Opinie

Doemscenario

Mirjam de Winter

Wat blijft er over van Rotterdam als al die leuke restaurants, koffietentjes, winkeltjes, theaters en festivals de coronacrisis niet gaan overleven? Als alles wat we de afgelopen jaren met veel moeite hebben opgebouwd weer kapot gaat en de stad weer in de schaduw verdwijnt? Als die nieuwe tentjes en creatieve types onder de Hofbogen, op het Deliplein, West-Kruiskade en in de Witte de Withstraat worden gesloten? Die gekke, unieke winkeltjes op het Zwaanshals, Nieuwe Binnenweg of Pannekoekstraat hun deuren moeten sluiten? Theater Walhalla dicht gaat? Of filmtheater Kino? Als de boekhandels Donner en Van Gennep deze crisis niet overleven? Lokale brouwerijen als Noordt en Kaapse Brouwers ten onder gaan? Dat klinkt misschien als een nogal zwartgallig doemscenario, maar het is zeker geen onrealistische gedachte.

Allemaal vechten ze op dit moment voor hun voortbestaan, maar de kans dat juist deze smaakmakers kopje onder gaan wordt met de dag groter. De steunmaatregelen dekken de verliezen niet en met uitstel van betaling van belastingen en huur worden de problemen alleen maar doorgeschoven. Vooral in de horeca zijn de oplopende schulden niet meer in te lossen als de branche straks op halve kracht (of minder) moet gaan draaien vanwege de anderhalve-meter-maatregel.

De (Rotterdamse) voorzitter van Horeca Nederland voorspelt dat bijna de helft van de horecaondernemers in Nederland de komende maanden failliet zal gaan. Voor een verzadigde horecastad als Amsterdam is zo’n ‘shake-out’ misschien niet eens zo erg, maar voor Rotterdam zou het een ramp zijn. Hoe lang heeft het wel niet geduurd voordat de stad weer een beetje ging bruisen? Hoeveel moeite, energie en geld heeft de gemeente wel niet gestoken in gebieden als Katendrecht, Zwaanshals en de Hofbogen om die voormalige gribus tot leven te wekken? Maar uiteindelijk waren het die Rotterdamse durfals zelf die het risico namen om te gaan pionieren op plekken die eerder nog kansloos leken. Zíj hebben de stad op de kaart gezet en in internationale reisgidsen weten te krijgen. En daarom zou het niet meer dan terecht (en verstandig) zijn als de gemeente deze wegbereiders de helpende hand biedt. Dat kost geld, maar als die gebiedjes straks weer afbrokkelen en winkels, theaters en restaurants leeg komen te staan, gaat een volgende ‘wederopbouw’ van Rotterdam nog heel veel meer geld kosten.

De gemeente zou bijvoorbeeld (lokale) belastingen en huren kunnen kwijtschelden, in plaats van uitstel te verlenen waardoor ondernemers later alsnog aan het kortste eind trekken. En natuurlijk is het ingewikkeld om criteria op te stellen voor wie wel of geen steun krijgt en mogen (persoonlijke) voorkeuren daarbij eigenlijk geen rol spelen, maar er moet toch een manier te verzinnen zijn om juist deze smaakmakers overeind te houden?

„Als het moeilijk wordt, is deze stad op haar best”, zei wethouder Van Gils afgelopen week tegen het AD. Dat moet nog maar blijken. In een historische crisis als deze komt dat niet alleen aan op de veerkracht en vindingrijkheid van Rotterdamse ondernemers, maar vooral ook op de flexibiliteit van de overheid. Kijk eens hoe flexibel de gemeente was met het verschuiven van het songfestival naar volgend jaar en de extra kosten die daar mee gemoeid zijn. Daar werd met schijnbaar gemak nog eens een keer 7 miljoen euro voor opzij gezet , bovenop de 15 miljoen die al was uitgetrokken voor de voorbereidingen. Met als argument dat het evenement een ‘boost’ aan de lokale economie zal geven. Hoe zuur voor onze smaakmakers, want die ‘redding’ zal voor de meesten sowieso te laat komen.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.