Opinie

De engel van de toekomst

In Europa

In de werkkamer van de Duitse kunsthistoricus en filosoof Walter Benjamin in Berlijn hing een engel van Paul Klee. Het was niet echt een schilderij, maar een monoprint die met twee stukken papier was gemaakt. Op het bovenste bracht Klee een laag inkt aan, waarin hij met een fijne naald een tekening kraste die vervolgens op het onderste papier zichtbaar werd. Klee noemde de engel die hij zo maakte, een fragiel wezen van dunne zwarte inktlijntjes tegen een onheilspellende, wolkachtige achtergrond, plechtig ‘Angelus Novus’. Benjamin (1892-1940) kocht de engel in 1921 en raakte eraan verknocht. Intrigerend genoeg dacht hij niet dat die engel hem geluk of verlossing zou brengen. Eerder het tegendeel: Benjamin zag hem als de ‘engel van de geschiedenis’, die verbeeldt hoe de mens altijd in de ellende en catastrofes van het verleden blijft hangen en nooit een betere toekomst kan hebben.

Benjamin beschouwde een ‘betere toekomst’ als een totale illusie. Hij was zwartgallig. Dat is niet zo vreemd. Als jood moest hij op de vlucht voor de nazi’s. Hij zwierf heel Europa door en raakte zelfs op Ibiza verzeild, waar hij verbazend lichtvoetige gedichten en notities schreef die onlangs opnieuw (in het Frans) zijn uitgegeven: Récits d’Ibiza. Uiteindelijk kon hij ook daar niet blijven. Benjamin pleegde zelfmoord met een overdosis morfine aan de Frans-Spaanse grens, in Portbou, toen de douane weigerde om hem Spanje in te laten.

Maar daarmee is het verhaal van Klee’s engel, die nu in het Israëlmuseum in Jeruzalem hangt, niet alleen maar een particulier verhaal over Walter Benjamin. De engel heeft voor ons ook een boodschap. Het zit ons nu tegen. Het coronavirus zaait dood en verderf en wie weet komt er straks een tweede golf. De economie ligt grotendeels plat. Hoe lang gaat dit duren? Hoeveel mensen raken hun baan kwijt? Hoe lang kan de staat de samenleving blijven subsidiëren? Wat wordt de politieke fall-out? Niemand die het antwoord weet, ook de experts niet die elke dag over onze schermen trekken.

Zoveel onzekerheid zijn wij niet gewend. Naoorlogse generaties zijn opgegroeid met het idee dat de wereld aan onze voeten ligt en dat het leven almaar beter wordt – of in elk geval niet veel slechter. Sommigen worden zo angstig van deze crisis dat ze nostalgisch worden naar de tijd waarin alles kleinschalig, vertrouwd en overzichtelijk was. Anderen zien deze onzekere periode juist als aanleiding om de wereld te veranderen en allerlei onrecht en dingen die niet goed lopen, recht te zetten. Dus wat vertegenwoordigt die engel voor ons: hoop of vrees?

In Über den Begriff der Geschichte, een boek waarin hij het verval van de wereld probeerde te verklaren, legde Benjamin uit waarom de engel voor hem de geschiedenis belichaamt. Zoals Klee hem afbeeldt, schrijft hij, lijkt het alsof de engel door een storm naar de toekomst wordt geblazen. Maar tegelijkertijd kan de engel zijn ogen niet afhouden van de bergen rampspoed uit het verleden. Hij wil alles wat kapot is repareren en de doden weer tot leven wekken. En zo gaat hij achterstevoren vooruit, met de vleugels angstig gespreid en de rug naar de toekomst gekeerd.

Hoe gaan wij de toekomst in? Ook achterstevoren, met het oog gericht op dingen die passé zijn en niet terugkomen, of enkel bezorgd of we komende zomer wel op vakantie kunnen? Of draaien we ons om, en proberen we vooruit te kijken en na te denken over het vormgeven van de exit en alles wat daarna komt? Komende weken moeten we de keus maken. Omdraaien is beter. We hebben veel te doen, in Nederland en Europa. Laat die engel ook voor hoop staan.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.