Necrologie

‘Sjöwall hield de Zweedse samenleving een spiegel voor’

Maj Sjöwall 1935-2020 Schrijver Maj Sjöwall zette vanaf de jaren zestig met haar partner Per Wahlöö de Scandinavische thriller op de kaart. In hun romans lieten ze de donkere kanten van de Zweedse verzorgingsstaat zien.

Maj Sjöwall , 2015.
Maj Sjöwall , 2015. Johan Nilsson/AFP

Mörd en Dödslag was haar specialiteit. De woensdag op 84-jarige leeftijd overleden Maj Sjöwall zette vanaf de jaren zestig samen met haar partner Per Wahlöö de Scandinavische thriller op de kaart.

Dat in elke boekhandel een paar planken met Zweedse misdaadboeken staan, en tv-series als The Bridge en The Killing wereldwijd zo’n succes zijn, kan niet los worden gezien van de tien boeken die Sjöwall & Wahlöö tussen 1965 en 1975 publiceerden over Martin Beck, inspecteur bij de Zweedse rijksmoordbrigade. Vele Scandinavische thriller- en scenarioschrijvers zijn schatplichtig aan het duo.

De zwaarmoedige, niet heroïsche inspecteur, het realistisch politieonderzoek, maatschappijkritische thema’s, een soms literair aandoende sfeertekening, en meer aandacht voor karakterbeschrijvingen dan voor plotontwikkeling, het zijn elementen die Sjöwall samen met haar partner introduceerde.

Lees ook: Zweden is te triest voor realisme

Donkere kanten

Met De vrouw in het Götakanaal (1965) en de negen Beck-avonturen die daarop volgden, brak het duo met wat toen gangbaar was: Agatha Christie-achtige whodunits met een amateur-detective in de hoofdrol. In interviews legde Sjöwall later vaak uit dat ze de donkere kanten van de Zweedse verzorgingsstaat wilden laten zien. In hun romans schreven ze over pedofilie, racisme, de seksindustrie en zelfmoord.

„Door de ogen van Martin Beck en zijn collega’s”, schreef de Schotse thrillerschrijver Val McDermid in 2006 in de inleiding van een herdruk van De man die in rook opging, „hielden Sjöwall & Wahlöö de Zweedse samenleving een spiegel voor op een moment dat de idealen van de verzorgingsstaat onder de realiteit van het dagelijks leven begonnen te eroderen.”

Net als Wahlöö, die in 1975 aan kanker overleed, was Sjöwall journalist en overtuigd Marxist. Na het avondeten, als hun kinderen in bed lagen, gingen ze tegenover elkaar aan tafel zitten. Ze maakten plannen en schreven dan om beurten een hoofdstuk. De volgende avond en nacht herschreven ze elkaars werk. Ook tamelijk nieuw: ze bereidden ieder boek nauwkeurig voor door locaties te bezoeken en honderden foto’s te maken en kaarten te tekenen – het decor moest feitelijk juist zijn.

De tien Martin Beck-boeken zijn in meer dan veertig talen vertaald en dikwijls verfilmd, zowel voor televisie als voor de bioscoop. Na de dood van Wahlöö schreef Sjöwall nog slechts twee boeken, waarvan eentje samen met de Nederlandse thrillerschrijver Tomas Ross: De vrouw die op Greta Garbo leek (1990).

De meeste hedendaagse Zweedse thrillers konden haar goedkeuring niet wegdragen. „Meisjesboeken”, zei Sjöwall in 2013 in een vraaggesprek met The Guardian. Volgens de ‘grootmoeder van de Zweedse thriller’ hielden de auteurs te veel rekening met eventuele verfilmingen. Ze pleitte voor minder romantiek en meer aandacht voor misdaad en politieonderzoek.