Henk van Essen: „In je loopbaan komen dingen soms opeens op je pad.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘Ik wil gewoon als Henk van Essen door ’t leven’

Henk van Essen Vanaf deze vrijdag is Henk van Essen de politiebaas van Nederland. Een trouwe aanhanger van antiheld Olivier B. Bommel pleit voor politie terug in de wijk.

Ruim veertig jaar is Henk van Essen politieman. Hij was zes jaar hoofdcommissaris van Den Haag en zit sinds 2013 in de landelijke korpsleiding. Toch heeft de man die vanaf 1 mei de hoogste baas is van de Nationale Politie een bleek publiek profiel. Daar heeft Van Essen (59 jaar) dan ook hard aan gewerkt. „Ik koester mijn privéleven. Van nature heb ik niet de behoefte op de voorgrond te treden. Op zaterdag doe ik graag in mijn dorp boodschappen zonder dat ik word aangesproken op wat de politie allemaal doet of nalaat. Ik wil gewoon als Henk van Essen door het leven.”

Ook binnen de 65.000 werknemers tellende politieorganisatie zeggen veel collega’s Van Essen nauwelijks te kennen. Slechts een enkeling weet persoonlijke details zoals dat Van Essen een bijzonder toegewijde Bommeliaan is. Hij bezit verschillende uitgaves van het volledige werk van de door Marten Toonder bedachte verhalen over de antiheld en vaste bewoner van slot Bommelstein Olivier B. Bommel en zijn vriend Tom Poes. In huize Van Essen, onder de rook van Rotterdam, pronkt op het whiskyglas en ook op de koektrommel de Heer van Stand.

De liefde ontstond toen zijn leraar Nederlands vertelde dat op de literatuurlijst van vijftien boeken ook twee Bommelverhalen mochten. Van Essen koos De bovenbazen (1963) en nog een boek waarvan hem de titel is ontschoten. „Dat was dus lekker makkelijk en zo kwam ik met de strips in aanraking.” Sindsdien komen Bommel en de wijsheden van de andere personages regelmatig van pas.

‘Dit keer ben je er bij, Bommel, ik ga je bekeuren. Wat is je naam?’ Een uitspraak van commissaris Bulle Bas van Rommeldam waar hoofdcommissaris Van Essen van geniet. In 2008 hield hij in het museum De Bommelzolder in Zoeterwoude, in een van het politiemuseum geleend veldwachterskostuum, zelfs een toespraak verkleed als de strenge dienstklopper. Van Essen houdt van de Bommeltaal waarin de boef een ‘snoodaard’ is of ‘een moeilijk type’. En ‘recht is iets kroms dat verbogen is’.

Stoelendans

Het zijn rare tijden voor de nieuwe politiebaas. Zijn feestelijke installatie als korpschef in de Ridderzaal werd wegens virusgevaar afgezegd. In plaats daarvan werd afgelopen woensdagmiddag op het hoofdbureau van de Haagse politie een sobere ceremonie gehouden in aanwezigheid van een zeer select gezelschap ordehandhavers. Zelfs de twee kinderen van Van Essen mochten er niet bij zijn.

De installatie is de bekroning van een onverwachte wending in de loopbaan van Van Essen. Vorig jaar, toen zijn goede vriend Frank Paauw als politiechef van Rotterdam naar Amsterdam verkaste, liet Van Essen aan korpschef Erik Akerboom weten dat hij wel de nieuwe eenheidschef van Rotterdam wilde worden. Na zes jaren in de korpsleiding en het „vergaderen in de Haagse vierkante kilometer” snakte hij naar „het operationele werk” in een eenheid. „In de korpsleiding zorg je ervoor dat de collega’s op straat kunnen doen wat ze moeten doen. Het draait uiteindelijk om het politiewerk. Dat mis ik weleens. De mooiste momenten zijn toch tijdens het politiewerk op straat of als je je met een onderzoek kunt bemoeien.”

Rotterdam koos uiteindelijk voor Fred Westerbeke als politiebaas. En toen vervolgens Akerboom begin dit jaar geheel onverwacht liet weten liever baas van inlichtingendienst AIVD te worden, stopte de stoelendans voor Van Essen opeens bij de voornaamste politiezetel. Hij was als een van de weinige ervaren politiechefs beschikbaar voor het hoogste leiderschap. Grapperhaus vroeg hem. Van Essen zei ja. „In je loopbaan komen dingen soms opeens op je pad. Het is zoals het is.”

