Voor Duitsers voelt het inmiddels ook als een bevrijding

Duitsland In de 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog is er een nieuw Duitsland gegroeid dat wil leren van zijn geschiedenis.

Toenmalig bondspresident Richard von Weizsäcker erkende in 1985 de Duitse schuld aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog in een toespraak voor de Bondsdag.
Toenmalig bondspresident Richard von Weizsäcker erkende in 1985 de Duitse schuld aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog in een toespraak voor de Bondsdag. Foto Hollandse Hoogte

Dat ook Duitsland het einde van de Tweede Wereldoorlog als een bevrijding ziet, en op 8 mei zelfs een ‘Tag der Befreiung’ viert, kan op een Nederlander vreemd overkomen. Is dat niet de wereld op z’n kop? Wij werden toch bevrijd van jullie? Of preciezer gezegd: Nederland werd, net als veel andere Europese landen, bevrijd van de Duitse bezetting. En Duitsland werd in mei 1945 door de Geallieerden verslagen, niet van een vreemde macht bevrijd.

Pleit Duitsland zich dus niet erg makkelijk vrij, als het zegt dat het ook bevrijd werd toen het nazibewind capituleerde? Alsof de meeste Duitsers met de heerschappij van de nationaalsocialisten, die twaalf jaar had geduurd, eigenlijk niets te maken hadden. Terwijl de grote meerderheid van de bevolking toch jarenlang achter Hitler en zijn regime was aangelopen, of zich er op zijn minst bij had neergelegd.

Eén man heeft een sleutelrol gespeeld bij de manier waarop het huidige Duitsland stilstaat bij het einde van de Tweede Wereldoorlog en de verschrikkingen van de nazitijd. Dezer dagen wordt Richard von Weizsäcker (1920-2015), die president was van 1984 tot 1994, daar in Duitse media weer veelvuldig om geprezen.

Steevast gaat het daarbij om de toespraak die hij in 1985, veertig jaar na de Duitse capitulatie, hield in de Bondsdag. Onomwonden benoemde hij, als hoogste vertegenwoordiger van de staat, de moord op de zes miljoen Joden, de andere gruwelijke misdaden van nazi-Duitsland en de Duitse schuld aan de Tweede Wereldoorlog. „Wij allemaal, schuldig of niet, oud of jong, moeten het verleden aanvaarden”, zei hij. Dat was toen een omstreden stelling, zelfs in zijn eigen partij (de CDU) waren er politici die vonden dat het maar eens afgelopen moest zijn met het oprakelen van het verleden – zoals nu de AfD dat propageert.

De rede die de Duitsers bevrijdde: Wat stond erin?

‘Een zin voor de eeuwigheid’

Maar de zin waar de toespraak vooral om herinnerd wordt luidde: „Acht mei was een bevrijdingsdag, die ons allen bevrijd heeft van het mensonterende systeem van de nationaalsocialistische heerschappij van het geweld.” Het was „een zin voor de eeuwigheid”, schreef de Süddeutsche Zeitung onlangs nog vol bewondering. De toespraak werd in twintig talen vertaald, op initiatief van prins Claus ook in het Nederlands.

De bijzondere persoonlijke achtergrond van Von Weizsäcker wordt in dit verband meestal buiten beschouwing gelaten. Maar het gewicht dat zijn toespraak heeft gekregen kan niet los worden gezien van enkele biografische feiten.

Von Weizsäcker had als 19-jarige Wehrmacht-soldaat op 1 september 1939 deelgenomen aan de inval in Polen. Een dag later sneuvelde zijn broer Heinrich, die in dezelfde eenheid diende, op een paar honderd meter afstand van hem. Hij heeft hem zelf moeten begraven.

