„De Staten-Generaal brachten de pestbestrijding onder bij de Admiraliteit, die toch al verantwoordelijk was voor kustbewaking en douanezaken. Naast controles van schepen die in Nederland wilden aanleggen, werd een heel inlichtingensysteem opgezet in de rest van Europa. De zaakgelastigden van de Republiek moesten in de gaten houden of bij hen in de buurt de pest de kop opstak. Als dat het geval was, dienden ze onmiddellijk een waarschuwing naar Nederland te sturen. Dit systeem heeft goed gewerkt, want terwijl er elders in Europa nog wel uitbraken waren, is Nederland na 1664 verschoond gebleven van de pest.”

Was er geen gemopper over de maatregelen?

„Zeker wel, het particularisme onder de Nederlanders was vrij heftig in deze tijd. Iedere stad, en eigenlijk iedere burger, deed alles liefst op zijn eigen manier. Maar wat bleek? De inwoners van de Republiek lieten zich tóch besturen door de landelijke overheid. Daarbij kwam dat de autoriteiten continu op zoek gingen naar methodes om kooplieden tegemoet te komen. Wat als we deze wol nu zes weken in de zon leggen, kan hij dan toch worden ingevoerd? Over dit soort zaken vaardigde de Staten-Generaal tal van plakkaten uit. De volksgezondheid was belangrijk, maar er moest natuurlijk wel geld worden verdiend.”