Rotterdam, april 2020De verwoeste stad is een beeld dat Ossip Zadkine maakte naar aanleiding van het bombardement op Rotterdam. Het is op 15 mei 1953 onthuld en staat op het Plein 1940, aan de Leuvehaven, naast het Maritiem Museum in Rotterdam. Het beeld is een Rijksmonument.

Foto Walter Herfst

‘Ik heb tranen geboetseerd’

Oorlogsmonumenten Nu de musea dicht zijn, kijkt Wim Pijbes naar beelden in de buitenruimte. In de week van 4 en 5 mei: oorlogsmonumenten.

Vanaf het verhoogde luchtspoor moet de aanblik op het verwoeste Rotterdam in juni 1947 vanuit de trein een verpletterende indruk hebben gemaakt op de Franse beeldhouwer Ossip Zadkine. In zijn dagboeken zou hij optekenen dat het beeld van de weggevaagde straten hem niet meer zou loslaten. Terug in Parijs, schrijft Zadkine, ontstond een schetsmodel in klei waarmee hij zowel verwarring als terreur uitbeeldde. Zadkines zes meter hoge bronzen beeld De verwoeste stad werd zo „een kreet van afschuw tegen de onmenselijke wreedheid van deze beulsdaad”.

Tussen de onthulling in 1953 en de aankondiging dat een anonieme particuliere schenker de stad een passend monument wilde aanbieden, lagen vier jaar. Gemeenteraad en ambtenarij konden niet tot een besluit komen en de directeur Gemeentewerken vroeg zich publiekelijk af of dit beeld „voor altijd als een demonische gesel het nieuwe hart van mijn stad met verlamming moet slaan”. Ondanks deze kritiek klonk vooral waardering en Zadkines beeld werd uiteindelijk hét symbool van de gebombardeerde stad. Jan Wolkers, die in 1977 het Auschwitz-monument in Amsterdam zou ontwerpen, vond De verwoeste stad een maatstaf voor alle beeldhouwers en het mooiste beeld van Europa. Ook Zadkine zelf was ingenomen met het resultaat. „Ik heb tranen geboetseerd”, sprak hij treffend.

Corinne Franzèn-Heslenfeld: Monument voor de gevallenen. Foto Wikimedia Commons

De kubistisch expressionistische vormentaal van Zadkine week af van alle oorlogs- en bevrijdingsmonumenten die tot dan toe in Nederland waren geplaatst. Overal in het land verrezen standbeelden, meestal van mensfiguren in een dramatische, dan weer overdenkende houding. Mannen en vrouwen, vaak alleen, soms als stel, in brons of steen. Want hoe geef je uitdrukking aan iets groots en ongrijpbaars als verdriet, verlies en verderf. Wij kunnen ons immers geen voorstelling maken van de dood, laat staan een standbeeld.

Haai op sterk water

Het was de kunstenaar Damien Hirst die in 1991 zijn fascinerende haai op sterk water de passende titel The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living meegaf. Oorlogsbeelden roepen op tot bezinning en berusting over gevallenen, gesneuvelden en vermisten. Voor hen die vielen. Het gebruik van de menselijke figuur spreekt meer aan dan een plaquette waarvan er overigens ook talloze zijn. We zien vooral figuratieve beelden. Abstracte oorlogsmonumenten, zoals door Wim Crouwel in Amersfoort, zijn zeldzaam. Crouwels geometrische vormen raken wellicht minder de emotie maar roepen wel op tot contemplatie. En soms kom je op onverwachte plekken prachtige voorbeelden tegen van monumenten met niet alleen emotionele maar ook grote artistieke kwaliteit. Zo staat in Nieuweschans een ingetogen beeldje van de weinig bekende Duits-Nederlandse beeldhouwer Hans Reicher. En in Noordwijk in dezelfde categorie een verstild vrouwenbeeld door Corinne Franzén-Heslenfeld. Pieter Starreveld, J.A. Raedecker, Cor van Kralingen en Mari Andriessen behoren tot de meest gevierde makers van oorlogsmonumenten.

Pieter Starreveld: Bevrijdingsmonument, Leiden. Foto Wikimedia commons

Van laatstgenoemde is De Dokwerker in Amsterdam de bekendste. Zijn indrukwekkende beeldengroep in het Volkspark in Enschede is van een diepe menselijke ontroering en uitzonderlijke ruimtelijke kwaliteit. Tien beelden vormen hier samen een geheel en stellen een gijzelaar, drie jonge mensen in een concentratiekamp, verzetsstrijders, twee mannen en een vrouw, een soldaat, een vrouw met dood kind en een Joodse vrouw met kind voor. In tegenstelling tot veel oorlogsmonumenten die een bepaalde groep herdenken, gaat het hier om verschillende groepen slachtoffers, allen verbonden door het leed van de oorlog. Iedereen kon zich hiermee identificeren. Maar het zou nog tot 1956 duren voordat het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam werd onthuld, naar ontwerp van architect J.J.P. Oud, met reliëfs van Paul Grégoire en sculpturen van John Raedecker. Hij zou de onthulling op 4 mei niet meer meemaken. Op 12 januari van dat jaar overleed de beeldhouwer. Zijn zonen Han en Jan Willem zouden het werk van hun vader afmaken.

75 JAAR BEVRIJDING. Hoe vertel je 75 jaar na dato het verhaal van de Tweede Wereldoorlog – in musea, in de klas en in boeken? Wat herdenken we eigenlijk nog op 4 mei? En hoe wordt er teruggekeken op de bezetting in Duitsland en andere landen?