Alle boeken over de bezetting gaan over schuld en onschuld

Boeken

75 jaar na dato verschijnen er meer boeken dan ooit over de Tweede Wereldoorlog. Dat komt omdat de bezetting het ijkpunt van de moderne Nederlandse geschiedenis is, stelt vast.
Razzia op het Jonas Daniel Meijerplein in Amsterdam (nabij het Joods Historisch Museum), op 22 februari 1941.
Razzia op het Jonas Daniel Meijerplein in Amsterdam (nabij het Joods Historisch Museum), op 22 februari 1941. Foto ANP

De oorlogsjaren waren zeker niet de mooiste tijd van mijn vaders leven. Toch had hij de Duitse bezetting van Nederland voor geen goud willen missen, zei Hans Hulsman (1921-1993) herhaaldelijk als hij weer eens over zijn belevenissen tijdens de Duitse bezetting vertelde. Zelfs de tijd die hij in 1943 samen met zijn twee jaar jongere broer Tom had doorgebracht in het Konzentrationslager Herzogenbusch, zoals het concentratiekamp Vught officieel heette, betreurde hij niet.

In de herfst van 1943 waren de twee broers in hun woonplaats Hilversum opgepakt door plaatselijke politieagenten en afgevoerd naar de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Na enkele dagen verhuisden ze als gijzelaars naar kamp Vught, het enige concentratiekamp van de SS buiten Duitsland. Daar werden ze geplaatst in barakken waar nog zo’n 180 gijzelaars verbleven. Ze hadden geluk. Geen van beiden werd als represaille voor verzetsdaden door de SS tegen de muur gezet. Na enkele maanden werden ze vrijgelaten.

Gesprekken met mijn vader begonnen vaak over voetbal en eindigden bijna altijd over de oorlog. Vaak leek de bezetting voor hem één groot avontuur te zijn geweest. Meestal praatte hij er net zo luchtig over als over de legendarische wedstrijd in de dichte mist tussen Ajax en Liverpool die hij in 1966 half had gezien in het Amsterdamse Olympisch Stadion. Het verhaal over zijn vader, de journalist Ben Hulsman, die op het kantoor van de Sicherheitsdienst (SD) in de Euterpestraat (nu Gerrit van der Veenstraat) in Amsterdam werd ontboden om uit te leggen waarom hij zijn minderjarige dochter geen toestemming gaf om te trouwen met een Duitse soldaat, vertelde hij meermaals als een mooie anekdote. Dat mijn grootvader als reden gaf dat de Duitse soldaat niet katholiek was en de SD dit accepteerde, vond hij een vooral goede grap.

Bijna alle boeken over de bezetting gaan over morele keuzes, over schuld en onschuld

Een jaar of twaalf geleden vatte ik het plan op om met behulp van nog levende familieleden uit te zoeken hoe het gezin Hulsman in Hilversum de oorlog was doorgekomen. Door de naoorlogse familieperikelen vermoedde ik dat het gegeven dat twee zonen in een concentratiekamp hadden gezeten, terwijl een dochter er met een Duitse bezetter vandoor dreigde te gaan, toch minder grappig was dan mijn vader altijd had doen voorkomen. Waarschijnlijk zat hier wel een goed lang verhaal in voor de krant, dacht ik, of misschien wel een boekje.

Maar toen ik in 2009 op de boekenredactie kwam te werken om me daar vooral over geschiedenisboeken te ontfermen, liet ik dit plan al gauw varen. Er bleken zo ontzaglijk veel boeken te verschijnen over de Tweede Wereldoorlog, het nationaal-socialisme, nazikopstukken, Nederlandse SS’ers, de NSB, foute vaders, verzetshelden, onderduikers, Joodse familiegeschiedenissen, de holocaust enzovoorts, dat ik me op de boekenredactie de beheerder van het naziloket begon te voelen. Al gauw verging me de lust om aan de stroom oorlogsboeken nog een voetnoot toe te voegen over de trubbels van het gezin Hulsman in oorlogstijd.

Mijn strijd

In 2015, toen het 75 jaar geleden was dat Duitsland het neutrale Nederland binnenviel, zwol de stroom boeken over de bezetting aan om in de afgelopen maanden, aan de vooravond van de viering van driekwart eeuw bevrijding, te eindigen met een stortvloed. In het jubileumjaar 2020 is de bezetting meer dan ooit het ijkpunt van de moderne Nederlandse geschiedenis.

Groter dan ooit is ook de variatie in de boeken over de bezetting. Ze lopen uiteen van de oral history in Wij overleefden. De laatste ooggetuigenverslagen van Sytze van der Zee tot de encyclopedische Atlas van een bezette stad, het fascinerende, op archieven gebaseerde verslag van Bianca Stigter van de bezetting in Amsterdam per stadsdeel, straat en huisnummer.

Nederlandse vertaling Mein Kampf direct een bestseller.

Zelfs het ‘verboden boek’, Mein Kampf van Adolf Hitler, verscheen twee jaar geleden in een nieuwe Nederlandse vertaling. Vooraf was de verwachting dat Mijn strijd voor veel ophef zou zorgen. Maar hoewel Hitlers geloofsbelijdenis officieel in Nederland nog altijd verboden is, bleven verontwaardigde reacties uit. Er was zelfs niemand die vroeg om handhaving van het verbod van het boek waarover mijn vader altijd zei dat als politici als de appaiserende Britse premier Neville Chamberlain het hadden gelezen en serieus genomen, ze precies hadden geweten wat Hitler van plan was. Er was kritiek op het commentaar van de historicus Willem Melching, die volgens bijvoorbeeld Ewoud Kieft onvoldoende de talrijke door Hitler verkondigde leugens en onwaarheden had belicht. Maar daar bleef het bij. In de eerste week na de verschijning in september 2018 haalde Mijn strijd de zestiende plaats van de Top 60 van best verkochte boeken van de CPNB, uiteindelijk werd het met zo’n 18.000 verkochte exemplaren een bescheiden bestseller.

