Opinie

Burn-out dreigt voor Rotterdamse kunstsector

Het culturele ecosysteem van de stad dreigt in te storten. Om dat te voorkomen moet de gemeente een noodfonds in het leven roepen én de verleiding weerstaan de reguliere begroting verder af te knijpen, zegt Ocker van Munster.

Illustratie Rik van Schagen

Het Directeurenoverleg van Rotterdamse Kunstinstellingen heeft een brandbief gestuurd naar cultuurwethouder Kasmi (D66) over de coronacrisis. Daarin vragen we de gemeente een noodfonds in te stellen van 55 miljoen euro voor de ergste noden, en om ruimte te scheppen voor herstructurering op de langere termijn. De effecten van de coronacrisis zullen ons ook na versoepeling of beëindiging van de lockdown nog lang blijven achtervolgen.

Vorige maand hebben wij de gemeente ook al opgeroepen om te voorkomen dat instellingen en culturele ondernemers omvallen. We vragen om een noodvoorziening voor de vele werkers zonder vaste aanstelling, en om een snelloket voor kunstenaars die reageren op de crisis. De meeste producenten, kunstenaars en organisatoren werken op contractbasis of als zzp’er. De rijksregelingen blijken voor deze groep niet te werken. Het gaat veelal om jonge makers en opkomende talenten die de stad cultureel smoel geven. Ook de grote instellingen, die afhankelijk zijn van grote bezoekersaantallen, kunnen dit niet dragen. Het hele culturele ecosysteem inclusief de verbindingen met de Rotterdamse samenleving dreigt uiteen te vallen. Dat heeft dus niet alleen consequenties voor de cultuurwaarden van onze stad maar ook voor de werkgelegenheid, de stedelijke economie en de sociale samenhang.

Wie musea online bezoekt, gaat later naar het echte werk

De coronacrisis slaat toe op een moment dat de culturele sector extra kwetsbaar is: op het hoogtepunt van het theaterseizoen en bij de start van het festivalseizoen vallen alle inkomsten weg. Begin deze week stuurde wethouder Kasmi een inventarisatie naar de gemeenteraad waaruit blijkt dat de inkomstenderving voor gesubsidieerde instellingen, exclusief festivals en evenementen, tot 1 juli al 26,2 miljoen euro bedraagt. Rekening houdend met de generieke rijksregelingen bedraagt de netto schade tot 1 juli 13,3 miljoen.

Daar komt bij dat veel instellingen toch al in een precaire financiële positie verkeren. De cultuursector wordt nog altijd achtervolgd door de bezuinigingen vanwege de crisis in 2012. In maart heeft het Directeurenoverleg de resultaten van een onafhankelijk onderzoek aan de gemeenteraad aangeboden waaruit blijkt dat het cultuurbudget na die crisis steeds verder is geërodeerd. Desondanks heeft de kunstsector in de afgelopen jaren enorm gepresteerd. De cultuurdeelname van de Rotterdammers is aanmerkelijk toegenomen, en de sector heeft de omzet weten te vergroten tot 2,5 maal de gemeentelijke bijdrage. Die toename, vooral door meer publieksinkomsten, dreigt ons nu de das om te doen.

Het gemeentebestuur prijst de resultaten van de sector en heeft vorige zomer ambitieuze plannen gepresenteerd voor de volgende vierjarige planperiode, tot dusverre zonder daarvoor de financiële middelen beschikbaar te stellen. Maar de rek is er nu helemaal uit. Niet alleen financieel, maar ook in personele zin dreigt een burn out. Uit ons onderzoek blijkt dat de bezuinigingen niet alleen zijn opgevangen door meer inkomsten, maar ook doordat de beloning voor werkenden structureel achterblijft. Deze misstand wordt door de coronacrisis ineens heel zichtbaar doordat die groep in één klap zonder werk en inkomen zit.

De culturele sector lijkt nog niet gered

Het gemeentebestuur staat op het punt belangrijke besluiten te nemen voor de volgende vierjarige cultuurplanperiode. Vraag is of er nu alsnog geld komt voor de investeringen die nodig zijn voor „de stad in transitie” en voor fair pay voor onze mensen. Wethouder Kasmi maakt zich daarvoor sterk, en ook in de gemeenteraad lijkt draagvlak te bestaan om verkiezingsbeloften nu in te lossen .

Maar nu komt daar corona tussendoor, en ziet de wereld er ineens anders uit. In plaats van investeren in de toekomst moeten we nu knokken om te overleven. De landelijke maatregelen bieden instellingen soelaas voor de korte termijn en de gemeente heeft liquiditeitssteun toegezegd. Maar de enorme inkomstenderving kan niet worden ingehaald en vormt op de middellange termijn een grote bedreiging. De 300 miljoen euro die de minister ter beschikking heeft gesteld is vooral bestemd voor de landelijke infrastructuur, en daarin heeft Rotterdam slechts een klein aandeel. We zullen het zelf moeten doen.

Wethouder Kasmi heeft eerder verklaard dat er geen instellingen mogen omvallen als gevolg van de crisis. Daarom is zo’n fonds nodig. Er moet rust komen om verder te kijken dan de komende paar maanden. De sector moet zich heroriënteren. Er wordt natuurlijk al fors geëxperimenteerd online en met de anderhalve meter, maar die initiatieven leveren voorlopig geen verdienmodellen op.

Zaak is ook dat we de ambities en de noodzakelijke investeringen voor de komende cultuurplanperiode overeind houden. We moeten voorkomen dat deze crisis wordt aangegrepen om die nu van tafel te halen, of erger, om opnieuw in het cultuurbudget te snijden om gaten in de gemeentebegroting te dichten.

Cultuur is – behalve een grote werkgever voor jonge Rotterdammers, aanjager van de culturele industrie, goed voor toerisme, en al die andere dingen waarover al 100 rapporten zijn verschenen – vooral onmisbaar omdat cultuur mensen optilt en samenbrengt. Dat is voor onze multiculturele stad van cruciaal belang. Door uitdrukking te geven aan hun culturele diversiteit verbinden Rotterdammers zich met hun stad en ontstaat het thuisgevoel dat ons over de verschillen heen verbindt. Juist nu er zoveel zekerheden en verbindingen wegvallen is cultuur essentieel om de boel bij elkaar te houden. We moeten dit bruisende en volstrekt authentieke Rotterdamse ecosysteem koesteren en daarin juist nú investeren.

, Voorzitter Directeurenoverleg Rotterdamse kunstinstellingen