Later nam Von Weizsäcker deel aan de Operatie Barbarossa (de inval in de Sovjet-Unie) en aan het beleg van Leningrad. Na de oorlog assisteerde hij – naast zijn studie rechten – de advocaat van zijn vader, toen die in Neurenberg terecht stond voor misdaden tegen de menselijkheid. Von Weizsäcker senior, van 1938 tot 1943 staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, werd tot zeven jaar cel veroordeeld wegens betrokkenheid bij de deportatie van Franse Joden naar Auschwitz.

Toen Richard von Weizsäcker op 8 mei 1985 zijn beroemde rede hield, was hij een alom gerespecteerd staatsman. Op de publieke tribune zat de ambassadeur van Israël. Die noemde de toespraak na afloop „een groots moment in de geschiedenis van de bondsrepubliek”.

Later dat jaar bracht Von Weizsäcker als eerste Duitse president een staatsbezoek aan Israël. Zo belichaamde hij – met zijn beladen verleden, zijn politieke carrière in het democratische Duitsland en zijn kritische toespraak over de Duitse schuld – het ontstaan van een nieuw Duitsland dat wil leren van zijn geschiedenis.

De dag van de nederlaag

In de eerste decennia na de oorlog was in de bondsrepubliek vooral met veel bitterheid op mei 1945 teruggekeken. 8 mei was de dag van de nederlaag. Het land was vernietigend verslagen, steden waren platgebombardeerd, jaren van onmacht volgden onder de Geallieerde bezetting. Bovendien was Duitsland in tweeën gedeeld, het had gebieden in het oosten moeten opgeven en miljoenen Duitsers moesten daarvandaan, en uit andere delen van Midden- en Oost-Europa, vluchten.

„Er waren gevoelens van schaamte en schuld”, zegt historicus Wolfgang Benz in een telefonisch interview, „gevoelens waarover zelfs in familiekring eigenlijk nooit werd gesproken”. De studenten van de revolte van 1968 hebben dat zwijgen doorbroken en als eerste gevraagd: Vader, wat heb je gedaan in Hitlers oorlog? „Zij zetten een proces in gang. Jaren later leidde dat door de rede van Von Weizsäcker tot de breed gedeelde erkenning dat we ons het verleden moeten herinneren, ook de donkere delen daarvan. En dat dat wezenlijk is voor onze democratie.”

Duitsland kan het einde van de oorlog zien als bevrijding van de nazi-dictatuur, verklaarde Von Weizsäcker, maar dan moet het ook de gruwelijke dwaalweg in de eigen geschiedenis onder ogen zien. Zo werd zijn toespraak zelf een soort bevrijding – van de bitterheid, van het zwijgen, van het gevoel verliezers te zijn.

De generatie van ’68 kon zich door de rede eindelijk met het eigen land verzoenen, zei de Groene politicus Antje Vollmer bij de dood van Von Weizsäcker. Net als de knieval van bondskanselier Willy Brandt in 1970 in Warschau nam de toespraak „bij de getraumatiseerde buurlanden iets van de angst voor Duitsland weg, en hielp die ons om thuis te komen in het eigen land, waarin we tot dan toe als vreemden hadden geleefd”.

In de DDR was 8 mei altijd al een ‘Tag der Befreiung’ geweest – maar zonder de kritische blik op het eigen verleden die Von Weizsäcker eraan verbond. Alsof het bruine verleden in het oosten van Duitsland geen deel van de eigen geschiedenis was. De communistische staat zag zijn legitimatie in het communistische verzet tegen Hitler, gevolgd door de bevrijding door het Rode leger. Niemand in de DDR hoefde zich nog lastige vragen te stellen. Het fascistische kwaad bestond nog, maar alleen aan de andere kant van de Muur.

Voor het debat over kolonialisme en slavernij, dat nu in veel Europese landen woedt, is interessant wat Von Weizsäcker zei over de vraag hoe latere generaties aangesproken kunnen worden op de wandaden van hun voorouders. Je kan geen schuld hebben aan daden die je niet zelf begaan hebt, betoogde hij. „Maar de gevolgen gaan ons allemaal aan, daar zijn we aansprakelijk voor.”

