Reportage

Het gaat om de verhalen, niet om de spullen

Verzamelaars 75 jaar na de oorlog is er nog altijd een levendige handel in originele wapens, uniformen en onderscheidingen. Je moet wel oppassen voor vervalsingen.

Juup van den Heuvel (16) uit Schaijk heeft ruim 300 objecten die iets met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben.
Juup van den Heuvel (16) uit Schaijk heeft ruim 300 objecten die iets met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben. Foto Folkert Koelewijn

Het begon allemaal met een helm die hij kreeg voor zijn veertiende verjaardag. Inmiddels zijn we twee jaar verder en heeft Juup van den Heuvel uit Schaijk een verzameling van ruim driehonderd objecten die iets te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog. „Eerst was ik vooral geïnteresseerd in de spullen zelf, maar inmiddels wil ik ook alles weten over het verhaal erachter”, zegt hij. „Je hebt échte geschiedenis in handen.”

Ook 75 jaar na de bevrijding zijn er nog veel mensen zoals Juup van den Heuvel die graag een object willen bezitten dat de ‘oorlog heeft meegemaakt’. Er is een levendige handel in wapens, uniformen, onderscheidingen en papieren overblijfselen van het conflict. De talrijke verzamelaarsbeurzen liggen op dit moment stil vanwege de coronacrisis, maar op internet vergt een aanschaf slechts een muisklik. Een Duits ridderkruis van duizenden euro’s of een leeg magazijn voor van een tientje: het is allemaal te koop.

Vlag van mouw Amerikaanse parachutist.
Foto Folkert Koelewijn
Duitse bajonet uit 1943.
Foto Folkert Koelewijn
Zeemansfluitje van een Nederlander in de nautische dienst van de Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog.
Foto Folkert Koelewijn
Verzameling van Juup van den Heuvel (16)
Foto’s Folkert Koelewijn

Waarom besteden mensen – meestal mannen – geld aan dit soort militaria? De verzamelaars in dit artikel verklaren allemaal stellig dat ze niets ophebben met het nationaal-socialisme, ook al bezitten ze spullen uit nazi-Duitsland. „Dat wil niet zeggen dat er in deze wereld geen onfrisse types zitten, want die zijn er wel degelijk”, zegt Guido Blaauw (46) uit Den Haag. „Zowel onder de verzamelaars als handelaren komen mensen voor van wie ik vermoed dat ze sympathiseren met dat foute gedachtengoed. Daar houd ik me verre van.”

Blaauw is cybersecurity-expert en als zodanig geïnteresseerd in oude bunkers die mogelijk als datacenter dienst kunnen doen. „In 2014 kocht ik van het Rijksvastgoedbedrijf een bunker op het terrein van Clingendael, waar ook de bunker van rijkscommissaris Seyss-Inquart zich bevond. Ik ben daar met een metaaldetector gaan rondlopen en vond er allerlei hulzen. Later heb ik dat ook gedaan op de Waalsdorpervlakte, op de plek waar Nederlanders door de Duitsers zijn gefusilleerd. Ook daar trof ik hulzen aan. Dat zijn heel beladen voorwerpen. Die wil ik graag aan geïnteresseerden laten zien – bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse Bunkerdag – op een manier die gepast is. Een jaar of tien geleden vonden mensen dit nog niet kunnen, maar je merkt dat er nu, met het verdwijnen van de verhalen van de generatie die de oorlog heeft meegemaakt, steeds meer belangstelling voor is bij het grote publiek.”

Een pet van 14.000 euro

Blaauw heeft inmiddels een verzameling van zo’n 150 objecten. „Op een Bunkerdag kwam een oude man naar me toe. Hij was een voormalig communistisch verzetsstrijder, zei hij, en haalde zijn pistool uit een oude handdoek: een Russische Mosin Nagant. Die mocht ik hebben! Ik koop ook wel via handelaren. Momenteel zit ik achter een pet van Seyss-Inquart aan: prijs 14.000 euro. Maar de meeste internethandel laat ik links liggen, omdat er te veel vervalsingen in omloop zijn.”

