Bij Sunderland AFC spatte de zeepbel al eerder uit elkaar

Docuserie In Sunderland ’Til I Die kijk je mee bij een Engelse volksclub. Doordrenkt van hoopvolle hartstocht op de tribunes en onbedoelde miljoenendeals op kantoor. „Deze club wordt nog eens mijn dood.”

Fans van Sunderland AFC blijven komen, ook na twee degradaties op rij.
Fans van Sunderland AFC blijven komen, ook na twee degradaties op rij. Foto Netflix

Stewart Donald is wanhopig. De eigenaar van Sunderland AFC zit al een etmaal achter een ongrijpbare spits aan en zo ziet hij er ook uit in de laatste uren van deadlineday. Afgemat, alsof hij letterlijk achter de speler heeft aangehold.

Het is de avond van 31 januari 2019 en de tijd dringt. Voor de naderende sluiting van de transferwindow wil Donald een nieuwe aanvaller hebben gecontracteerd. Hij aast op Will Grigg van Wigan Athletic, maar die club weigert elk aanbod. „Ik wil een spits die dertig goals maakt”, verzucht Donald nog maar eens. „Real Madrid ook”, zegt een collega.

Tot zover is dit al een fascinerende scene in het tweede seizoen van Netflix-serie Sunderland ’Til I Die. Clubs laten zich zelden zo in hun kaarten kijken. Dat de bazen van Sunderland, een club in de League One (de derde divisie in Engeland), dit hebben toegestaan omdat het hen wel goede pr leek, is een geschenk voor wie graag een keer in de binnenkamers van het professionele voetbal heeft willen meegluren. Hoe vaak zie je hoe een clubeigenaar in de val wordt gelokt door een concurrent die haarfijn aanvoelt hoe wanhopig hij naar doelpunten verlangt?

Want één ding wordt snel duidelijk: Donald is geen opgever. „Je zei 1 miljoen pond. Je krijgt 1,25”, bromt de man die rijk werd met verzekeringen. „Het is graag of niet.” Om na Wigans weigering weer een tijdje ijsberend door de kamer te lopen, om vervolgens nog een poging te wagen. „Misschien moeten we het voorste getal veranderen.”

De camera’s registreren hoe technisch directeur Richard Hill ietwat ongerust meeluistert. Hill tegen Donald: „Het is jouw geld, maar het is niet juist. Je loopt in de val van de wintertransfermarkt (...) Het is financieel niet verantwoord.”

Donald: „Dat zeg je niet als hij drie keer scoort in de play-offs.”

Na een zesde bod is Grigg speler van Sunderland, twintig minuten voor de deadline. De transfersom is zo’n drie miljoen pond. Donald: „Deze club wordt nog eens mijn dood.”

Microkosmos

Het tweede seizoen van Sunderland ’Til I Die is niet alleen het verhaal van een clubeigenaar die gevoelsmatig je buurman had kunnen zijn, de serie toont ook de microkosmos van een volksclub. Doordrenkt van hartstocht en hoop, emoties die resulteren in bittere teleurstelling als Sunderland minder vaak wint dan verwacht.

Zes afleveringen lang word je meegevoerd met de pretentieuze mede-eigenaar Charlie Methven, een voormalige journalist van The Telegraph, die één ding wil: break-even draaien. Met de Schotse trainer Jack Ross, die moét promoveren. Met de jonge spelers, die hun onzekerheden over het profbestaan delen. En met de fans, die de ziel van de club vormen en zich ook na twee degradaties op rij innig verbonden voelen met hun club.

De fans beleven in het Stadium of Light het voetbal op sacrale wijze, ook nu hun favorieten tegen Coventry City spelen in plaats van Chelsea. „Na mijn familie hou ik het meest van Sunderland”, zegt taxichauffeur Peter Farrer. Oorlogsveteraan Andrew Cammiss: „Ik mis het leger. Ik mis het samenzijn. Maar bij Sunderland krijg ik hetzelfde gevoel. Ik zie trots, passie en loyaliteit.”

In de Noord-Engelse havenstad, die naast Newcastle door Londenaren wordt beschouwd als een arbeidersnest vol pro-Brexit-stemmers, vormt voetbal een belangrijk fundament voor de gemeenschapszin. De priester heeft een rood-witte clubsjaal hangen tussen zijn gewaden. Heeft Sunderland een zege nodig, dan vraagt hij de kerkgangers om ook daarvoor te bidden.

Sunderland speelt zijn thuiswedstrijden in het Stadium of Light. Foto Netflix

Diepe genegenheid

De diepe genegenheid van de ‘Red & White Army’ illustreert het gemis dat voetbalfans kennen nu de stadions nog maanden leeg zullen blijven. Voetbal verbroedert. Niet alleen in Sunderland, in elk stadion ter wereld.

Tegelijk toont de serie ook de andere kant van de voetbalindustrie. Spelers die te veel verdienen dankzij achteloze clubbestuurders. Een aspect dat tijdens de coronacrisis misschien wel om bezinning vraagt. Niemand houdt rekening met een pandemie, maar dat voetbalclubs zo snel in de problemen komen als de inkomsten opdrogen, strookt niet met de bedragen die ze zonder schroom aan voetballers en hun zaakwaarnemers betalen.

Bij Sunderland spatte de zeepbel al eerder uit elkaar. Lange tijd bestond de club bij de gratie van voormalig eigenaar Ellis Short, een miljardair die maandelijks de tekorten aanvulde vanuit de Verenigde Staten. Hij gaf in 2017 toestemming voor de docuserie in de hoop dat het een koper voor de club zou opleveren.

De financiële wanorde wil Charlie Methven herstellen. Maar, zegt hij, „een cultuur veranderen is alsof je een rotsblok omhoog duwt”.

‘Totaal verpeste club’

Kantoorpersoneel luistert met argusogen als Methven hen toespreekt aan het begin van het seizoen 2018-2019. „Op een operationeel niveau verliest de club 30 tot 40 miljoen pond”, zegt de directeur. „Het is een totaal verpeste club en tenzij jullie dat begrijpen, komen jullie nooit verder in de wereld.”

De zelfverzekerde Londenaar ergert zich aan zijn collega’s in het Noorden en hun negen-tot-vijf-mentaliteit. Terwijl het personeel hem beschouwt als een Tasmaanse duivel die zonder tact alles omwoelt. Methven: „Weet iemand hoeveel rente de club betaalde over schulden? Nee? Zeven miljoen pond per jaar. Met de ticketverkoop werd de rente betaald.”

Inmiddels is Methven vertrokken en probeert Sunderland zich nog altijd omhoog te ploeteren. De club stond op een teleurstellende zevende plaats toen de League One werd gestaakt. Voldoende teleurstelling voor een derde seizoen, zou je zeggen. Maar filmmaker Ben Turner heeft besloten ermee te stoppen uit vrees dat een nieuwe reeks te veel van hetzelfde zou worden.