Opinie

Ontoelaatbaar gedrag Marokko tegenover gestrande reizigers

repatriëring

Commentaar

Afgelopen zondagnacht maakte minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) via Twitter het vertrek naar Nederland bekend van een vliegtuig vol met in Marokko gestrande reizigers. Het was de eerste repatriëringsvlucht uit dat land in weken sinds de coronacrisis. Eindelijk een prettig bericht voor deze groep, maar het betekent wel dat er nog altijd zo’n 2.700 Nederlanders vastzitten in het Noord-Afrikaanse land. Naar het waarom van hun gedwongen oponthoud blijft het ondertussen gissen.

Logistieke redenen van Nederlandse zijde kunnen het in elk geval niet zijn. Afgaande op antwoorden van minister Blok op vragen uit de Tweede Kamer is en wordt er van alles ondernomen om de gestrande reizigers terug te laten keren. Het probleem lijkt dus aan Marokkaanse kant te zitten. Maar wat is dan het probleem? Als er al verklaringen worden afgegeven zijn ze tegenstrijdig. Het blijft jammer en frustrerend dat zo weinig duidelijkheid wordt verschaft.

Dat er sprake is van stroeve contacten tussen Nederland en Marokko is evident. Bron van ergernis bij Marokko is de laatste tijd de Nederlandse bemoeienis met de ontwikkeling van de rechtsstaat in dat land. Iets waartoe Nederland is gerechtigd op basis van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Marokko. „Aan de hoge kant”, noemde minister Blok twee jaar geleden in al zijn voorzichtigheid de gevangenisstraffen van maximaal twintig jaar die deelnemers aan protesten in het Rif-gebergte opgelegd hadden gekregen. Het werd hem niet in dank afgenomen. De aanwezigheid van Nederlandse diplomaten bij de processen in Casablanca was ook al niet goed gevallen bij de Marokkaanse autoriteiten. Voorts streden beide landen eerder om het opsporen van uitkeringsfraude.

De onmin vertaalde zich eind vorig jaar in de weigering van Marokko om staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie, VVD) te ontvangen om te komen praten over het terugnemen van in Nederland uitgeprocedeerde asielzoekers. De ruzie werd uiteindelijk gesust onder de noemer misverstand. En nu is er dan het gejongleer met de Marokkaanse Nederlanders die ten tijde van het uitbreken van de coronacrisis is Marokko verbleven en sindsdien met uitzondering van de groep van driehonderd van afgelopen zondag nog altijd geen toestemming hebben gekregen het land te verlaten.

Voor alle duidelijkheid: Nederland en Marokko onderhouden officieel vriendschappelijke betrekkingen. Daarnaast zijn er de verbintenissen via de Europese Unie. Alleen al vanuit die optiek is het gedrag van Marokko ontoelaatbaar. Vooral ook omdat het land geen enkele verklaring geeft voor het ‘in gijzeling houden’ van nog 2.700 Nederlanders.

Er moet eerst een oplossing voor deze groep gedupeerden worden gevonden. In de categorie ‘niet-begrepen’ valt hierbij de suggestie van Tweede Kamerleden van D66 en GroenLinks om koning Willem-Alexander in te schakelen. Die zou bij zijn Marokkaanse evenknie een goed woordje moeten doen. Maar het betreft een hoogst politieke kwestie. Binnen de Nederlandse verhoudingen is dan geen rol weggelegd voor het staatshoofd. Hoogst merkwaardig dat uitgerekend partijen die voorstander zijn van een louter ceremonieel koningschap deze bemiddelingsrol bepleiten.

Getuige het tot nu toe bereikte magere resultaat is er geen taak meer voor minister Blok. Het ligt voor de hand dat Nederland de kwestie naar een hoger plan tilt en de Europese Unie inschakelt. Daar wil en moet Rabat wellicht wel naar luisteren.