Albatros

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 34: ’n geheime alliantie
Dagboek van een visser

Lang geleden dwaalde ik door ’n Marokkaans vissersdorpje aan de Atlantische kust. Een tanige visserman, net teruggekeerd van zijn bootje, droeg een mand vol vissen en een hoed met een prachtige sierlijke, witte veer. Net prins carnaval. Ik prees zijn uitdossing, en toen hij merkte dat ik ook visser was, zei ie: „wacht” en liep weg en kwam terug met een identieke veer. „De albatros”, en hij wees omhoog, alsof hij naar Allah wees, en gaf mij de veer. „Zorg goed voor deze veer.”

Deze veer heb ik altijd gekoesterd, zette er later een pennetje in. Er zijn mensen die schrijven met ’n ganzenveer, maar dat kan nooit wat worden. Het goede schrijverschap eert de albatros, koning van de vrijheid, en niet de grauwe poldergans.

Over de albatros beweert men altijd hetzelfde, de grootste spanwijdte, vliegt 1.000 kilometer zonder klapwieken, leeft op verlaten rotseilanden, levenslang trouw. Allemaal mooi en waar. Maar het meest markante weten weinigen: de albatros heeft een geheim verbond met de zeeman.

Albatros en zeeman kunnen niet zonder elkaar. Kameraden. Bloedbroeders. Wie dat broederschap verraadt, betaalt een dure prijs. De kapitein uit het sensationele gedicht ‘The Rime of the ancient mariner’ riep een catastrofe over zijn bemanning af toen hij ’n albatros doodschoot.

De albatros is een vogel met een vissershart. Nu zegt u: dat geldt ook voor de zee- en visarend, fuut, reiger, ijsvogel, allemaal gevederde vissers, toch?

Klopt, maar deze vogels hebben geen zeemansverbond.

De zeeman is net als de albatros het gelukkigst midden op zee. Hun longen ademen pure zuurstof wanneer ze omringd zijn door eeuwig blauw. Ze trekken samen op. Ze zijn elkaars kompas.

Als een albatros een viskotter ziet, weet hij: daar valt wat lekkers te halen. De mannen aan boord maken de vissen schoon en gooien de ingewanden overboord. Als een viskotter een troep albatrossen ziet cirkelen boven water, weet ie: daar zwemt dikke vis. Dit is een eeuwenoud bondgenootschap.

Tot de lange-lijn-visserij kwam, die verbrak de alliantie ruw. Vanaf grote schepen zette men lange vislijnen uit van soms wel 100 kilometer in open zee, voor tonijn, zwaardvis, tandvis. Aan elke lijn duizenden haken met aasvis; sardien, makreel, octopus. Dit aas werkt als een magneet op de albatros, die hapt en wordt meegesleurd om een smartelijke verdrinkingsdood te sterven. Mede hierdoor heeft de albatros op het punt van uitsterven gestaan.

Een fonkelende glimlach verscheen, toen ik onlangs las over de nieuwste bestrijding van de illegale lange-lijn-visserij. Via een zendertje worden schepen opgespoord – en weet u waar dat zendertje zit? Juist, op de vleugels van een albatros. Die tanige visser uit Marokko wist heel goed wat hij mij gaf.