Chris van der Heijdenfoto

Foto Frank Ruiter

Interview

‘Ongetwijfeld heeft mijn vader als soldaat bij de Waffen-SS geschoten en gedood’

Chris van der Heijden Negentien jaar geleden zorgde Chris van der Heijden voor ophef met zijn oorlogsgeschiedenis, waarin hij het grijze midden als norm nam. In een nieuwe editie kijkt hij terug op de commotie van toen. „Kinderen van foute ouders hadden voor het eerst het gevoel dat ze hun verhaal konden vertellen.”

Chris van der Heijden wil het nu wel toegeven: de eerste zin van zijn boek Grijs verleden was achteraf gezien niet zo gelukkig. Die eerste zin ging zo:

‘Eerst was er de oorlog, daarna het verhaal van die oorlog. De oorlog was erg, maar het verhaal maakte de oorlog nog erger.’

Critici lazen er een relativering van de Shoah in. Dat was niet de bedoeling van Chris van der Heijden.

Het is stilistisch een sterke zin. Maar ook een moeilijke zin. Hoe kan een werkelijkheid, die erg is, érger worden door een verhaal?

„Ik bedoelde te zeggen dat de oorlog gereduceerd werd tot Hongerwinter, verzet, geweld. Allemaal heftige dingen. De oorlog werd verdicht tot een paar gebeurtenissen. Neem de Hongerwinter: toen was een groot deel van Nederland al bevrijd. Iedereen denkt dat heel Nederland die Hongerwinter heeft meegemaakt. Maar die was er alleen in Holland. Het Hollandse perspectief werd kenmerkend voor heel Nederland en dat klopt gewoon niet. Dat is wat ik wilde zeggen.”

Had je dat dan niet meteen beter moeten uitleggen?

„Dat is zeker waar. Maar weet je, ik ben ook een schrijver. Die zin zat op een gegeven moment in mijn hoofd. Dit was de zin die me bijbleef. Misschien ben ik te ijdel: ik vond het gewoon een mooie zin. Hij voelde goed. Maar bij nader inzien had ik dat misschien anders moeten doen.”

We zeggen meteen ‘je’ en ‘jij’, want we spreken elkaar niet voor het eerst. Negentien jaar geleden was ik de eerste die Chris van der Heijden (1954) interviewde over Grijs verleden. We zaten uren te praten op zijn zolder annex werkkamer in Kortenhoef, toen zijn vrouw zei: en nu komen jullie eerst iets eten. Wat we ons allebei herinneren van die middag is dat we al lang met elkaar in gesprek waren toen ik nietsvermoedend vroeg: hoe ging dat eigenlijk bij jou thuis, het gesprek over de oorlog? En dat Chris van der Heijden toen vertelde dat hij een foute vader had. Veel wilde hij daar toentertijd niet over zeggen, want zijn vader leefde nog. Maar in de weken daarna werd hij onderwerp van een heftige polemiek – netjes gezegd. Minder chic geformuleerd: het werd een rel.

Met Grijs verleden wilde Chris van der Heijden het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in Nederland opnieuw vertellen. Hij zette zich af tegen ‘bovenmeester’ Loe de Jong die tot dan toe het beeld had bepaald met zijn monumentale reeks Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. De Jong, zo betoogde Van der Heijden, legde te veel de nadruk op helden en schurken, op zwart en wit. Hij verloor daardoor de grijze massa uit het oog, die de oorlog vooral onderging. ’k Dobber en blijf drijven, is de titel van een van de hoofdstukken van Grijs verleden.

Chris van der Heijden kreeg het verwijt dat hij het indirect opnam voor zijn vader, hoewel die in het boek niet wordt genoemd. Dat ontkende hij. Zijn vader wás helemaal niet grijs, zei hij, die was gewoon fout. Hij was lid van de NSB, vocht met de Waffen-SS aan het Oostfront en had een verantwoordelijke functie bij de Landwacht.

Negentien jaar later is Grijs verleden opnieuw uitgegeven. Het ziet er niet grijs uit, er staan voor het eerst kleurenfoto’s in. Via een videoverbinding praten we erover met de kennis van nu. Hoe kijkt de schrijver terug?

Wat dacht je: laat ik die oude wonden nog eens openrijten?

„Nee joh. Het was heel simpel. Ik kwam een uitgever tegen die zei: het lijkt me aardig om het boek een keer in kleur uit te geven. Grijs verleden in kleur, een beetje een grapje. Dat vond ik wel leuk, want het is niet meer te verkrijgen en ik hoor vaak van mensen dat ze het zoeken.”

‘Mijn boek werd gelezen als een vergoelijking van wat er gebeurd was door een kind van foute ouders’

Hoe kijk je er nu op terug?

„Laat ik beginnen te zeggen dat ik heel blij ben dat ik het boek heb geschreven. Eerst was het heel pijnlijk, vooral voor mijn familie. Ik was net opnieuw van mijn vader gaan houden, dat had lang geduurd.