Lees ook: Erik Akerboom verlaat gehavende politie

De eerste korpschef en kwartiermaker van de Nationale Politie Gerard Bouman hield het maar vijf jaar vol, Akerboom nog geen vier jaar. Allebei vonden ze de baan te zwaar. Waar begint u aan?

„Ik had de vraag van Grapperhaus eerlijk gezegd niet zien aankomen. Ik hou van deze organisatie en het gaat een hele klus worden de capaciteit op orde te houden. Het is belangrijk nu niet een heel andere koers te gaan varen. Als je die mening hebt, kun je het beste zelf aan de leiding staan. Natuurlijk is het een zware baan. Dit soort functies heeft maar twee mooie dagen: de dag van je benoeming en de dag van vertrek. Ik wil de lasten wel beter verdelen. Vele schouders maken samen sterk. Niet alleen de korpschef is het boegbeeld van de politie, maar ook andere politiechefs kunnen een goed verhaal vertellen.”

Sinds het uitbreken van de coronacrisis maakt de politie wekelijks een intern rapport over de ordehandhaving. „We hebben het onverminderd druk, maar we zijn nadrukkelijk aanwezig nu de samenleving dat van ons vraagt. Dat vind ik mooi om te zien en daar ben ik trots op.” Zorgen zijn er ook. In de vertrouwelijke analyse van 14 april, waar NRC de hand op heeft gelegd, staat dat door het vrijwel stilliggen van de strafrechtspraak „de druk op de toekomstige zittingscapaciteit verder oploopt”. Er zijn nu 40.000 misdrijfzaken die op behandeling wachten. De politie spreekt van „een zeer onwenselijke ontwikkeling”.

In Nederland kan de wijkagent nog alleen de straat op, in België niet meer

Henk van Essen politiebaas van Nederland

Vreest de politie dat processen-verbaal straks in het niets verdwijnen wegens overbelasting van de rechterlijke macht?

„Ja, daar maak ik me zeer grote zorgen over. Ik vind het buitengewoon spijtig dat de rechtbanken half maart meteen zijn dichtgegaan. De rechtsstaat staat bijna stil. Als ergens in de strafrechtelijke keten opeens de deur dichtgaat, dan heeft dat grote, betreurenswaardige effecten. Rechtbanken moeten zo snel mogelijk weer gewoon opengaan. Het zou heel spijtig zijn als verdachten vrijuit gaan omdat de strafrechtelijke behandeling te lang duurt. In retrospectief kun je zeggen dat het sluiten van rechtbanken te rigoureus is geweest.”

Moeten de oude zaken niet in de shredder zodat de keten met een schone lei kan beginnen?

„Dat vind ik niet. Mensen die zich in een rechtsstaat niet aan de spelregels houden, moeten zo snel mogelijk worden berecht. Als de politie haar werk verricht en de rechterlijke macht zou er niets mee doen, dan functioneert de rechtsstaat niet goed.”

Lees ook: De vijf plagen van de politie

De politie – de nieuwe korpschef wil het graag beklemtonen – functioneert in het algemeen overigens prima. „In onze steeds meer gepolariseerde samenleving kan de wijkagent nog steeds overal in Nederland alleen de straat op. Dat lukt niet meer in Brussel of Parijs. Ons werk doet ertoe. Als er geen scheidsrechter is in het publieke domein kun je je als burger nooit veilig voelen. Daarbij gaat het niet alleen om repressie.”

De nieuwe korpschef ziet het als zijn voornaamste ambitie te zorgen dat de Nationale Politie, met deels wegbezuinigde politiebureaus, toch „lokaal verankerd” blijft. „Dat zorgt voor de noodzakelijke stabiliteit.” Hij waarschuwt voor mensen die steeds meer de efficiëntie van het politiewerk willen meten door bijvoorbeeld het aantal processen-verbaal te tellen.

Van Essen geeft een voorbeeld uit zijn eigen dorp waar de jongeren ’s nachts nogal eens met de boemelbus terugkeerden uit Rotterdam met een biertje te veel op. „Dan kun je ’s nachts politie inzetten om te voorkomen dat autospiegels of bushokjes worden vernield of ’s ochtends de aangiftes opnemen. De burgerij wil liever inzet en dat doen we ook.”

Die aanpak voorkomt vernielingen, maar leidt tot minder verbalen. Dat mag volgens Van Essen dan niet de consequentie hebben dat er wordt gezegd: het is zo veilig in dat dorp, dus er kan wel een agent weg. „Ons werk begint met het voorkomen van criminaliteit en dat kun je niet meten. Je moet zichtbaar aanwezig zijn. Het gebiedsgebonden politiewerk is de kern van ons beroep. Dat moeten we koesteren, want dit staat onder druk.”