Reportage

Cafés dicht, nu? De burgemeester mag het regelen

Burgemeester in coronatijd De burgemeester voert de Haagse crisismaatregelen uit. NRC volgde Karel Loohuis, burgemeester van Hoogeveen. „We hadden een kwartier om de horeca te sluiten.”

Karel Loohuis: „Soms sturen we kinderen toch naar school. Dat mag officieel niet, maar we kiezen voor hun veiligheid.”
Karel Loohuis: „Soms sturen we kinderen toch naar school. Dat mag officieel niet, maar we kiezen voor hun veiligheid.” Foto Sake Elzinga

Er zijn draaiboeken voor crises. Bestuurders doen rampenoefeningen. Maar als half maart het kabinet op televisie aankondigt dat een half uur later de horeca dichtgaat, gaat het in de coronapraktijk zo: de burgemeester van Hoogeveen hoort de maatregel tegelijk met de rest van Nederland.

„We hadden een kwartier om het te regelen. Waarom niet even… Zelfs de voorzitter van de veiligheidsregio wist het niet”, zegt Karel Loohuis.

Wat doe je dan als burgemeester? Bellen. Met de politie, de baas van de gemeentelijke handhaving, het hoofd van het crisisteam, de gemeentesecretaris. Om snel in kaart te brengen hoeveel horecabedrijven er zijn in Hoogeveen: zo’n zestig, inclusief de buitengebieden. Om uit te zoeken of de eigenaren ook de woorden van het kabinet hadden gehoord: „Buitengewoon opsporingsambtenaren [boa’s] zijn alle gelegenheden langsgegaan. We hebben vier bedrijven moeten aanspreken.”

Bij een crisis als de huidige wordt snel inzichtelijk hoe de bestuurlijke structuur van Nederland functioneert. En over die eerste maatregel zegt Loohuis (61, PvdA), sinds 1997 burgemeester en sinds 2011 in Hoogeveen, met gevoel voor understatement: „In de communicatie was dit een lastige.”

Lees ook welke maatregel wanneer inging: Twee maanden corona in Nederland

De burgemeester is de laatste bestuurlijke uitvoerder in coronatijd. Op het gemeentehuis van Hoogeveen regelen, net als in andere gemeenten, ambtenaren wat het kabinet in de wekelijkse persconferentie als beleid aankondigt. Hier komen de vragen van burgers binnen, de verzoeken om financiële steun, de zorgen over kwetsbare kinderen. Inwoners verwachten dat hun burgemeester iets doet in deze crisis. En wel nú.

Het ingewikkelde is: het bestuurlijke gezag ligt in deze crisis niet bij afzonderlijke burgemeesters, die normaal wel over de veiligheid in hun eigen gemeenten zouden gaan. Omdat dit een bovengemeentelijke ramp is, zijn volgens de Wet veiligheidsregio’s uit 2010 nu 25 van de 355 burgemeesters de baas: de voorzitters van de veiligheidsregio’s. Zij komen vrijwel wekelijks met de minister van Justitie en Veiligheid in het Veiligheidsberaad samen. Zij vaardigen de noodverordeningen uit.

Karel Loohuis noemt zo’n hiërarchie „on-Nederlands”. „Alleen is het in de huidige crisis wel nodig.” Het is dan half maart, en we bellen voor het eerst. Premier Rutte heeft net de ‘intelligente lockdown’ aangekondigd: na de horeca gaan ook de scholen dicht en er zijn noodverordeningen aangekondigd om samenscholing tegen te gaan.

Geen spoedeisende hulp

Hoogeveen is gekozen omdat het een gemeente van gemiddelde grootte is, met 55.697 inwoners verdeeld over de stad en tien dorpen. Er is een asielzoekerscentrum, waarvan de bewoners niet altijd alle regels begrijpen, en een ziekenhuis dat tot woede van de Hoogeveners geen spoedeisende hulp meer heeft. Als iemand besmet raakt, is de dichtstbijzijnde coronapost in Emmen.

Lees ook over de eerste week: De burgemeester van Loon op Zand zat na die eerste besmetting direct in de appgroep ‘Corona’

Half maart zegt Loohuis: „Het is handig dat niet elke gemeente zelf wat gaat beslissen. Het zou verwarrend zijn als de ene gemeente de evenementen rond 75 jaar bevrijding laat doorgaan en de andere niet.”

Een week later zegt hij: „Natuurlijk zijn er twijfels over hoe we het doen, die bespreken we in het overleg met de Drentse burgemeesters. Ik merk bij niemand haantjesgedrag, dat zou ook funest zijn bij zo’n crisis.”

