Opinie

Moustapha’s ongenaakbaarheid

Column Amsterdam

Auke Kok

„Dag buurman.” „Voorzichtig aan, hè.” „Fijne avond, meisje.” Zo geruststellend dat hij er zit: Moustapha achter zijn kassa. De verborgen parel, zoals de buurt hem soms bestempelt, maak je niet gek. Op zijn eigen tijden, van ongeveer elf uur ’s ochtends tot ongeveer zeven uur ’s avonds, verkoopt hij de levensmiddelen die hij graag verkoopt. Andere verkoopt hij niet. Nee, veel persoonlijker dan Moustapha Bourras vind je ze niet in Amsterdam. Ook in de begintijd van de pandemie zat hij stoïcijns naast de ingang en kon je hooguit verbazing in zijn ogen lezen. Aan de overkant van de Tweede Nassaustraat, bij Dirk, en verderop bij AH, werd gehamsterd dat het een aard had. Maar hier niet, geen sprake van.

Onder zijn achterovergekamde, door gel in bedwang gehouden haar joeg Moustapha de hysterie hoogstpersoonlijk zijn tent uit. Pakte een klant zes pakken spaghetti uit het schap, klonk het luid: „Leg maar terug.” Als de klant protesteerde: „Waar heb jij al die pasta voor nodig? Ga jij ’n pastafeestje geven soms?”

De supermarkten vonden alles best en lieten de kassa’s rinkelen, maar voor Moustapha is het leven meer dan geld verdienen

Hamsteren, laat hem niet lachen. Ook het toiletpapier mocht niet in abnormale hoeveelheden van het dak van de gekoelde vitrines worden gegrist. De supermarkten vonden alles best en lieten de kassa’s rinkelen, maar voor Moustapha is het leven meer dan geld verdienen. Maakt ie het gebaar van centen tellen. „Het moet hier góéd zijn”, zegt ie dan, „echt goed. En niemand mag alles voor zichzelf opeisen.”

Sinds hij de groentewinkel zo’n twintig jaar geleden overnam heeft de in Marokko geboren Moustapha zijn stempel op de winkel gezet. En hoe – je betreedt na binnenkomst zijn domein waar zijn wil wet is. Staan in de supermarkten hoffelijke medewerkers met ontsmette karretjes voor je klaar, hier bast Moustapha „hallo, even wachten!” als iemand het maximum van vijf bezoekers dreigt te overschrijden.

Onnodig te zeggen dat die persoon onmiddellijk terugdeinst.

Zijn domein is onnavolgbaar volgestopt met lekkernijen, specerijen, olijven en tapenades en reeksen van soorten couscous maar ook met modieus ginger beer. Wat hij interessant en het experimenteren waard vindt, daar gaat het om. „Uitproberen”, zegt hij, „is het leukste”.

In de weken dat de media net deden alsof er geen andere winkels bestonden dan supermarkten zat hij er met dezelfde ongenaakbaarheid als nu. Onverstoorbaar in de wereld die Moustapha heet. Hij zou het allemaal wel overleven: die houding. Overtuigd van zijn kennis van zijn delicatessen en fruit. Zijn klanten zouden toch wel blijven komen, hier aan de rand van de Staatsliedenbuurt, omdat ze hem kennen als hun vraagbaak, hun politieman en grappenmaker.

Omdat ie alles tot en met het laatste schap uit zijn hoofd kent en zijn wil in al die rijen blikjes en flesjes en gekke soorten chips verstopt zit. Wekenlang wist niemand meer hoe en wat, maar vaststond dat Moustapha hier dagelijks het gemopper aan zou horen, achter zijn kassa met een blik van Niets Aan De Hand: een zekerheidje in onzekere tijden.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.