‘Een vrome leugen’

De jongere generaties zijn niet verantwoordelijk voor wat er destijds is gebeurd, zei hij, „maar ze zijn wél verantwoordelijk voor wat er in de geschiedenis mee wordt gedaan”. Voor Duitsers betekent dat bijvoorbeeld ook, zegt historicus Benz, „dat ze de volkerenmoord op de Herero en de Nama [tussen 1904 en 1908 in Zuid-West Afrika, het huidige Namibië, red.] niet kunnen afdoen met het argument dat het zo lang geleden is. De nakomelingen van de daders moeten er verantwoordelijkheid voor nemen.”

De ‘bevrijdingsrede’ van Von Weizsäcker geldt in Duitsland als een van de pijlers van de nationale identiteit. Kritiek daarop heeft slechts een enkeling, zoals de historicus en oud-journalist Rolf Rietzler. 8 mei een ‘Tag der Befreiung’ noemen vindt hij „een vrome leugen”.

„Alsof je aan de ene kant de nazi’s had, en aan de andere kant het merendeel van de Duitsers”, zegt hij aan de telefoon. „Op geniale wijze heeft Von Weizsäcker dat idee bevorderd, en het werd natuurlijk meteen omarmd. De Duitsers wilden niets liever horen dan dat ze bevrijd waren.”

Duitsland werd bevrijd van de bitterheid, van het zwijgen, van het gevoel verliezers te zijn

Rietzler wijst op een zin uit de rede die zelden geciteerd wordt: „De meeste Duitsers geloofden dat ze voor de goede zaak van het eigen land streden en leden. Maar nu kwam aan het licht dat het niet alleen vergeefs en zinloos was geweest, maar ook de onmenselijke doelstellingen had gediend van een misdadige leiding.”

Honend zegt Rietzler: „Ach, kwam dat aan het eind van de oorlog opeens aan het licht? Maar Von Weizsäcker maakt hier een freudiaanse vergissing, een ‘slip of the pen’. Hij spreekt onbedoeld de waarheid, want iets ergers kan je over de Duitsers niet zeggen. De meeste Duitsers dachten inderdáád dat het binnenvallen van landen in half Europa en het laten verdwijnen van de joden een goede zaak was. Ze marcheerden met de duivel in alle windrichtingen mee. Het slimme van Von Weizsäcker was dat hij kritisch sprak over Duitsland, maar tegelijk de Duitsers onderscheidde van de nazi’s. Zo hebben we een verleden gebouwd waarmee we kunnen leven.”

Uitbundig feestvieren doet Duitsland op 8 mei nooit, het is meer een politieke feestdag. De stad Berlijn heeft er dit jaar voor het eerst een vrije dag van gemaakt. Bij onder meer de Brandenburger Tor en het Rijksdaggebouw hadden huizenhoge foto’s geplaatst zullen worden van diezelfde gebouwen op 8 mei 1945, tussen het puin van de oorlog. En lange tafels, waaraan gegeten en gediscussieerd zou worden.

Virtuele tentoonstellingen over 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog: een overzicht.

„Een tentoonstelling letterlijk in het originele decor van de geschiedenis”, vertelt een van de organisatoren. „We wilden laten zien hoe de situatie toen was, ook met schokkende beelden, en uitleg geven en dank zeggen aan de Geallieerden. We vieren de bevrijding van Duitsland, maar ook van Europa. Door de coronacrisis hebben we de plannen omgegooid – het is nu een online-project geworden. Maar ook daarmee waarschuwen we: denk erom, mensen hebben gekózen voor al deze ellende.”

75 JAAR BEVRIJDING. Hoe vertel je 75 jaar na dato het verhaal van de Tweede Wereldoorlog – in musea, in de klas en in boeken? Wat herdenken we eigenlijk nog op 4 mei? En hoe wordt er teruggekeken op de bezetting in Duitsland en andere landen?