In mijn tien jaar als beheerder van het naziloket is er eigenlijk maar één boek over de bezetting verschenen dat net zulke heftige reacties opriep als in 2001 Grijs verleden, over het brede gebied tussen ‘goed’ en ‘fout’ waarin de meeste Nederlanders zich volgens Chris van der Heijden tijdens de bezetting bewogen: Wij weten niets van hun lot. Gewone Nederlanders en de Holocaust , de winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2012.

Historicus Bart van der Boom schreef een boek over wat Nederlanders tijdens de oorlog wisten over de Holocaust. ‘Doe het niet, zou je willen schreeuwen’

Tijdgeest

Met Wij weten niets van hun lot wilde de Leidse historicus Van der Boom de ‘mythe van de schuldige omstander’ ontkrachten. Dit verhaal was in de loop van de jaren zeventig en tachtig in de plaats gekomen van de oudere verzetsmythe over het buitengewoon grote aantal Nederlanders dat zich heldhaftig had verzet tegen de bezetting en de Jodenvervolging. In 2012 luidde de communis opinio dat als de Nederlanders de Duitsers niet hadden geholpen bij de Holocaust, ze in ieder geval massaal hadden weggekeken toen hun Joodse landgenoten werden weggevoerd. Dit zou verklaren waarom Nederland het enige West-Europese, door nazi-Duitsland bezette land is waar maar liefst driekwart van de Joodse bevolking was vermoord tijdens de oorlog.

Wij weten niets van hun lot ging dwars tegen de toenmalige – en huidige – tijdgeest in die ook in andere kwesties dan de Jodenvervolging, op de slachtoffers na, vrijwel iedereen schuldig verklaart. Op basis van 164 oorlogsdagboeken stelde Van der Boom vast dat vrijwel niemand in Nederland wist dat de meeste Joden meteen werden vergast na aankomst in vernietigingskampen als Auschwitz of Sobibor, ook al hadden verzetskranten en Radio Oranje bericht dat de Joden na hun deportatie naar Oost-Europa werden ‘uitgeroeid’. De reacties op Wij weten niets van hun lot, een citaat uit een van de dagboeken, waren ongewoon heftig. Schaamteloos, misleidend en zelfs leugenachtig werd Van der Boom genoemd.

Van der Booms verklaring voor de fel afwijzende reacties op zijn boek was dat het hier om een uiterst ‘moreel beladen kwestie’ ging. „Het gaat om schuld en onschuld”, zei hij in een interview in deze krant. „Wie kennis had van de Holocaust en niets deed, is medeschuldig, wie het niet wist en niets deed, is onschuldig. De les van de Holocaust is nu toch dat je in vergelijkbare omstandigheden geen wegkijkende, en dus schuldige, omstander moet zijn. En als je dan laat zien dat de kwestie over weten en niet-weten niet zo eenvoudig lag, dan knabbel je aan het zingevende verhaal van de Tweede Wereldoorlog.”

Een Joodse tiener uit Polen schuilt in het hol van de leeuw: diep in Duitsland in een gezin van overtuigde nationaalsocialisten. Het zorgt voor verwarrende gevoelens van schuld en geluk.

Niet alleen Wij weten niets over hun lot gaat over morele keuzes en over schuld en onschuld, uiteindelijk gaan bijna alle boeken over de bezetting daarover. Dit verklaart waarom er driekwart eeuw na de bevrijding nog altijd zo veel boeken over de oorlogsjaren verschijnen. Onveranderlijk gaan ze over het leven in barre tijden, dat vele malen zwaarder, gevaarlijker en onzekerder was dan het bestaan in het corona-tijdperk dat zojuist is begonnen en vaak wordt vergeleken met een oorlogstijd. Leven in het bezette Nederland was in de eerste plaats overleven. Het werd geleefd op ‘het scherp van de snede’, zoals stond in het persbericht over Zwarte jaren, het onlangs verschenen boek van de historicus Han van der Horst over de bezettingsjaren. En vroeg of laat kwam iedereen voor de keuze te staan om wel of niet mee te werken met de ongekend misdadige bezetter.

Juist de intensiteit van het leven was de reden waarom mijn vader de oorlogsjaren nooit had willen missen. Diezelfde intensiteit was ook de bron van zijn avontuurlijke verhalen over de oorlog die hij keer op keer kon vertellen zonder te vervelen. Hetzelfde geldt voor veel van de boeken over de oorlog en bezetting die onlangs zijn verschenen. Zo zijn de oorlogsverhalen van de Joods-Poolse Mala Rivka Kizel uit Amstelveen in Liever dier dan mens. Een overlevingsverhaal van Pieter van Os zo huiveringwekkend absurd dat je onmiddellijk gelooft dat ze de grote waarheid over het leven laten zien.

75 JAAR BEVRIJDING. Hoe vertel je 75 jaar na dato het verhaal van de Tweede Wereldoorlog – in musea, in de klas en in boeken? Wat herdenken we eigenlijk nog op 4 mei? En hoe wordt er teruggekeken op de bezetting in Duitsland en andere landen?