„Maar ik heb ook veel prachtige reacties gekregen. We hebben hier tientallen mensen op bezoek gehad. Die gesprekken begonnen er bijna altijd mee dat mensen zeiden voor het eerst het gevoel te hebben gekregen dat ze hun verhaal konden vertellen, omdat ze dat nooit hadden gedurfd. Dat waren dus kinderen van foute ouders. Die gesprekken gingen gepaard met veel tranen. Mijn vrouw maakte dan snel koekjes en thee.

„Dat die mensen naar me toe kwamen, had alles te maken met de manier waarop het boek gelezen werd: als een vergoelijking van wat er in de oorlog gebeurd was door een kind van foute ouders. Bizar, want dat was helemaal niet mijn bedoeling. Maar ik vond het ook mooi en goed. Het gaf me het gevoel dat ik iets meer was dan de schrijver van een boek.”

In een nieuw eerste hoofdstuk kijk je terug op alle commotie, je noemt je vader nu wel. Maar de eerste zin van het oorspronkelijke boek staat er nog steeds in. Heb je overwogen dingen te veranderen?

„Nee, ik heb geen letter veranderd. Het is een boek uit 2001. Ik vind het altijd heel onverstandig te proberen een boek actueel te houden. Waar houd je dan op? Ik ben historicus, je moet niet aan een boek komen, vind ik. Het is een tijdsdocument en dat moet het ook blijven.”

In ‘Grijs verleden’ zet je je af tegen Loe de Jong. Zijn kijk, schrijf je, werd bepaald door persoonlijke omstandigheden: zijn Joodse afkomst, zijn verblijf in Londen. Als je eerlijk bent: geldt dat dan niet net zo goed voor jou?

„Daar heb je gelijk in. Ik denk dat ik m’n hele leven bang ben geweest dat ik zou ontdekken dat ik de zoon was van een misdadiger. Dat heeft ongetwijfeld mijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog gevoed. Het lijdt geen twijfel dat mijn vader als soldaat bij de Waffen-SS heeft geschoten en gedood. Anders kom je Rusland niet uit. Maar voor zover ik kan zien heeft hij geen misdaden tegen de menselijkheid begaan. Ik kan het niet ontdekken, terwijl hij wel in de positie was, omdat hij een hoge functie bij de Landwacht had.

„Het klopt ook wel met zijn karakter. Ik lijk op hem, ik ben zijn zoon. Ik zou ook niet in staat zijn om iemand in blinde woede kapot te schieten. Dat kon mijn vader ook niet, denk ik, hij was veel te intellectueel. Hij was voortdurend bezig om dingen te begrijpen. In de loopgraven in Rusland las hij het liefst Karl Jaspers, Die geistige Situation der Zeit. Dat geschiet vond hij maar tijdverlies.

„In mijn persoonlijke leven botste het. Ik kwam uit een slecht nest, ik was misschien de slechte zoon van een slechte vader. En de man die ik zag was ijdel, ambitieus, maar geen bedrieger. Ik zat met een soort wrijving en ik denk dat Grijs verleden daar onder meer het resultaat van is.”

Je klinkt anders – bescheidener – dan destijds.

„Dat klopt wel, om een aantal redenen. De receptie van het boek was zo persoonlijk dat ik mezelf niet kon blijven verschuilen. En ik ben ouder en wijzer, of in ieder geval wat minder pretentieus. Toen zat ik te oreren als de meneer die het goed bestudeerd had en die eventjes ging vertellen hoe het was. Ik ben voorzichtiger geworden. Ik denk: dit is het boek dat ik toen schreef.”

De boosheid die je opriep heeft zich recent verplaatst naar Ad van Liempt. Hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan ‘nivellering’ door het boek ‘Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaer aan te prijzen. Waar komt die boosheid vandaan? Er leven steeds minder mensen die de Bezetting nog bewust meegemaakt hebben.

„Ik heb daar wel een theorie over, maar dat is een beetje koffiedikkijkerij. We leven in een wereld die zo complex is, zo vloeibaar en ingewikkeld, en waarin weinig houvast wordt geboden op het gebied van religie, gezin, moraal. Mensen hebben behoefte aan minstens één punt waar dingen duidelijk zijn. De Tweede Wereldoorlog voldoet daar perfect aan.”

Heb je het ook met je vader gehad over ‘Grijs verleden’?

„Ja, want door dat boek aanvaardde mijn vader mij als gesprekspartner, ik had ermee laten zien dat ik me er echt in verdiept had. Maar nog steeds was hij niet in staat om écht over zijn verleden te praten. Daarom heb ik hem verzocht een autobiografie te schrijven. Dat heeft hij ook gedaan en het is een goed boek. Maar het is ook een boek dat gekleurd is door iemand die de zon niet in de ogen kan kijken.”

Kort na het overlijden van je vader in 2012 zei je dat je een boek over hem wilde gaan schrijven.

„Ik ben daar nog mee bezig. Het wordt wel anders dan de bedoeling was toen ik begon. Het begon als een biografie over mijn ouders. Nu heb ik ook mezelf erin betrokken, omdat het verhaal over mijn ouders ook mijn verhaal is. Over een jaar moet het af zijn.”

En als je nu ontdekt dat hij toch misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan?

„Dan zal ik daarover open kaart spelen.”