Lagarde zet de subsidiekraan naar de banken verder open

Monetair beleid De banken krijgen nu nog meer geld toe als ze lenen bij de Europese Centrale Bank. Voor Italië is de ECB de reddende engel.

Christine Lagarde, voorzitter van de ECB.
Christine Lagarde, voorzitter van de ECB. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

Daar zat donderdag, in een lege perszaal van de Europese Centrale Bank, een eenzame Christine Lagarde met een zwaar gemoed. Van de flair waarmee de ECB-chef eind vorig jaar aan haar functie begon – ze wilde toegankelijker worden dan haar voorganger Mario Draghi – is weinig over. Vooral geen fouten maken, zo leek donderdag het devies, nu de economie van de eurozone instort. En benadrukken – desnoods tot vervelens toe – dat de ECB met alle macht de economische ellende te lijf gaat.

De jongste maatregel van het 25-koppige ECB-bestuur: een verdere renteverlaging voor de banken, die in coronacrisistijd de economie in leven moeten houden. Banken die gericht krediet verstrekken aan burgers en bedrijven kunnen lenen tegen een rentetarief tot minus 1 procent. Voorheen was dit minus 0,75 procent. Ook komen er nieuwe „pandemienoodleningen” voor kleinere banken, zonder speciale voorwaarden, tegen een rente van minus 0,25 procent.

Die negatieve rentes betekenen in feite dat de banken geld toe krijgen als ze bij de ECB lenen. Het is een „directe subsidie” aan de banken, aldus vermogensbeheerder Aberdeen Standard Investments in een commentaar. Volgens Lagarde komt 3.000 miljard euro aan leningen beschikbaar voor banken tegen negatieve rentes. Het is een vorm van monetair beleid die andere centrale banken, zoals de Fed en de Bank van Japan, nog niet hebben aangedurfd.

Het is ook een instrument dat goed bij de eurozone past. Meer dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten is het bedrijfsleven er afhankelijk van financiering via de banken. In de VS financieren bedrijven zich meer door aandelen of obligaties uit te geven.

Reddende engel

Het ECB-besluit van donderdag bouwt voort op een eerdere kredietinjectie voor de banken in maart. Daarbovenop verlaagde de ECB begin april de onderpandseisen voor banken. Per saldo hoeven banken minder onderpand beschikbaar te stellen wanneer ze lenen in Frankfurt.

Behalve voor banken is de ECB er ook als reddende engel voor de regeringen van de eurozone, die zich nu massaal in de schulden steken om bedrijven en werknemers te ondersteunen. Duidelijker dan ooit zei Lagarde donderdag dat de ECB desnoods nóg meer staatsleningen zal opkopen dan ze nu al van plan is. In maart kondigde de ECB een ‘pandemienoodopkoopprogramma’ aan van 750 miljard euro. In totaal koopt de centrale bank dit jaar meer dan 1.000 miljard euro aan staats-en bedrijfsleningen op.

De pandemieopkopen zullen desnoods „worden verlengd na 2020”, zei Lagarde. Ook zal de „flexibiliteit” van het programma „volledig worden gebruikt”, onder meer waar het gaat om de landen waarvan staatsschuld wordt gekocht. Dat laatste is codetaal voor: we blijven Zuid-Europa, Italië in het bijzonder, extra helpen.

Lees ook: Italië kan vonk zijn van eurocrisis 2.0

Allerlei limieten die normaliter gelden, zijn in het pandemieprogramma overboord gegooid, waardoor de ECB afzonderlijke landen beter kan bijstaan. Hoe meer staatsschuld de ECB koopt van een land, hoe meer dat de rente op die staatsschuld drukt. De rente van met name het schuldbeladen en economisch zwakke Italië is de voorbije weken opgelopen, vanwege de extra schulden die het land nu maakt. Het coronavirus trof Italië en ook Spanje eerder en harder dan de rest van Europa. Volgens het Internationaal Monetair Fonds stijgt de Italiaanse staatsschuld dit jaar van 135 naar 155 procent van het bbp.

Risico op fragmentatie

In maart handelde de ECB al duidelijk in het voordeel van Italië: 35 procent van alle opgekochte schuld was Italiaans. De ECB verdedigt dit beleid door te wijzen op het risico van „fragmentatie” in de eurozone. Als de renteverschillen tussen de eurolanden te veel oplopen, loopt de „doorwerking” van het monetair beleid gevaar, een formule die stamt van Draghi.

Deze week verlaagde kredietbeoordelaar Fitch de score van de Italiaanse staat naar ‘BBB-’. Dat is één stap verwijderd van het predikaat junk. Een andere kredietbeoordelaar, Moody’s, stelde in een rapport dat de houdbaarheid van de Italiaanse staatsschuld „zwaar afhangt” van de ECB.

De druk op de centrale bank om een Italiaanse staatsschuldencrisis te voorkomen blijft groot, temeer daar de Europese regeringen Italië en Spanje tot dusver amper helpen. Hoe een gepland ‘herstelfonds’ van de EU eruit zal zien is nog hoogst onzeker. Een ongeduldige Lagarde riep de Europese politiek op om „tijdig” met een „ambitieus” en „gemeenschappelijk” antwoord te komen.