Uniformjas van een Duitse soldaat.
Foto Folkert Koelewijn
Nederlandse ‘kepie’ van een onderofficier.
Foto Folkert Koelewijn
Nederlandse broodzak, die standaard in de uitrusting van elke Nederlandse infanteriesoldaat zat in de tweede Wereldoorlog en de periode daarvoor.
Foto Folkert Koelewijn
Foto’s Folkert Koelewijn

Dat is helaas waar, beaamt handelaar Henk Arends van BHZ Militaria. „Daarom doe ik altijd heel goed onderzoek naar de spullen die ik aanbied. En als er toch iets niet klopt, krijgen kopers altijd hun geld terug.” Werkelijk alles wordt nagemaakt, zegt Arends: wapens, uniformen, onderscheidingen. „Veel spul dat met de hand moet worden genaaid of geborduurd komt uit China en India, in Oost-Europa vervalsen ze graag medailles. Vooral Duitse onderscheidingen zijn populair. Die moderne vervalsingen zijn gegoten, terwijl de echte onderscheidingen niet uit één deel bestaan en gestanst zijn. Daar moet je dus op letten.”

In Oost-Europa vervalsen ze graag medailles

Henk Arends handelaar van BHZ Militaria

Juup van den Heuvel is desondanks regelmatig op jacht op internet, zegt hij. „Ik vul vakken bij de Albert Heijn en samen met mijn zakgeld gebruik ik die inkomsten om spullen te kopen. Ik ben geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met het westelijk front tussen 1940 en 1945: Brits, Nederlands, Amerikaans, Duits. Mijn mooiste bezit is een Duits infanterie-uniform.”

Zijn ouders zijn enthousiast over wat hij doet, zijn vriendin staat er neutraal tegenover, zegt hij. „Die vindt het allemaal prima. Mijn vrienden vragen wel eens: waar heb je nu weer geld aan uitgegeven? Maar ja, wat kopen zij dan? Nieuwe telefoons.”

Van den Heuvel werkt als vrijwilliger in het Oorlogsmuseum Overloon. „Zelf hoop ik mijn spullen ook ooit tentoon te kunnen stellen. Want je wilt mensen toch laten zien wat er gebeurd is in die oorlog. Ik zou deze maand wat dingen meenemen naar de geschiedenisles op school, maar daar komt het door de coronacrisis nu helaas niet van.”

Niet alle gezinnen zijn even enthousiast over het verzamelde oorlogsspul, weet Amsterdammer Frans Cappers (52, trainer in het bedrijfsleven) „Ik heb drie dochters. Toen de middelste vertrok, confisqueerde ik haar kamer voor mijn verzameling. Dan hebben we het over enkele vitrines, maar ook over paspoppen in uniform. Daardoor durfde ze niet meer te slapen op haar kamer als ze thuis was, dus toen heb ik het bijna allemaal maar weer opgeborgen.”

Munitietassen van het Nederlandse leger die zowel in de Eerste als Tweede Wereldoorlog gebruikt zijn. Deze examplaren komen uit 1916.
Foto Folkert Koelewijn
Elpee van de NSB Jeugdstorm-afdeling.
Foto Folkert Koelewijn
Foto’s Folkert Koelewijn

Cappers is een a-typische verzamelaar, zegt hij zelf. „Ik koop nooit op beurzen of op internet, hoewel de verleiding soms enorm is. Het is voor mij de sport om dingen te krijgen van mensen die iets op zolder hebben gevonden, of om items te ontdekken op een rommelmarkt.”

Zijn verzameling is eclectisch. „Ik heb Amerikaanse en Duitse helmen, een helm van het KNIL, een broodzak, bajonetten en hulzen. Maar bijvoorbeeld ook de broek van een Duitse officier die mijn vriendin – nu mijn vrouw – op het Waterlooplein had gekocht als toneelrekwisiet. Die heb ik me toegeëigend.”

Waar het hem om gaat bij zijn verzameling, zegt Cappers, is de tastbare link met het verleden. „Het was een tijd waarin verschrikkelijk dingen gebeurden, waarin een genocide plaatsvond. Daar zijn deze spullen de stille getuigen van. Voor die historische sensatie ben ik zeer gevoelig.”

75 JAAR BEVRIJDING. Hoe vertel je 75 jaar na dato het verhaal van de Tweede Wereldoorlog – in musea, in de klas en in boeken? Wat herdenken we eigenlijk nog op 4 mei? En hoe wordt er teruggekeken op de bezetting in Duitsland en andere landen?