Begin april doet zich een situatie voor waarbij hij opeens Marco Out, de burgemeester van Assen en de voorzitter van de veiligheidsregio, moet bellen om iets te regelen. Op de Hoofdstraat in Hoogeveen loopt een laagbegaafde man die graag mensen knuffelt. Iemand belt met de gemeente: de man is besmet met Covid-19.

Loohuis zegt: „Ik moet de samenleving beschermen, dat is mijn taak. Gedwongen iemand opnemen is een heel zware straf en schadelijk voor hem. Hij wilde wel ergens heen, maar een instelling zei ‘we kunnen hem niet vasthouden’. Zijn behandelaar kreeg 24 uur met een oplossing te komen, dat lukte gelukkig. Eén nacht hebben we een bewaker voor zijn deur gezet.” De man zit nu elders in Drenthe in een instelling.

Het was niet meer zijn bevoegdheid te handelen, maar die van Out. „Ik had zelfstandig dit besluit ook kunnen nemen. Dit waren drie telefoontjes te veel”, zegt Loohuis. En dan helpt het nog dat „we elkaar ook in ‘vredestijd’ goed kennen”.

Wat weinigen zullen beseffen, is dat burgemeesters niet weten wíé er in hun gemeente is besmet. In het begin van de crisis, toen er nog niet veel besmettingen waren, vroeg de GGD aan patiënten of ze hun gegevens mochten doorgeven aan de gemeente. Dan kon de burgemeester bellen. „Als een gezin in isolatie zat, vroeg ik of we nog iets konden doen als gemeente.” De meesten, zegt hij, weten zich te redden.

De tamtam

Privacyregels belemmeren het openbaar maken van persoonsgegevens. Dat de laagbegaafde man besmet was, hoorde Loohuis via via. „Wat ik niet weet, dat weet ik niet.” Zoals hij ook via de tamtam hoort wie is overleden. Van oudere inwoonsters die met het mooie weer – op gepaste afstand – bij de fonteinen in het centrum bijeenkomen om te kletsen.

Hij kan zijn ervaringen delen met zijn twaalf collega’s in Drenthe. Met hen komt hij wekelijks in Assen bijeen in het RBT, het regionaal beleidsteam, waarin ook de commissaris van de koning, de directeur van de GGD en een operationeel leider zitten. Dat overleg begint altijd met „een rondje langs de velden”.

De maatregelen die in Den Haag zijn afgekondigd, worden doorgesproken. Als op maandag 23 maart Rutte de „intelligente lockdown” aankondigt, tijdens een zoals de premier naderhand toegeeft, „rommelige” persconferentie, zijn de burgemeesters ook niet van tevoren op de hoogte. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) gaat pas na de persconferentie naar het Veiligheidsberaad met de 25 regioburgemeesters, die de volgende dag hun collega’s bijpraten.

Er ligt dan dus niet meteen een noodverordening waarin staat dat het beboetbaar is om met meer dan twee mensen samen te komen zonder afstand te houden, die komt pas na dagen van overleg op „vrijdagochtend in de mail”. Loohuis: „We zijn in Drenthe wel begonnen met waarschuwen alsóf het was ingevoerd. Elke dag langer wachten vergrootte de kans op besmettingen.”

De meeste inwoners houden zich over het algemeen aan de regels, merkt hij. Die eerste week van de lockdown heeft hij het over de golfbaan die openbleef, jongeren die over de hekken van een sportveld klimmen, en een coronafeestje dat op Facebook was aangekondigd.

Hij maakt zich wel zorgen. Retorisch vraagt hij zich af: „Wat als het april wordt? In deze hoek van het land is men wat anarchistisch ingesteld.” De Hoogeveners leefden eeuwenlang geïsoleerd op hun veen. In hun dna, zegt Loohuis, zit nog altijd een ‘wat mot je’ als de overheid iets wil. „Het goede is, ze hebben oog voor de mens om hen heen, noaberschap. Hier zie je nauwelijks individualisme.”

‘De regie ligt lokaal’, zei Rutte. Ik dacht: dank u

Bij de volgende aankondiging van het kabinet, op 31 maart, wordt het Veiligheidsberaad wél ingelicht door de minister, zodat de voorzitters van de veiligheidsregio’s – en dus de burgemeesters – weten dat alle maatregelen worden verlengd. Maar als op 21 april Rutte met een aanpassing komt – jongeren mogen weer georganiseerd buiten sporten – worden de burgemeesters opnieuw verrast. Rutte zegt dan dat de regie daarvoor bij de gemeenten ligt. „Ik dacht ‘dank u’, maar wat dat dan betekent?”, zegt Loohuis. „Dezelfde avond kwamen er veel vragen waarop de wethouder sport en ik geen antwoord hadden.”

