Opinie

Vrijuit hoesten

In 010

Verschrikt kijkt de vrouw op als ik haar aanspreek. Ik maak mijn excuses en doe meteen een flinke stap naar achteren. De anderhalve-meter-samenleving vergt voortdurende waakzaamheid. Ook wanneer je wilt weten hoe laat het veer over de Maas vertrekt.

Zie, daar komt het bootje al aangevaren, als trouw alternatief voor de Maastunnel, waar fiets- en voetverkeer niet welkom is wegens renovatie. Aan boord houden de passagiers keurig afstand. Dat kan, want door corona mogen er minder mensen mee. Iedereen zwijgt. Ook ik. Het is moeilijk om in het scheepslawaai op anderhalve meter afstand vragen te stellen. Of het worden schreeuwinterviews. Een gelaten sfeer. Alsof het oorlog is. En dat klopt natuurlijk. Iedereen is een potentiële vijand.

Ruim een maand geleden ging ik voor het eerst heen en weer met het veer. De anderhalve-meter-samenleving bestond nog niet, het coronavirus wel. Ik wilde van opvarenden weten hoe het was om de tunnel te moeten missen. „Ach, als je maar rekening houdt met de vaartijden”, zei een administratieve kracht. „Als het slecht weer is, is het prut op het water”, vond een verpleegkundige. En een consultant uit Charlois moest terug naar huis omdat hij iets was vergeten voor zijn werk. „Met de fiets zou dat sneller gaan”, opperde hij.

Maar ook toen kwam het virus al snel ter sprake, terwijl de oorlog tegen Covid-19 nog niet eens officieel was. De verpleegkundige had juist zijn nachtdienst met coronapatiënten achter de rug en vertelde dat het Erasmus MC een grote voorraad mondkapjes had besteld in China. Een vioolbouwer, op weg naar Delfshaven, had sinds corona minder klanten. En o ja, hij herinnerde zich hoe hij pas had gekucht in een stadsbus, en hoe boos de andere passagiers hem daarna hadden aangekeken. „Hier aan boord kan ik ten minste vrijuit hoesten”, lachte hij.

Dat was een maand geleden. Ik vraag me af of je op de Maas nog steeds ongemoeid kunt hoesten. Elke kuch is vijandelijk verraad. En elke toenadering een aanslag. De geschrokken pontdame indachtig fietste ik over een uitgestorven Henegouwerlaan. Geen files, slechts fluitende vogels. Ik bedacht me: het is ongelooflijk, maar het is oorlog. We voeren hem samen, maar ook alleen.