„Het zou toch mooi zijn als we even een seintje hadden gekregen.” Hij begrijpt dat „onder druk” de communicatie niet altijd even goed gaat. Maar: „De eerste keer, toen de horeca binnen een half uur dicht moest, hebben we teruggekoppeld aan het Rijk ‘we hebben dit gefikst, maar met kunst- en vliegwerk’.”

Foto Sake Elzinga

De telefoontjes van de sportverenigingen zijn heel praktisch, merkt hij op tijdens een overleg met zijn eigen crisisteam, in de raadszaal van Hoogeveen „Wat is buitensport? Telt een bootcamper die met kinderen naar buiten gaat mee?” Roger de Groot, burgemeester van buurgemeente De Wolden, waarmee de ambtelijke staf wordt gedeeld, zegt: „Buiten zwemmen zal lastig blijven.”

„Organiseren kost tijd”, zegt Loohuis. Na drie dagen zijn er richtlijnen bedacht door de Vereniging Sport en Gemeenten, en op Koningsdag – twee dagen voor kinderen weer mogen sporten – ligt er een protocol voor sportverenigingen.

Spanningen in gezinnen

Het zal goed zijn dat kinderen weer sporten, denkt Loohuis. Al die eerste week van de lockdown maakt hij zich zorgen over gezinnen die „te lang op elkaars lip zitten”. Hij begint in het eerste gesprek met NRC meteen over huiselijk geweld. Achter de voordeur komen hulpverleners niet meer, de vraag is of buren aan de bel trekken. „Het zal ergens misgaan.”

Lees over de zaak-Sharleyne: De val van Sharleyne

Loohuis heeft eens eerder meegemaakt dat buren een onveilige situatie niet meldden. Dat bleek toen in de zomer van 2015 de achtjarige Sharleyne van tien hoog naar beneden viel. Pas achteraf hoorde de gemeente dat sommige buren zich al langer zorgen maakten over het gezin. Eind maart zegt hij dat hij heeft gebeld met kerken en de moskee, die ook vermoeden dat er meer spanningen in gezinnen zijn. Zij hebben hun eigen contacten. Begin april meldt het Centrum voor Jeugd en Gezin dat de vraag om hulp toeneemt. „Iedere gezin dat daar in beeld is, heeft een contactpersoon. Soms sturen we kinderen toch naar school. Dat mag officieel niet, maar we kiezen voor hun veiligheid.” Hem is eind april geen gezin bekend waar het mis is gegaan.

Zijn dag bestaat uit bellen. Met iedereen van wie hij en de Hoogeveense ambtenaren maar denken dat die zien wat er speelt: scholen, zorginstellingen, ondernemers, dorpsverenigingen. Hij heeft het over „voelhoorntjes”.

In de Hoofdstraat, een lange winkelstraat in het centrum, zegt een aantal ondernemers eind april dat ze „nog niemand” hebben gezien. Ze hadden de burgemeester of een wethouder verwacht, om hen te steunen. Loohuis zegt: „Daar kies ik bewust voor: we hebben een voorbeeldfunctie. We blijven thuis. Ik wil ook geen besmetting veroorzaken.”

Meestal blijft hij nuchter over de situatie. Maar eind april zegt hij: „De lol is er nu wel af.” Het ene na het andere evenement wordt afgelast: de dorpsfeesten, de Pulledagen. Loohuis zou met zijn bigband optreden op het Bevrijdingsfeest, hij speelt altsaxofoon. Dat gaat niet door. Hij had kaartjes voor het bluesfestival in Grolloo, ook afgelast.

Dat soort evenementen zijn belangrijk, zeker voor de dorpen. „Over de ontwrichting van de samenleving maak ik me wel zorgen.” Hij wil verbinden en tegelijk zorgen dat mensen toch niet bijeenkomen.

In het RBT denken de burgemeesters vanaf begin april na over de anderhalvemetersamenleving. Loohuis vertelt over een brand in een van de dorpen. „Die mensen zijn opgevangen door de buren. Anderhalve meter is dan echt niet te doen.”

Makkelijke antwoorden zijn er niet. Maar hij hoort van collega’s elders in het land dat ze jaloers zijn op de Drentenaren. „Hier heb je nog de ruimte om weg te kunnen zonder op een kluitje te zitten.”

Correctie (1 mei 2020): In een eerdere versie van dit stuk werd gesproken van een persconferentie op „maandag 20 maart”. De juiste datum was maandag 23 maart. Ook stond er dat de Wet veiligheidsregio’s in werking is getreden; deze wet geldt sinds 2010. Door het bovengemeentelijke karakter van de crisis is echter artikel 39 van toepassing geworden. Beide zaken zijn hierboven aangepast.

Correctie (3/5): In een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk dat premier Mark Rutte op 15 maart de sluiting van de horeca bekendmaakte. Het was toenmalig minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD).